
Meer samenwerking tussen publieke en commerciële mediabedrijven wordt in Den Haag vaak gepresenteerd als een belangrijke stap om de Nederlandse mediasector te versterken. Nieuw is die ambitie allerminst. Al in 2011 en 2012 werd in de Tweede Kamer uitgebreid gesproken over het wegnemen van wettelijke belemmeringen. Vijftien jaar later klinkt in het Mediadebat opnieuw vrijwel dezelfde oproep.
Tijdens het Mediadebat van deze week werd minister van Cultuur Rianne Letschert gevraagd of publiek-private samenwerking niet gewoon als opdracht in de Mediawet moet worden opgenomen. Aanleiding is de constatering dat bewindspersonen al jaren spreken over goede gesprekken en bereidheid bij publieke en commerciële mediapartijen, terwijl grote structurele samenwerkingen maar beperkt van de grond komen. Letschert zegde toe te onderzoeken of zo’n wettelijke opdracht onderdeel kan worden van de nieuwe Mediawet.
Wie terugkijkt in de Haagse archieven, krijgt echter een sterk gevoel van déjà vu. In december 2011 werd in de Tweede Kamer al gesproken over de mogelijkheden en grenzen van publiek-private samenwerking. Minister Marja van Bijsterveldt stuurde daarover in maart 2012 een speciale brief naar de Kamer. Daarin schreef zij dat behoefte bestond om de samenwerking tussen publieke omroepen en private mediabedrijven verder te verruimen. Ook toen vormde de Mediawet een belangrijk discussiepunt. De minister constateerde dat de wet beperkingen stelde aan samenwerking vanwege onder meer de publieke taak van omroepen en Europese regels rond staatssteun. Tegelijkertijd zag zij een toenemende behoefte om journalistieke krachten te bundelen.
De oplossing die destijds werd bedacht klinkt eveneens bekend. Het Commissariaat voor de Media moest de regels verduidelijken, voor kleinere journalistieke en culturele projecten werd een lichter regime onderzocht en de minister wilde een speciaal experimenteerartikel in de Mediawet opnemen. Het doel daarvan was volgens de minister om publieke omroepen en private partijen zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit te geven om samen te werken en daarmee onder meer de nieuws- en informatievoorziening te versterken. De nadruk lag destijds vooral op regionale journalistiek. Het Commissariaat publiceerde in 2012 vervolgens nieuw beleid voor publiek-private samenwerking en er kwam daadwerkelijk ruimte om ermee te experimenteren. Daarmee verdween het onderwerp echter niet van de politieke agenda.
Ook in 2022 opnieuw prioriteit
Tien jaar later was het onderwerp nog altijd actueel. Staatssecretaris Gunay Uslu noemde publiek-private samenwerking in 2022 expliciet een prioriteit van haar mediabeleid. Zij wilde samenwerking tussen publieke en commerciële bedrijven en omroepen stimuleren en zag mogelijkheden om Nederlands televisie-, video- en audioaanbod beter te bundelen. Uslu wees daarbij onder meer op NLZIET als voorbeeld van een bestaande publiek-private samenwerking. Ze wilde niet alleen faciliteren, maar ook een meer „aanjagende rol” spelen. Tegelijkertijd werd tijdens datzelfde debat al opgemerkt dat eerdere pogingen tot samenwerking regelmatig waren vastgelopen op regelgeving, governance, details en technische kwesties.
NPO, RTL en Talpa
Ook daarna bleef Den Haag aandringen. In 2024 en 2025 nam de Tweede Kamer verschillende moties aan waarin het kabinet werd gevraagd samenwerking tussen onder meer NPO, RTL en Talpa te versnellen. Daarbij ging het inmiddels niet alleen meer om journalistieke samenwerking, maar ook om gezamenlijke investeringen, distributie en de vindbaarheid van Nederlandse programma’s tegenover internationale platforms. In de Mediabegrotingsbrief voor 2026 schreef het kabinet opnieuw bereid te zijn gesprekken tussen de Nederlandse mediapartijen te faciliteren, maar benadrukte het tegelijkertijd dat het uiteindelijk aan de partijen zelf is om de samenwerking daadwerkelijk vorm te geven.
Van vrijwilligheid naar verplichting
Daarmee lijkt de discussie nu op een belangrijk punt te zijn beland. Waar de politiek de afgelopen vijftien jaar vooral probeerde ruimte te creëren voor samenwerking, ligt nu de vraag op tafel of samenwerking ook daadwerkelijk een wettelijke opdracht moet worden. Dat is een wezenlijk verschil. Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat het probleem niet uitsluitend het ontbreken van wettelijke mogelijkheden is. Sinds 2012 zijn regels versoepeld, experimenten toegestaan, samenwerkingstafels georganiseerd en hebben opeenvolgende bewindspersonen aangekondigd de samenwerking te willen aanjagen. Concrete publiek-private initiatieven bestaan ook, met NLZIET als bekend voorbeeld. Maar de veel bredere samenwerking tussen publieke en commerciële mediapartijen die Den Haag al sinds 2011 voor ogen heeft, blijkt aanzienlijk moeilijker te realiseren. Erik van der Maas (VVD) attendeerde tijdens het meest recente debat dat ook het toelaten van podcasts en streams van partijen buiten het bestel op NPO Luister door NPO wordt tegengehouden, ondanks de door de 2e Kamer aangenomen motie. uit 2022. NDP Nieuwsmedia heeft in datzelfde jaar ook al aangegeven graag publieke als private podcasts op één nationaal audioplatform te willen. Vijftien jaar na het eerste Haagse debat wordt daarom opnieuw naar de Mediawet gekeken om iets voor elkaar te krijgen wat al vele jaren politieke prioriteit heet te zijn.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
