
De Nederlandse mediasector heeft nog flink werk te doen op het gebied van digitale toegankelijkheid. Dat blijkt uit de voorpublicatie van de Nationale Monitor Toegankelijkheid 2026, waarin 653 organisaties zijn onderzocht. In totaal werden meer dan 25.000 toegankelijkheidsfouten gevonden. Gemiddeld gaat het om 41 fouten per website. De mediasector zit daar met gemiddeld 56 fouten per tien onderzochte pagina’s ruim boven. Alleen de reis- en vakantiesector scoort slechter, met gemiddeld 61 fouten.
Dat is opvallend, omdat mediaorganisaties juist een publieke functie vervullen. Nieuws, journalistiek, omroepen, streamingdiensten en sociale media spelen een centrale rol in de informatievoorziening. Wanneer websites, video’s of klantenservice niet toegankelijk zijn, worden mensen met een beperking, laaggeletterden, ouderen of mensen die minder digitaal vaardig zijn feitelijk buitengesloten van nieuws, cultuur en maatschappelijke informatie.
Volgens de monitor zitten de problemen bij media vooral in de dynamiek van websites. Nieuwssites en journalistieke platforms veranderen continu. Er wordt veel gewerkt met bewegend beeld, automatisch afspelende video’s, interactieve elementen en snel wisselende content. Juist daar ontstaan vaak toegankelijkheidsproblemen. De onderzoekers constateren dat bij nieuws en journalistiek “heel dynamische websites” vaak leiden tot ontoegankelijke content, lastige teksten en kritische toegankelijkheidsfouten.
Ook video is een belangrijk aandachtspunt. Media gebruiken veel video, maar lang niet alle video’s zijn goed toegankelijk voor mensen die slechtziend of slechthorend zijn. Ondertiteling komt wel vaker voor, maar audiodescriptie of een goed transcript ontbreekt meestal. In de gehele monitor blijkt dat slechts 1,5 procent van de organisaties video’s aanbiedt met zowel ondertiteling als correcte audiodescriptie of transcript. Slechts 9 procent van de onderzochte video’s voldoet volledig aan de inhoudelijke toegankelijkheidseisen.
Toch is er ook een positief voorbeeld binnen de mediasector. De NOS wordt in de monitor genoemd als organisatie met goed begrijpelijke teksten. De NOS scoort volgens het onderzoek op taalniveau A2 en heeft een LiNT-score van 22,49. Dat is opvallend sterk voor een website met veel wisselende content. Daarmee laat de NOS zien dat snelheid, actualiteit en begrijpelijkheid wel degelijk samen kunnen gaan.
Op het gebied van transparantie doet de mediasector het redelijk, maar niet goed genoeg. Bij 46 procent van de mediaorganisaties ontbreekt een toegankelijkheidsverklaring. 37 procent heeft wel een verklaring, maar die voldoet niet aan de eisen. Slechts 17 procent voldoet wel. Daarmee scoort media beter dan sectoren als zorg, wonen, sport en onderwijs, maar blijft de sector ver verwijderd van volledige naleving.
De monitor wijst bovendien op een bredere ontwikkeling: hoe commerciëler en dynamischer een website is, hoe groter de kans op ontoegankelijkheid. Media vallen precies in die categorie. Veel mediaplatforms zijn gebouwd rond bereik, advertentie-inkomsten, engagement, video, banners, pop-ups en snelle contentverversing. Maar die commerciële logica botst regelmatig met de basisvraag: kan iedereen deze informatie eigenlijk wel gebruiken?
Dat is niet alleen een juridisch probleem, nu de European Accessibility Act sinds 28 juni 2025 geldt. Het is ook een journalistiek en maatschappelijk probleem. Media die toegankelijkheid niet serieus nemen, bereiken minder mensen, sluiten doelgroepen uit en ondergraven hun eigen rol als publieke informatievoorziener.
De les voor de mediasector is duidelijk. Toegankelijkheid mag niet worden gezien als technische bijzaak of compliance-verplichting. Voor media gaat het om de kern van hun opdracht: informatie beschikbaar maken voor iedereen. Dat betekent begrijpelijke teksten, toegankelijke videospelers, ondertiteling, transcripties, audiodescriptie, minder storende automatische elementen en duidelijke hulp voor gebruikers die vastlopen.
“Veel organisaties realiseren zich onvoldoende hoeveel mensen zij onbedoeld buitensluiten met ontoegankelijke websites of digitale diensten,” zegt Pim Teeuwisse. “Voor veel mensen betekent een ontoegankelijke website simpelweg dat ze geen afspraak kunnen maken, geen verzekering kunnen afsluiten of geen informatie kunnen vinden.”
De monitor laat zien dat digitale toegankelijkheid haalbaar is, ook voor organisaties met veel content en hoge publicatiedruk. Maar dan moet toegankelijkheid vanaf het begin onderdeel worden van redactie, techniek, design en distributie. Voor media is dat geen luxe. Het is een voorwaarde om relevant, inclusief en betrouwbaar te blijven.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
