
De belangstelling voor en het vertrouwen in nieuws is het afgelopen jaar opnieuw afgenomen. Dat meldt het Commissariaat voor de Media in Digital News Report Nederland 2026 dat kortgeleden verscheen.
Voor die ontwikkeling zijn vele verklaringen, maar dit is in mijn visie een van de belangrijkste: steeds meer mensen verliezen het vertrouwen in het nieuws, vooral ook, vanwege de vorm waarin het wordt aangeboden. Het gaat niet meer over hún wereld en hún problemen. Ze worden meegetrokken in een verhaal dat niet langer het hunne is, verteld door ego’s waarnaar ze niet meer wensen te luisteren, beïnvloed door stakeholders die ze niet meer vertrouwen. Ze zijn het beu dat de nieuwsagenda wordt bepaald door de voorlichters van de gevestigde orde in samenwerking met de grote mediabedrijven.
Deze ontwikkeling is niet meer te stoppen
We kunnen dat betreuren, maar het is niet anders en deze ontwikkeling is evenmin nog te stoppen. Steeds meer nieuwsconsumenten -jongeren meer dan ouderen- veranderen hun nieuwsroutine en vertrekken voor hun dagelijkse nieuwsbehoefte naar social media. Daar wordt door journalisten overwegend negatief of zorgelijk op gereageerd, maar het is de nieuwe werkelijkheid waaraan we moeten wennen. Moderne nieuwsconsumenten zoeken het nieuws niet meer bewust op; ze komen het tijdens hun tocht op social media per ongeluk tegen. Nou ja; zo per ongeluk is het niet. Big Tech stuurt de door Big Tech goedgekeurde informatie via algoritmen met verve op ze af. Er ligt een behoorlijke uitdaging om daar opnieuw grip op te krijgen.
De discussie over deze ontwikkeling loopt via bekende lijnen: de krant, de televisie en de radio worden door zichzelf gezien als betrouwbare informanten; de alternatieve mediaplatforms op social media zitten in de verdachtenbank. Ze krijgen standaard negatieve labels opgeplakt. Het is de vraag of dat nog langer houdbaar is, omdat het publieke debat zich meer en meer naar de digitale wereld verplaatst. Het zijn daar niet allemaal boeven, maar veelal ook gepassioneerde opiniemakers die met oprechte bedoelingen participeren, vaak op specialistische terreinen en dan ook nog met een grotere kennis van zaken dan de usual suspects in de mainstream, waar ‘mannen en vrouwen die het menen te weten’ vaak net te lang op hun post blijven zitten.
De persoonlijke nieuwsmerken worden te gemakkelijk in een kwaad daglicht gesteld. Ze zijn in de visie van hun critici te onafhankelijk, plaatsen zich buiten de gebruikelijke controle van NVJ , Commissariaat voor de Media en Ombudsman van de publieke omroep, ze zijn activistisch en zijn soms ook ronduit onbetrouwbaar. Dat is een gruwel voor wie van centrale regie houdt. Maar een uitdaging voor wie gelooft in pluriformiteit.
Kranten en omroepen, ooit het toonbeeld van diversiteit, groeien steeds meer naar elkaar toe. Op social media krijgt pluriformiteit juist nieuwe betekenis. Soms verknipt, maar vaak ook waardevol. Omdat we gebrainwasht zijn in denken binnen linkse of rechtse fastfoodframes zijn we verleerd om op eigen kracht de waarde van informatie nog te beoordelen. Dat probleem moet niet worden opgelost door die nieuwe media in het goedgekeurde kader van morele scherpslijpers te frummelen, maar door binnen de regels van de wet vrij baan te geven aan het publieke debat, ook al vliegt het af en toe uit de bocht. Censuur inclusief zelfcensuur is geen oplossing.
Wegvallen van een gedeelde werkelijkheid is een gevaar voor de democratie
Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant maakt zich zorgen over deze ontwikkelingen. Hij wijst in zijn commentaar (woensdag 17 juni 2026) op het belang voor een samenleving van het hebben van een ‘gedeelde werkelijkheid’. Als die verdwijnt en uiteenvalt in parallelle werelden -en dat gebeurt, voeg ik daaraan toe- is dat een bedreiging voor de democratie, schrijft hij.
