
Het was geen 1 aprilgrap, de opheffing van de afdeling Digitaal bij de VPRO begin dit jaar. Opgericht in 1994 was het de allereerste digitale afdeling bij een Nederlandse omroep, vér voordat internet doorbrak. Een terugblik met afdelingshoofd Erwin Blom op de hoogtepunten en de impact van VPRO Digitaal.
door William Valkenburg
De afdeling Digitaal, gevestigd op de zolder van een van de VPRO-villa’s, markeerde niet alleen de start van de ontwikkeling van internet bij de publieke omroep, maar bleef decennialang de grenzen opzoeken en stuwde creatieve innovatie op het mediapark. De activiteiten worden in de toekomst opgesplitst in twee entiteiten: Medialab en De Digitale Villa. Is dit een door bezuinigingen bij de NPO gedwongen vorm van kapitaalvernietiging of een logische strategische keuze gericht op de toekomst? Erwin Blom was hoofd van VPRO Digitaal van 1999 tot 2007.
Wat ging er door hem heen toen hij hoorde over de opheffing? “Dat vond ik wel een dingetje, al kun je er ergens een logische gedachte achter zien door de knip tussen innovatie en het beheer van bestaande sites. Ik vraag me af: wordt digitaal hiermee nou belangrijker of juist minder belangrijk voor de omroep? Dat weet ik simpelweg niet, we gaan het zien. In mijn tijd was dat op die zolderkamer allemaal nog één geheel, maar ik heb over de huidige koers geen oordeel. Natuurlijk roept zo’n einde nostalgie op, want die hele periode bij de VPRO is voor mij persoonlijk enorm belangrijk geweest. Het was een bijzondere fase in de mediageschiedenis en het begin van veel vernieuwing, dat is toch echt het allermooiste.”
De zolder
Erwin begon in de wereld van de muziek. In 1994 werkte hij voor Radio 3 (nu 3FM), waar hij documentaires en interviews maakte. De omslag kwam toen zijn toenmalige Radio 3-chef, Gerard Walhof, hem attendeerde op een klein clubje mensen dat drie villa’s verderop op een zolderkamer met ‘internet’ bezig was: “Blom, je moet eens gaan kijken daarboven op die zolder. Dat ga jij leuk vinden.”
Blom geeft toe dat hij nog een groentje was: “Eerlijk gezegd wist ik toen helemaal nog niet zoveel van internet. Het was me allemaal een klein beetje ontgaan.” Maar toen hij eenmaal op die zolder in gesprek raakte met de mensen achter de grijze computerschermen, zag hij direct de potentie voor het vertellen van verhalen. Dat had alles te maken met zijn eigen achtergrond: “Ik kwam uit de punkperiode. We gingen toen onze eigen blaadjes maken en verkopen. Ik dacht van oké, dat was een papieren blaadje, nu kunnen we ineens onze eigen zender beginnen. Dat was voor mij al heel snel de belofte.”
Hij positioneerde zich als maker die de brug sloeg naar de techniek, door websites en interactieve elementen bij radioprogramma’s te verzinnen. Sommige VPRO-collega’s zagen internet als een bedreiging of een zinloze hobby. Toen Blom zich chef bij Radio 3 een tijdje verving, moest hij bij Arend Jan Heerma van Voss komen, de toenmalige eindredacteur radio. “Daar trof ik een aantal radiomakers tegenover me, want die waren naar hem toe gegaan met protest omdat er te veel aandacht naar internet ging. Ik werd dus op het matje geroepen.”
3voor12
Het absolute hoogtepunt in Erwin’s loopbaan was de oprichting van 3voor12. Dit platform ontstond als reactie op de ‘horizontalisering’ van 3FM, waarbij de eigenzinnige programmering van de VPRO steeds verder naar de nacht werd gedrongen. In plaats van te klagen, besloot de afdeling te laten zien dat de toekomst van media niet lineair was, maar on-demand en gepersonaliseerd. Op 3voor12 werden kleine publieken – van hiphop-fans tot liefhebbers van alternatieve roots – op maat bediend. Het succes van dit model bewees dat een omroep relevant kon blijven door als gids te fungeren in een versnipperd landschap. Dit succes werd mede mogelijk gemaakt door visionaire bestuurders als Peter Schurs, die geld weghaalde bij traditionele media om het in digitaal te investeren, ondanks de interne weerstand.

Toen de VPRO de radioprogramma’s online ging aanbieden, meldde Sony zich bij de afdeling. Erwin draaide de rollen om. “Wij zeiden toen: vervelend, maar wij willen onze programma’s aanbieden aan het publiek, zodat die ze ook op een eigen moment kunnen beluisteren en dat is toch echt iets belangrijker dan die plaat. Dus dat betekent dat we jullie muziek ook niet meer op de radio kunnen draaien.” Sony koos eieren voor z’n geld en gaf het verzet op. “Toen mochten we Oasis ook weer draaien.” Volgens Blom hielp het dat de VPRO onderdeel was van de publieke omroep en dat de zenders veel macht en invloed hadden.
Een baanbrekende innovatie bij 3voor12 was de Luisterpaal. Het was een digitale variant op de fysieke ervaring van de platenzaak, waar je met een koptelefoon nieuwe albums kon ontdekken. Platenlabels waren huiverig. Erwin: “De vraag was natuurlijk: gaat dat ten koste van de verkoop of is het reclame voor de verkoop? Nou, wij beweerden het laatste en dat konden we gelukkig ook aantonen.” Om dat te testen brachten ze een eerder uitgebrachte plaat via de Luisterpaal onder de aandacht en die daar: de verkoop steeg. Zo liet 3voor12 zien dat de toekomst van media niet in restricties lag, maar in het bedienen van de nieuwsgierigheid van het publiek.
