
Met zes schrijvers, een eigen toon en een vaste groep trouwe lezers behoort GeenStijl al bijna 25 jaar tot een van de bekendste onafhankelijke nieuwssites van Nederland. Waar veel alternatieve media pas de laatste jaren zijn ontstaan, bestaat GeenStijl al sinds de begindagen van het internet. Volgens hoofdredacteur Frank Tieskens zit de kracht van het platform niet in politieke kleur of bereik, maar in het brengen van nieuws op een manier die andere media vaak niet doen. Voor Tieskens is de term ‘alternatief medium’ lastig. “Wanneer is iets alternatief en wanneer niet?” vraagt hij zich af. “GeenStijl is gewoon mijn favoriete medium. Daarom wilde ik er werken en daarom werk ik er nog steeds.”
Volgens hem onderscheidt GeenStijl zich vooral door de manier waarop nieuws wordt gebracht. Waar traditionele media vaak de indruk wekken volledig objectief te zijn, kiest GeenStijl bewust voor een andere aanpak. “Wij zijn zes schrijvers met een eigen mening, een eigen stijl en een eigen manier van nieuws brengen. De ene keer schrijven we een opiniestuk, de andere keer een journalistiek onderzoek, een commentaar op het nieuws of gewoon een flauwe grap.” Dat betekent niet dat journalistiek geen rol speelt. Integendeel. Regelmatig publiceert GeenStijl onderzoeksverhalen waarbij onder andere hoor en wederhoor worden toegepast. Tieskens noemt als voorbeeld een onderzoek naar de invloed van een Turkse diplomaat op de Islamitische Stichting Nederland. “Dan proberen we zo traditioneel journalistiek mogelijk te werk te gaan. Alleen zijn wij geen klassiek journalistiek medium met een redactiestatuut of allerlei protocollen.”
Gezond verstand
Volgens Tieskens schuilt juist daarin de kracht van GeenStijl. Waar traditionele media volgens hem vaak sterk leunen op procedures en journalistieke routines, probeert GeenStijl meer vanuit gezond verstand te redeneren. Als voorbeeld noemt hij een verhaal over een NRC-correspondent die interviews had gepubliceerd die volgens GeenStijl nooit hadden plaatsgevonden. “De hoofdredacteur zei dat alle processen netjes waren gevolgd. Maar het resultaat was wel dat er onzin in de krant stond. Wij proberen daarom meer vanuit gezond verstand naar nieuws te kijken.”
Dat zorgt er volgens hem voor dat GeenStijl regelmatig invloed heeft op het publieke debat. Verhalen leiden geregeld tot Kamervragen of politieke discussies. Een voorbeeld daarvan was een interne taalgids van het ministerie van Onderwijs die GeenStijl openbaar maakte. In die gids stonden richtlijnen voor taalgebruik binnen het ministerie. Het onderwerp leidde tot veel politieke discussie en werd zelfs een belangrijk onderdeel van het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Volgens Tieskens laat dat zien dat verhalen van GeenStijl daadwerkelijk invloed kunnen hebben op het publieke debat.
Toch is impact volgens hem niet het hoofddoel. “Het doel is gewoon iedere keer een zo goed mogelijk verhaal maken. Als dat veel bereik oplevert is dat mooi meegenomen. Als het Kamervragen oplevert ook. Maar uiteindelijk willen we vooral dat mensen ieder uur iets lezen waarvan ze denken: hé, daar had ik nog niet zo naar gekeken.”