Zijn zorgen zijn ongetwijfeld oprecht, maar ligt daaronder niet ook de angst voor verlies van regie? Die was in de achterliggende decennia onafgebroken in handen van de grote media. Zij waren namens de machthebbers de poortwachters van het nieuws en bepaalden het narratief en daarmee de kleur van de opiniëring. De laatste jaren gebeurt dat in toenemende mate met uitsluiting van onwelgevallige opinies. Daarvan kennis nemen wordt door de mainstream ontmoedigd, bijvoorbeeld door er negatieve labels op te plakken. Uitgerekend ook de Volkskrant van Klok heeft vanuit zijn links ideologische koers Nederland inmiddels verdeeld in deugers en niet-deugers.
Het Digital News Report laat zien dat het isoleren van de tegenstander zijn kracht heeft verloren. De geblameerden keren zich af van institutionele nieuwsverschaffers en nestelen zich op social media in de warmte van kleinschalige, persoonlijke nieuwsmerken. Die groeien exponentieel. 45% Van de jongeren tussen 19 en 24 jaar volgen online nieuwsmakers en influencers. Een groot deel van het publiek is er klaar mee. Dat verdenkt, zo blijkt ook de rapportage van het Commissariaat, politiek en eigenaren van de grote nieuwsmerken ervan de informatiestroom te sturen. Het is dus niet zonder eigenbelang dat de mainstreammedia het druk hebben met het plakken van negatieve labels op de alternatieve media.
Het is tijd voor een herwaardering. De waarde van social media zit juist in de veelheid aan visies. We moeten alleen nog leren om met die nieuwe werkelijkheid om te gaan.

De opkomst van boetiekmedia
Jarin Wahl-Jorgensen, professor aan de School of Journalism, Media en Culture van Cardiff University, wijst er in een artikel op de internationale nieuws- en opiniewebsite The Conversation op dat deze nieuwsmerken deel uitmaken van een transformatie die niet meer te stoppen is. Ze gebruikt de liefdevolle term boetiekmedia. In haar visie gaan die specialistische mediawinkels een steeds belangrijkere rol spelen binnen het nieuwsecosysteem.
Daarbij doet zich een paradox voor. Het nieuwsgebruik via social media neemt weliswaar toe, maar het nieuws dat er wordt aangeboden wordt tegelijk niet vertrouwd. Ik wil het nuanceren: nieuwsconsumenten moeten er nog mee leren omgaan. Die verantwoordelijkheid ligt bij henzelf, niet bij toezichthoudende instituten zoals het Commissariaat voor de Media dat pleit voor wettelijke regels waaraan (omroep)journalisten zich zouden moeten houden op straffe van sancties.
Een revolutie die de mediawereld zal veranderen
Deborah Turness, voormalig directeur van BBC News is ervan overtuigd, dat ‘we getuige zijn van een revolutie die het nieuws voor een nieuwe generatie consumenten hervormt’. De nieuwsvoorziening van de toekomst verschuift ook in haar visie van instituties naar individuen, van grote mediabedrijven naar persoonlijkheden, van publieke omroepen naar onafhankelijke journalisten, aldus Turness.
Deze ontwikkeling kent ook zijn keerzijde. Steeds vaker wordt content geconsumeerd die specifiek is afgestemd op de persoonlijke interesses van de ontvanger, in plaats van nieuws dat voortkomt uit een gezamenlijke nieuwsagenda. ‘Met de opkomst van boetiekmedia zien we steeds vaker het belang van wat ‘affectieve autoriteit’ genoemd kan worden Dat is autoriteit die gebaseerd is op een emotionele band met het publiek. Wanneer persoonlijkheid belangrijker wordt dan journalistieke ervaring en vakmanschap, roept dat serieuze vragen op over de betrouwbaarheid van nieuws’, aldus het artikel in The Conversation.
Verlies aan pluriformiteit door machtsconcentraties
De zorgen van Klok over verlies van hegemonie van zijn nieuwsmerk is begrijpelijk, maar dat hij niet wat meer de hand in eigen boezem steekt, is minder logisch. Kende Nederland ooit een rijke variëteit aan kranten en omroepen, tegenwoordig zijn er feitelijk nog maar drie grote nieuwsconglomeraten over.
Allereerst is er DPG, het uitgeversconcern waartoe onder meer de Volkskrant, Trouw, Parool, het AD, NU.nl en RTL behoren. Wie deze titels volgt zal zien dat de Volkskrant, Het Parool en Trouw, ideologisch naar elkaar toegroeien. Meer van hetzelfde dus. Ook een groot aantal regionale kranten wordt uitgegeven door DPG. Die kranten worden met regionale aanpassingen vanuit eenzelfde visie gemaakt Daardoor ontstaat het beeld van een (vermeende) gedeelde waarheid terwijl dat beeld niet hoeft te stroken met wat er in de samenleving werkelijk leeft.