Bandbreedte
Ook de financiële grenzen werden opgezocht. In de begindagen van videostreaming waren de bandbreedtekosten astronomisch. En steeds meer mensen kregen een ISDN- of een ADSL-aansluiting thuis, dus het ging ineens hard. Tijdens een van de eerste keren dat Pinkpop online werd uitgezonden bij 3voor12, was het volledige streamingbudget, zo’n 100.000 gulden, al op de eerste zaterdag helemaal op. Blom: “Dus ik die avond directeur Peter Schurs bellen en vragen wat te doen, want de zaterdag was van de drie dagen ook nog eens de minst interessante. Hij zei: ‘Nou ja, we zien het wel. Het is belangrijk dat we dit ook onderzoeken.’”
Een ander financieel dieptepunt was een interactieve tv-uitzending via de kabel in Gouda. Er was veel geld geïnvesteerd in het bouwen van een systeem waarmee kijkers live mee konden spelen met de Wetenschapsquiz. Daar was maanden aan gewerkt. “Op de dag van de uitzending ging het mis omdat degene die het systeem moest activeren bij de kabelaar, het vergeten was.”
Bieslog
Een cruciale bondgenoot in het legitimeren van de digitale weg was Wim de Bie. Met zijn Bieslog bewees hij dat nieuwe techniek leidt tot nieuwe inhoud. Hij omarmde de vrijheid van het web om dingen te doen die op televisie nooit zouden passen, zoals een webcam op een tunneltje in Zweden plaatsen. De Bie was voor Erwin een ambassadeur die met een “kinderlijke openheid en bewondering” de mogelijkheden van zijn digitale rugzak verkende. “Het was voor hem een bevrijding van de druk van een miljoenenpubliek.”
De VPRO excelleerde later in projecten die de grenzen van crossmedialiteit opzochten. Grote producties zoals Beagle, in het kielzog van Darwin en Nederland van boven lieten zien hoe tv en internet elkaar kunnen versterken door data-visualisaties en live-interactie. In Nederland van boven kon men bijvoorbeeld een meeuw met een zendertje volgen. Op de kaart zag je ‘m vliegen van Texel naar Amsterdam en via Utrecht weer terug naar Texel. Dat bood een nieuw perspectief op de werkelijkheid.
Vervlogen
Bij de programma’s zaten uitgebreide websites met verdieping en interactieve elementen. Jaren later zijn de tv-uitzendingen nog wel terug te kijken, maar de websites zijn ‘vervlogen’. Crossmedialiteit werkt volgens Blom het beste als iedereen ook echt samenwerkt. “Je zag al snel dat de webredacteur alleen het web deed, ieder zijn eigen ding. Het waren ook complexe projecten, alleen al door de hoeveelheid mensen die eraan werkten.”
Een probleem met televisie is dat het altijd korte seizoenen zijn, zegt Blom. “Zes afleveringen, tien, twintig misschien, en weer een tijdje niets. Ik vond: we moeten er het hele jaar zijn.” De VPRO had een wetenschapsprogramma op televisie én op de radio. “Die twee hebben we bij elkaar gevoegd, daar hadden we al iets heel goeds. En dan de quiz erbij. Dan konden we het hele jaar door iets maken met relatief weinig middelen. Dat hebben we bij geschiedenis ook gedaan: OVT op de radio, Andere Tijden op televisie.”
Vandaag de dag ziet Erwin Blom een herhaling van de democratisering die hij in 1994 op de zolderkamer zag. Dankzij AI kan hij nu in zijn eentje dingen doen waar hij vroeger een hele afdeling voor nodig had. Hij beschouwt zichzelf als een ‘eenmanszender’ die via nieuwsbrieven en sociale kanalen een direct publiek bereikt. De macht verschuift definitief van de instituten weg: “Nog meer macht voor de makers. Dat is in ieder geval mijn conclusie.” Toch is hij niet louter optimistisch. De grootste dreiging van AI is volgens hem de erosie van het maatschappelijk vertrouwen. “Dat mensen geen plaatje meer geloven, geen video meer geloven, geen uitspraak meer geloven. Dat vind ik maatschappelijk heel zorgelijk.”
Eigenwijs
Als Blom het nu voor het zeggen zou hebben bij de NPO, zou hij het hele systeem radicaal omgooien: “Het is makkelijker iets nieuws te beginnen dan iets bestaands te veranderen.” Hij pleitte indertijd bij de VPRO voor het opsplitsen van de omroep in een krachtige vereniging (community) en een onafhankelijk productiebedrijf. Niet meer verplicht uren vullen op zenders, maar programma’s maken voor de leden van de vereniging en voorstellen doen aan de NPO. De publieke omroep zou in zijn ogen een kraamkamer moeten zijn: “De voorhoede die nieuwe wegen verkent, die daarna door de commercie kunnen worden ingeslagen.”
Zijn uiteindelijke advies aan de VPRO bij het afscheid van de digitale afdeling is een echo van zijn eigen pioniersjaren: “Blijf experimenteren, blijf eigenwijs en over die grenzen gaan. Dat is de rode draad van toen en van nu. In een wereld die steeds versnipperder raakt, ligt de kracht van een omroep niet in de massa, maar in de moed om de grens op te zoeken, zelfs als het budget op de eerste dag al op is.”
beluister het interview:
De banden zijn misschien gewist, maar de verhalen zijn er nog. Lees Recorder Magazine, tijdschrift over de geschiedenis van de Nederlandse radio en tv. Voor en door mediamakers van toen en nu. Neem een abonnement via Recordermagazine.nl/abonneer
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
