Blog Guido van Nispen: Wanneer ‘geen commentaar’ het verhaal wordt

Er was een tijd dat de woorden geen commentaar vooral een procedurele betekenis hadden. Een journalist stelde een vraag, een bestuurder, politicus of organisatie wilde niet reageren en de lezer kreeg daarvan melding. Daarmee leek de zaak afgedaan. Tegenwoordig ligt dat anders. De twee woorden zijn uitgegroeid tot een onderdeel van het verhaal zelf en zeggen vaak evenveel over de verhouding tussen media, macht en publiek als de inhoud van het artikel waarin ze voorkomen.

Dat wordt mooi zichtbaar in twee recente Amerikaanse publicaties die vanuit tegengestelde richtingen naar hetzelfde verschijnsel kijken. Het Reynolds Journalism Institute onderzocht hoe nieuwsconsumenten reageren op de inmiddels bekende formulering no comment. Vrijwel gelijktijdig publiceerde Jessica Wiederhorn van The Media Integrity Project een beschouwing vanuit de positie van degene die onderwerp van berichtgeving is en geconfronteerd wordt met verzoeken om commentaar. Samen laten de publicaties zien dat de betekenis van stilte veel minder vanzelfsprekend is geworden dan journalisten en bestuurders soms denken.

De journalistieke veronderstelling is vaak helder. Wie een reactie vraagt en geen antwoord krijgt, heeft zijn werk gedaan. De mogelijkheid tot wederhoor is geboden en de verantwoordelijkheid voor het uitblijven van een reactie ligt vervolgens bij degene die ervoor kiest om niet te spreken. Het onderzoek laat echter zien dat het publiek dat moment anders interpreteert. Veel lezers zien een no comment als een aanwijzing dat iemand iets probeert achter te houden. Tegelijkertijd ontstaat er een tweede vorm van wantrouwen die minder vaak wordt besproken: een deel van het publiek vraagt zich af of de journalist wel voldoende moeite heeft gedaan om een reactie te verkrijgen. Niet alleen de bron wordt beoordeeld, maar ook het journalistieke proces zelf.

Juist dat laatste punt staat centraal in het artikel van Wiederhorn. Zij beschrijft hoe lezers vrijwel nooit kunnen zien wat er voorafgaat aan de woorden geen commentaar. Was er sprake van een daadwerkelijke weigering? Werd een reactie te laat aangeleverd? Is een inhoudelijk antwoord uiteindelijk niet gebruikt? Of werd een verzoek om commentaar verzonden op een moment waarop een zorgvuldige reactie feitelijk onmogelijk was? Haar punt is niet dat journalisten structureel onzorgvuldig werken. Integendeel. Zij stelt vooral vast dat het publiek geen zicht heeft op het proces achter de schermen en daardoor de neiging krijgt om de leegte zelf in te vullen.

Dat raakt aan een bredere ontwikkeling die ook in Nederland zichtbaar is. Bestuurders, politici en organisaties beschikken tegenwoordig over een arsenaal aan eigen communicatiekanalen en communicatie experts. LinkedIn, podcasts, nieuwsbrieven en sociale media maken het mogelijk om rechtstreeks met doelgroepen te communiceren zonder tussenkomst van een redactie. Daardoor verandert ook de functie van stilte. Niet reageren is niet langer uitsluitend een defensieve reflex, maar steeds vaker een bewuste communicatieve keuze. Wie zwijgt, voorkomt dat een journalist de kaders van het gesprek bepaalt en houdt de mogelijkheid open om op een later moment zelf het verhaal te presenteren.

Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie. Voor journalisten is een geen commentaarvaak bedoeld als een signaal van transparantie: wij hebben het gevraagd, maar kregen geen antwoord. Voor veel lezers werkt het precies andersom. Zij ervaren het als een gebrek aan transparantie omdat zij niet kunnen beoordelen wat er werkelijk is gebeurd. De stilte wordt daardoor een projectiescherm waarop iedereen zijn eigen interpretatie loslaat. De een ziet schuld, de ander arrogantie, een derde juridische voorzichtigheid en een vierde journalistieke haast.

Misschien verklaart dat waarom het meest interessante inzicht uit het onderzoek niet gaat over de weigering zelf, maar over de manier waarop die wordt beschreven. Het vertrouwen van lezers blijkt toe te nemen wanneer journalisten inzicht geven in hun inspanningen om een reactie te verkrijgen. Niet de mededeling dat iemand niet reageerde maakt het verschil, maar de uitleg hoe, wanneer en via welke weg contact is gezocht en of een reactie later nog kan worden toegevoegd. Transparantie over het proces blijkt overtuigender dan het registreren van de uitkomst.

Dat is een interessante gedachte voor een tijd waarin zowel journalistiek als instituties worstelen met vertrouwen. Misschien ligt de toekomst van wederhoor niet in de vraag of iemand commentaar geeft, maar in het zichtbaar maken van wat eraan voorafging. Want zodra stilte een onderdeel van het verhaal wordt, willen lezers niet alleen weten wie zweeg. Zij willen ook begrijpen waarom die stilte ontstond.