Naast DPG is er concurrent Mediahuis met De Telegraaf en NRC. Beide concerns zijn in Belgische handen.
Verder is er de publieke omroep die onder indirecte controle staat van de overheid en het Commissariaat voor de Media. Het medialandschap wordt dus ondanks een veelheid aan titels schraler en bovendien grotendeels gedomineerd door concerns die in buitenlandse handen zijn.
Onderzoeksjournalisten Kim van Keken en Joost Ramaer luiden hierover in NRC van 19 juni 2026 de noodklok. Aanleiding is de wens van DPG om op streamingdienst Videoland ook programma’s te gaan plaatsen van de publieke omroep. De Tweede Kamer ziet wel iets in die samenwerking. Een motie daarover werd met 138 tegen 12 stemmen aangenomen. De pleitbezorgers zien in een krachtenbundeling van NPO, RTL en Talpa de enige mogelijkheid om onafhankelijke journalistiek in de strijd tegen Meta, Google en X te beschermen. Maar volgens Van Keken en Ramaer is DPG zelf een techreus geworden. De NPO is vanwege zijn gemankeerde hybride organisatie een gemakkelijke prooi en niet opgewassen tegen dit commerciële geweld. Het concentreren van mediamacht zal dus nog wel even doorgaan. Onder leiding van topman Christian Van Thillo is diens mediaconcern verbouwd ‘van een printuitgever tot een datastofzuiger, die gegevens van zijn lezers verzamelt ten faveure van marketeers en adverteerders’. Data verkrijg je met clickbait en clickbait verkrijg je weer met uit de heup schietende columnisten die niet het verbinden van bevolkingsgroepen als uitgangspunt hebben, maar het aanwakkeren van polarisatie. Want dat scoort. Het is de vraag of het Commissariaat voor de Media die ontwikkeling ziet als een goed voorbeeld van ‘robuuste journalistiek’, waarvoor dit instituut zegt zich sterk te maken.
Hoe onafhankelijk zijn de redacties nog?
De kranten stellen hun lezers gerust door sterk te tamboereren op hun redactionele onafhankelijkheid. Natuurlijk paraderen hun Belgische eigenaren niet met instructies onder hun arm over de redacties. Maar er is wel degelijk sprake van inhoudelijke beïnvloeding. Die loopt langs de lijnen van het benoemingsbeleid van hoofdredacteuren en columnisten en bonussystemen. Datzelfde gebeurt bij de publieke omroepen, waar centrale sturing aan macht wint en de individuele omroepen aan invloed verliezen. De omroepverenigingen verbleken en maken zichzelf uiteindelijk overbodig. In dit verpieterende medialandschap is de opkomst van boetiekmedia als luis in de pels toe te juichen.
De oplossing
Wat is de oplossing voor de groeiende kloof? Die ligt bij de nieuwsconsument zelf. Die moet wennen aan het idee dat de wijsheid niet meer uitsluitend komt van zijn krant, zijn omroep of die ene website die functioneert als echoput van zijn eigen gelijk. ‘Het beste nieuwsdieet is een gevarieerd nieuwsdieet’, zegt professor Wahl-Jorgensen hierover. Moderne nieuwsconsumenten raken steeds meer aangewezen op hun eigen verantwoordelijkheid. Is nieuws schokkend, opwindend of te mooi om waar te zijn, controleer dan altijd waar het vandaan komt en wie belang heeft bij de verspreiding ervan. Overigens geldt die vraag ook voor de reguliere media. ‘Dat betekent actief op zoek gaan naar verschillende perspectieven, stemmen en nieuwsbronnen, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op wat sociale media-algoritmen ons voorschotelen’, zo stelt professor Wahl
Ik voeg daar een citaat aan toe van Bart Nijman van het Nederlandse boetiekmediamerk Nijmans Nieuwsbriefje. ‘Het is niet per definitie zo dat wat in de Volkskrant staat niet klopt. Maar ook al ben je geen fan van mij: kijk dan toch of het misschien ook waar is wat ik zeg.’
Zie ook dit interview met de journalist Nordin Gouddani die het online platform Mocro Inside in het leven riep. Hij legt o.a. uit waarom zijn initiatief binnen de publieke omroep in zijn visie geen kans zou hebben.
TON VERLIND