Trouwe achterban
Die lezers vormen inmiddels een belangrijk onderdeel van het verdienmodel. Hoewel advertenties nog steeds de grootste inkomstenbron zijn, probeert GeenStijl steeds meer te bouwen aan een groep premiumleden. Dat is niet vanzelfsprekend. Juist omdat adverteerders in het verleden regelmatig afhaakten vanwege de controversiële reputatie van het platform.
Volgens Tieskens maakt dat steun van lezers extra belangrijk. “Het is voor onze onafhankelijkheid heel fijn als je ook echt door lezers gesteund wordt. Alleen is het moeilijk om mensen te laten betalen voor iets dat ze al gratis kunnen lezen.” Daar zit volgens hem ook een dilemma. De filosofie van GeenStijl is namelijk dat alles openbaar toegankelijk moet blijven. “Wat wij schrijven moet voor iedereen leesbaar zijn. Dat zit in het DNA van GeenStijl. Als je impact wilt maken, moet iedereen het kunnen lezen.”
Voor Tieskens zijn die trouwe lezers zelfs belangrijker dan losse pieken in bereik. “Ik wil dat mensen ieder uur terugkomen en iets lezen waarvan ze denken: daar had ik nog niet zo naar gekeken.” Volgens hem is dat uiteindelijk waardevoller dan één verhaal dat tijdelijk veel aandacht trekt.
Journalistiek zonder pretentie van neutraliteit
Hoewel GeenStijl zichzelf niet ziet als een traditioneel journalistiek medium, zegt Tieskens dat fouten wel degelijk serieus worden genomen. Zeker bij liveblogs en snel nieuws kan informatie later onjuist blijken. “Als wij ontdekken dat iets niet klopt, passen we dat direct aan of plaatsen we een rectificatie,” zegt hij. Volgens hem is dat juist een voordeel van online journalistiek. “Je kunt meteen corrigeren zodra nieuwe informatie beschikbaar komt.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat GeenStijl geen neutraal medium probeert te zijn. “Wij hebben geen pretentie van objectiviteit. We maken verhalen die wij zelf belangrijk of interessant vinden.” Juist die openheid vindt hij eerlijker dan doen alsof iedere journalist volledig neutraal kan zijn.
Internet boven instituties
Volgens Tieskens is GeenStijl ook een product van een andere tijd. Toen de site begon, namen veel traditionele media internet nog nauwelijks serieus. Juist daardoor ontstond ruimte voor nieuwe spelers. “GeenStijl komt uit een tijd dat traditionele media internet links lieten liggen”, zegt hij. Die voorsprong voelt hij nog steeds. Waar veel nieuwsorganisaties afhankelijk zijn van redacties, vergaderingen en vaste werkwijzen, kan GeenStijl volgens hem sneller inspelen op ontwikkelingen. “Wij zijn zes schrijvers die zelf bepalen waar we over schrijven. Daardoor kunnen we snel schakelen en direct inspelen op ontwikkelingen die wij belangrijk vinden.”
Bevoogdend

De grootste kritiek van Tieskens op traditionele media gaat niet over snelheid of bereik, maar over houding. Volgens hem nemen veel traditionele media te vaak een opvoedende rol aan. “Bij onderwerpen als migratie of klimaat zie je vaak de houding: als mensen het nou maar goed uitgelegd krijgen, dan hebben ze vanzelf de juiste mening. Dat vind ik een onjournalistieke houding.” Volgens hem zouden media zich meer moeten richten op informeren dan op overtuigen. “Je bent er om mensen te informeren, niet om ze op te voeden.”
Juist daarom ziet hij een belangrijke rol voor GeenStijl. “Er zijn onderwerpen waar andere media niet in duiken en waar wij dat wel doen. Soms gaat het om belangenverstrengeling, soms om politieke gevoeligheden. Dan is het goed dat er een medium is dat daar wel achteraan gaat.”
Twee redacteuren met een laptop
Ondanks de groei van sociale media en de dominantie van grote nieuwsorganisaties heeft Tieskens vertrouwen in de toekomst van GeenStijl. Vooral omdat snelheid en specialisatie volgens hem steeds belangrijker worden. “Wat je tegenwoordig ziet, is dat twee redacteuren met een laptop soms sneller kunnen zijn dan een redactie van honderden mensen. Zeker bij internationaal nieuws of liveblogs kun je grote organisaties soms gewoon voorblijven.”

Over vijf jaar hoopt hij vooral dat de site nog steeds dezelfde rol vervult. “Dat we op een unieke, scherpe, grappige manier het nieuws blijven volgen. En dat steeds meer mensen die dat waarderen ons ook willen steunen.”
Want uiteindelijk draait het volgens hem niet om de vraag of GeenStijl alternatief is of niet. “Wij doen gewoon wat wij belangrijk vinden. Nieuws brengen dat anderen laten liggen.”
Kijk hier voor andere interviews in deze reeks

