
Contentcreators op social media zijn vogelvrij en verdienen bescherming en steun van beroepsopleidingen, brancheorganisaties en de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Ze zijn juridisch kwetsbaar en vooral voor vrouwen geldt dat het ‘onvoorstelbaar is wat die over zich heen krijgen’ als ze zich op social media manifesteren.
Dat zegt professor Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij pleit voor transparantie rond de werkwijze van alternatieve media, maar regels en protocollen mogen de ontwikkelingskansen van die nieuwe platformen niet belemmeren. De dynamiek rond deze media mag niet vastlopen, zegt hij. ‘We moeten niet proberen om ze met een schoenlepel in het oude mediamodel te wringen’.
Tegelijk constateert hij dat de alternatieve media hun definitieve plaats in het media ecosysteem nog niet gevonden hebben. ‘Het is een chaos van parallelle werkelijkheden, waar een gemeenschappelijk verhaal nog ontbreekt’, constateert hij. Dat heeft belangrijke maatschappelijke gevolgen. ‘Je kunt daardoor naast elkaar wonen, maar toch in twee verschillende werelden leven’. Hij ziet voor de alternatieve media een belangrijke rol in het zoeken naar verbinding tussen de nieuwe en de oude wereld. Hij pleit voor meer transparantie rond de werkwijze van digitale nieuwsmerken en de manier waarop ze hun thema’s kiezen en hoe ze ermee omgaan.
De afgelopen weken hield mediaplatform Spreekbuis onder de titel ‘Buiten de Bubbel’ een serie interviews met makers van alternatieve media. De resultaten zijn door de redactie samengevat in een rapport en voorzien van adviezen en aandachtspunten. Spreekbuis vroeg Deuze de serie interviews te volgen en zijn mening te geven over de conclusies die de redactie trok.’Een behartenswaardig, belangrijk en waardevol onderzoek’, luidt zijn oordeel. Dit is een samenvatting van het gesprek dat ik hierover met hem had.
Buiten de Bubbel
De nieuwsmakers die Spreekbuis heeft gesproken wijzen er volgens Deuze op dat veel maatschappelijk relevante gesprekken in de reguliere journalistiek niet meer te horen zijn, los van de vraag of het rechtse of progressieve gesprekken zijn. Daarmee ontneemt de klassieke journalistiek een deel van het publiek de mogelijkheid de eigen opvattingen te spiegelen. Dat hebben de nieuwsmakers op internet dan ook goed gezien, ze zijn met succes in dat gat gesprongen. ‘Er is een verschil tussen klassieke en nieuwe media. De primaire functie van internet is mensen met elkaar in contact brengen. De functie van oude media is informatie overbrengen. De nieuwe media vormen een interessante mix tussen het invullen van de oude definitie van journalistiek en de competenties van de digitale cultuur, namelijk de gesprekken in de samenleving echt volgen en daar op aanhaken. Journalisten die online gaan worden automatisch onderdeel van allerlei gesprekken, relaties en gemeenschappen.’, zegt Mark Deuze .
De nieuwe contentcreators hebben goed begrepen dat het aangaan van een intensief contact met hun publiek hun belangrijkste succesfactor is. Journalistiek op internet vraagt volgens Deuze dan ook om heel andere competenties. Het gaat veel verder dan het vermogen om een verhaal te vertellen. ‘In de klassieke zin is een journalist klaar als hij een onderwerp heeft gekozen, daar onderzoek naar gedaan heeft, feiten gecheckt, aan wederhoor heeft gedaan, zijn verhaal geschreven heeft en op de zendknop heeft gedrukt. Maar dat volstaat niet meer. Dan begint het pas; er moet een video komen, verwijzingen op Instagram, het publiek wil updates en meedoen aan een gesprek over het onderwerp. Het is hard werken.’
De verkenning van Spreekbuis laat volgens Mark Deuze zien dat nieuwsinfluencers goed inspelen op de behoefte van het publiek om te participeren. Daarmee voegen ze met succes een nieuwe dimensie aan journalistiek toe. ‘In de klassieke, enigszins normatieve definitie wordt journalistiek omschreven als ‘datgene waarvan iemand niet wil dat het naar buiten komt’. Daarin komt de waakhondfunctie naar boven. In veel bredere zin is de functie van journalistiek het uitvergroten van het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft.’
Beroepsopleidingen zijn volgens Deuze onvoldoende afgestemd op die nieuwe competenties en ook brancheorganisaties en de vakbond hebben te weinig oog voor het belang van deze nieuwe vormen van journalistiek. Nederland kent bovendien nog geen specifieke opleiding voor contentcreators.
Behoefte aan gedeelde verhalen
Volgens professor Deuze laat de verkenning van Spreekbuis zien dat zich in de journalistiek een ontwikkeling voltrekt die dertig jaar geleden al werd voorspeld. ‘De journalistiek is de controle over zijn megafoon verloren’, signaleert hij. Zoals voorspeld zijn personen in de nieuwsvoorziening een belangrijkere rol gaan vervullen dan institutionele nieuwsmerken. Nieuws en opinie lopen meer en meer door elkaar en de nieuwsbrengers zelf zijn onderdeel geworden van het gesprek met de samenleving. ‘Dit is niet per definitie goed of slecht, maar vanuit historisch perspectief een logische ontwikkeling.’
Spreekbuis constateert volgens hem terecht dat dit niet zomaar wat gerommel in de marge is. Wereldwijd zie je -en het blijkt ook uit het laatste Digital News Report- dat niet alleen de journalistiek meer deze persoonlijke kant uitgaat, maar het gebeurt ook in de film- en reclamewereld. ‘Er gaat inmiddels internationaal gezien steeds meer geld naar de mensen die begrepen hebben hoe dit werkt.’
