Blog Richard Otto: Vieren we over 25 jaar nog televisie?

Vandaag bestaat de Nederlandse televisie exact 75 jaar. Een mooie mijlpaal om bij stil te staan, maar misschien is dit jubileum vooral een goed moment om een ongemakkelijke vraag te stellen: vieren we over 25 jaar ook honderd jaar Nederlandse televisie?

In driekwart eeuw veranderde televisie voortdurend. Van één zender die slechts af en toe uitzond naar kleurentelevisie en meerdere netten. Van antenne naar kabel, digitaal kijken en uiteindelijk streaming. Van een tijd waarin soms de halve straat zich rond één beeldbuis verzamelde, naar een tijd waarin vrijwel iedereen individueel naar een eigen scherm kijkt. Voetbal en enkele grote evenementen vormen nog een van de weinige uitzonderingen. Ook de concurrentie veranderde fundamenteel. Eerst kwamen de commerciële zenders. Daarna Netflix en andere streamers. Maar de grootste verandering kwam misschien wel van buiten de traditionele televisiewereld: YouTube, Facebook, Instagram en TikTok.

De strijd gaat daardoor allang niet meer om de afstandsbediening, maar om aandacht. En die strijd is veel diffuser geworden. De vanzelfsprekendheid dat je met een kwalitatief hoogstaand programma automatisch een groot publiek bereikt, bestaat niet meer. Een algoritme op YouTube of TikTok weet beter wat iemand wil zien dan een programmamaker, zenderbaas of tv-gids.

Vandaag wordt 75 jaar televisie op het Media Park in Hilversum gevierd, maar tussen alle nostalgie naar zwart-witbeelden, legendarische programma’s en iconische presentatoren mag ook vooruit worden gekeken. Want 25 jaar lijkt lang. In medialand is het een eeuwigheid.

Netflix kwam pas dertien jaar geleden naar Nederland. TikTok bestaat nog geen tien jaar. Toch hebben beide in razend tempo het mediagedrag veranderd. Wat vandaag dominant lijkt, kan over tien jaar alweer aan de zijlijn staan.

Het lijkt verschijnlijk dat het televisiescherm in 2051 gewoon nog bestaat. De televisie is alleen allang geen televisie meer. Het scherm is een hub geworden voor lineaire tv, streaming, YouTube, films, gaming en straks waarschijnlijk steeds meer communicatie en interactieve toepassingen.

En het televisiescherm blijft niet in de woonkamer. Ook in de auto zullen schermen belangrijker worden. Misschien staan we in 2051 nog steeds in de file, maar hoeven we onze handen niet meer voortdurend aan het stuur en onze ogen op de weg te houden. Ook die tijd wordt dan mediatijd.

AI gaat ondertussen steeds nadrukkelijker bepalen wat we kijken, wanneer we het kijken en misschien zelfs hoe programma’s voor ons worden samengesteld. De traditionele avondprogrammering concurreert dan niet alleen met Netflix of TikTok, maar mogelijk met voor iedere kijker persoonlijk samengestelde content.

Toch is er één behoefte die waarschijnlijk niet verdwijnt: lokale relevantie. Nederlanders zullen ook over 25 jaar verhalen willen zien over hun eigen land, hun eigen taal, hun sport, cultuur, politiek en samenleving. Alleen hebben Nederlandse omroepen en commerciële zenders daar geen alleenrecht meer op. Internationale platforms investeren nu al volop in Nederlandse producties. Think global, act local is voor streamingdiensten een belangrijk uitgangspunt geworden.

Daarmee wordt ook het begrip ‘Nederlandse televisie’ steeds diffuser. Is een Nederlandse Netflix-serie televisie? Is een YouTube-programma van een Nederlandse maker televisie? Is een programma dat speciaal voor Nederland wordt gemaakt door een Amerikaans technologiebedrijf Nederlandse televisie? Misschien vieren we in 2051 dus inderdaad honderd jaar Nederlandse televisie, maar waarschijnlijk vieren we dan iets heel anders dan wat we vandaag televisie noemen. Niet het einde van televisie lijkt daarmee de grootste verandering te worden, maar het verdwijnen van de grenzen eromheen.