
De NPO vraagt Nederlanders mee te denken over de toekomst van de publieke omroep. Via een online publieksraadpleging wil de organisatie weten wat kijkers en luisteraars belangrijk vinden, wat zij missen en welke rol de publieke omroep volgens hen de komende jaren moet spelen.
De centrale vraag van het onderzoek luidt: wat verwachten Nederlanders van de publieke omroep? De uitkomsten worden gebruikt voor het nieuwe concessiebeleidsplan voor de periode 2029–2033. In dat plan leggen de NPO en de omroepen vast welke rol de publieke omroep wil vervullen en welke ambities daarbij horen. De vragenlijst staat tot 10 juli open en het invullen kost ongeveer tien minuten. Na de zomer volgen groepsgesprekken en in het najaar verschijnt een eindrapportage. Het beleidsplan wordt in 2027 ter goedkeuring voorgelegd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het onderzoek wordt uitgevoerd via onderzoeksbureau Miles Research. Volgens de NPO wordt de vragenlijst ook voorgelegd aan 2.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder die samen een representatief deel van de bevolking vormen. Daarnaast worden gebruikers van NPO Start, omroepleden en andere geïnteresseerden uitgenodigd om mee te doen.
Wat vraagt de NPO precies?
De vragenlijst begint met de vraag of mensen gebruikmaken van het aanbod van de publieke omroep. Daarbij noemt de NPO onder meer televisie op NPO 1, 2 en 3, de NOS-app, NPO Start, NPO Radio, NPO Luister, podcasts, maar ook de YouTube-kanalen, Instagram- en TikTok-kanalen, omroeplidmaatschap en evenementen zoals Serious Request, het Zapp Zomerfeest en het Top 2000 Café.
Opvallend is de vraag waar de publieke omroep meer aandacht aan moet besteden om relevant te blijven. Respondenten mogen daar minimaal één en maximaal twee antwoorden kiezen. De opties gaan onder meer over het laten zien wat er in Nederland leeft, meer aandacht voor wat er in de wereld gebeurt, samenwerking met YouTubers en influencers buiten het Hilversumse netwerk, betere toegankelijkheid, het controleren en duiden van AI-gegenereerd nieuws, betere beschikbaarheid op digitale platforms zoals NPO Start, YouTube, social media en eventueel streamingdiensten als Netflix en Disney+, en het bereiken van jongere generaties.
Verder vraagt de NPO of de publieke omroep meer direct contact moet hebben met het publiek, bijvoorbeeld via vragen aan makers, deelname aan opnames, online gesprekken of door vaker het land in te gaan. Tot slot volgen achtergrondvragen over leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en provincie.
Op papier bevat de raadpleging relevante vragen. De NPO vraagt niet alleen naar programma’s, maar ook naar vertrouwen, politieke onafhankelijkheid, pluriformiteit, bereik onder jongeren, digitale vindbaarheid en de rol van AI. Dat zijn precies de thema’s waar de publieke omroep de komende jaren op afgerekend zal worden.
Toch roept de opzet ook vragen op. De representatieve steekproef van 2.000 Nederlanders is waardevol, maar daarnaast worden ook NPO Start-gebruikers, omroepleden en bezoekers van de NPO-site uitgenodigd. Die bredere open raadpleging kan nuttige signalen opleveren, maar is niet automatisch representatief. Juist mensen die al betrokken zijn bij de publieke omroep zullen eerder geneigd zijn de vragenlijst in te vullen. Marketing Report merkte al eerder ook op dat niet duidelijk is hoe het geheel naast de 2.000 geselecteerde deelnemers representatief wordt gemaakt.
Daarnaast valt op dat veel voorbeelden in de vragenlijst afkomstig zijn uit het bestaande NPO-aanbod. Dat helpt respondenten om de categorieën te herkennen, maar het kan ook sturend werken. Wie vraagt naar de toekomst van de publieke omroep, zou ook scherper kunnen vragen welke activiteiten juist minder prioriteit verdienen. In de huidige opzet ligt de nadruk vooral op wat belangrijk is en wat beter kan, minder op scherpe keuzes, maar wellicht is dat ook lastiger in te vullen voor een gemiddelde Nederlandse consument.
Ook vragen of de NPO vooral jongeren moet bereiken, AI-nieuws duiden, toegankelijker worden, meer buiten Hilversum kijken of beter beschikbaar zijn op commerciële platforms? Tegelijkertijd is het de vraag of zulke grote strategische keuzes zich goed laten vangen in één meerkeuzevraag.
Voor het concessiebeleidsplan 2029–2033 is een publieksraadpleging een juiste keuze, maar maatschappelijk gezien komt deze raadpleging wel erg laat. De publieke omroep zit al midden in discussies over bezuinigingen, hervorming, politieke druk, dalend lineair mediagebruik en de vraag hoe jongeren nog bereikt moeten worden. Ook juridisch en bestuurlijk is de sector volop in beweging; de hervorming richting 2029 vraagt volgens mediadeskundigen juist tempo, omdat het wetgevingstraject nog moet worden doorlopen. Veel vragen die nu aan het publiek worden gesteld over vertrouwen, pluriformiteit, onafhankelijkheid en digitale zichtbaarheid immers spelen al jaren. Klaarblijkelijk wordt de noodzaak nu pas echt gezien om het publiek erbij te betrekken. En daarnaast is luisteren naar het publiek is één ding. Laten zien dat die publieke stem daadwerkelijk invloed heeft op programmering, platforms, omroepstructuur en prioriteiten is iets anders.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