Jouw Engelse collega Karin Wahl-Jorgensen zei op het mediaplatform The Conversation dat alternatieve media geen nevenverschijnsel meer zijn, maar een wezenlijk onderdeel van het nieuws ecosysteem. Ben je het daarmee eens?
‘Een ecosysteem veronderstelt stabiliteit. Die is er nog niet. It’s fucked up: het is een chaos van voortdurende verandering. Het is, zoals jullie ergens zeggen in het Spreekbuis rapport, vloeibaar. Een ecosysteem veronderstelt dat alles vanzelf wel netjes in balans komt. Vergeet het maar! Het is een dynamische, onzekere, onvoorspelbare wereld; een verzameling eilandjes. Er ontstaan allerlei parallelle werelden. Veel mensen haken bij het nieuws af. Je kunt over de ontwikkeling rond alternatieve media alleen positief zijn, als journalisten uiteindelijk in staat zijn al die werelden op de een of andere manier met elkaar te verbinden, want als er iets is waar de samenleving op dit moment om schreeuwt zijn het gedeelde verhalen. ‘
‘We realiseren ons nog te weinig dat we niet meer mét media leven, maar ín media. Het gedrag van kinderen op een schoolplein wordt tegenwoordig bijvoorbeeld bepaald door wat er op Snapchat gebeurt. En dan niet op één schoolplein, maar in een hele regio. We doen net alsof online een aparte wereld is die los staat van de echte wereld. Maar online ís de echte wereld. Iedereen leeft tegenwoordig in zijn eigen verhaal en pompt dat rond op Tiktok, Twitch of Instagram, maar het nog ergens over eens zijn is lastig. Al woon je naast elkaar, het kan toch zijn dat je qua informatie in verschillende werelden verkeert. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang er nog professionele verhalenvertellers zijn die de verschillende lijnen bij elkaar kunnen brengen. Laten we hopen dat de nieuwsinfluencers dat gaan doen. Maar op dit moment is het nog een complete chaos.’
Wat moet er gebeuren om van deze ontwikkeling een succes te maken?
‘Er moet meer aandacht komen voor de makers die dit probleem moeten oplossen.
Het valt me in de rapportage van Spreekbuis op dat er zo weinig vrouwen zijn die dit doen. Je hebt geen idee wat die zich over zich heen krijgen als ze zich op social media begeven, zeker als ze van kleur zijn of een lhbti-achtergrond hebben. Dat is heftig en het brengt veel schade toe. Het is de vraag: wie beschermt ze? De helft van de journalisten werkt tegenwoordig freelance. Die zijn allemaal vogelvrij, bijvoorbeeld als een bedrijf waarover ze een kritisch verhaal willen maken ineens dreigt met rechtszaken. Nieuwsinfluencers zijn bovendien persoonlijk online, ze zijn kwetsbaarder dan wanneer ze namens een groot nieuwsmerk opereren. De opleidingen, beroepsorganisaties als NVJ en VVOJ moeten echt aandacht gaan besteden aan de positie van deze makers, zowel juridisch als ethisch. Om ze te beschermen en te zorgen dat ze ergens een toevlucht kunnen vinden.’
Het gevaar bestaat dat er dan meteen weer instituties ontstaan die met regels komen, zoals het Commissariaat voor de Media. Dat streeft naar een juridische onderbouwing van de journalistieke code voor de publieke omroep met de mogelijkheid om sancties uit te delen als omroepjournalisten zich daar niet aan houden!
‘De dynamiek in deze nieuwe wereld kan niet helemaal zonder regels, maar het moet evenmin dichtgetimmerd worden met protocollen. Daarom wil ik de alternatieve media niet zien als onderdeel van het nieuws ecosysteem. Want deel zijn van een ecosysteem veronderstelt dat er op een gegeven moment een natuurlijk balans ontstaat. Maar balans kan ook leiden tot inertie en dan gebeurt er niets meer. We moeten de dynamiek niet verliezen, maar aan de andere kant het publiek wel laten zien, waarop je de nieuwemakers kunt aanspreken en hoe ze hun huiswerk doen. Dat is trouwens ook een advies dat Spreekbuis geeft in dit rapport’
Wat is de moraal van het verhaal?
‘Er ligt voor creator journalisten een grote kans om meer de nadruk te leggen op gedeelde verhalen. Maar we moeten ook ontspannen met deze ontwikkelingen omgaan. Ik wijs op het boek ‘Zwemmen in de oceaan’ van de Nederlandse filosofe Miriam Rasch. Hoe ga je om met al die verschillende bronnen van informatie die over je heen duikelen en waar je totaal geen wijs meer uit kunt? Ze pleit voor ‘bestudeerde nonchalance’. Ze heeft twee adviezen: als je een spanend videootje ziet en het is een reel op Instagram bedenk dan: ik heb meer informatie nodig om er een oordeel over te kunnen vormen. Dat is het bestudeerde. Maar ze zegt tegelijk: leer ook om het je allemaal niet persoonlijk aan te trekken. Zet het van je af en ga op tijd bingwatchen op Netflix. Dat is de nonchalance.’
Welk advies heb je voor startups die in de digitale wereld willen stappen met een eigen mediaplatform?
‘Kijk naar de adviezen in het rapport van Spreekbuis: die zijn allemaal heel gezond. Wees transparant. Vraag je af, waarom je dit wilt en wat je wilt bereiken. Het gaat er niet om NRC te halen of in een talkshow te verschijnen. Houd je eigen doel voor ogen. En wat je ook doet; doe het niet alleen, maar zorg voor een netwerk.’
TON VERLIND
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

1 Trackback / Pingback
Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.