
Het kabinet wil een minimumleeftijd voor sociale media. Het klinkt daadkrachtig, maar het is ‘quatsch’. Uit een panelstudie van de Universiteit van Amsterdam onder ouders van kinderen tussen de 10 en 15 jaar blijkt dat slechts 42% vóór een totaalverbod op sociale media is. Een meerderheid is daar dus juist niet voor.
Sociale media brengen uiteraard uitdagingen met zich mee, ook voor de mediasector. Maar het is een fundamentele denkfout om sociale media te zien als een losstaand probleem dat je voor jongeren simpelweg kunt “uitzetten”. We leven in een relatief open internetomgeving waarin sociale media een integraal onderdeel zijn geworden van nieuwsvoorziening, educatie, sociale interactie en identiteitsvorming en zelfs van de ontwikkeling van sociale vaardigheden bij kinderen.
Dopamine triggers
Zo’n 60% van de jongeren haalt nieuws via sociale media, blijkt uit onderzoek van het Commissariaat voor de Media. Dat kun je betreuren, maar niet negeren. Wie sociale media verbiedt, sluit jongeren niet alleen af van een app, maar van een groot deel van de digitale samenleving. Het probleem is niet dat een 14-jarige op TikTok zit. Het probleem is dat platforms als TikTok zijn ontworpen om gebruikers zo lang mogelijk vast te houden, met ‘infinite scroll’, ‘dopamine-triggers’ en geavanceerde aanbevelingsalgoritmes. Dat is de kern van hun verdienmodel , terwijl er ook alternatieven denkbaar zijn zonder deze vaak agressieve, verslavende ontwerpkeuzes (waar ook geld mee verdiend kan worden).
Nokia 3310
Via regelgeving zoals de Digital Services Act en de aankomende Digital Fairness Act heeft de politiek juist op dit punt invloed. Toch wordt nu gekozen voor een relatief simpele maatregel: een minimumleeftijd van 15 jaar. Dat is niet alleen symboolpolitiek, maar ook lastig uitvoerbaar. Jongeren vullen eenvoudig een andere leeftijd in of gebruiken accounts van oudere familieleden. Bovendien kan strengere controle leiden tot extra dataverzameling en daarmee privacyrisico’s. Daar komt bij dat het begrip ‘sociale media’ steeds diffuser wordt. De verschillen tussen platforms als TikTok, YouTube, Discord en WhatsApp zijn de afgelopen jaren kleiner geworden. Als al deze diensten onder één noemer vallen, betekent dat in de praktijk dat jongeren technologisch worden teruggeworpen naar het tijdperk van de Nokia 3310. Daarnaast bestaat het risico dat jongeren uitwijken naar minder zichtbare of minder gereguleerde platforms. De overheid creëert daarmee mogelijk een nieuw probleem, zonder het bestaande op te lossen.
Afschaffen of verbieden is dus geen realistische optie. Daarvoor is het internet te fundamenteel geworden. Vanuit een opvoedkundig en ontwikkelingsperspectief ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het mediagebruik van minderjarigen bij ouders; overheidsinterventie dient daarbij slechts aanvullend en ondersteunend te zijn en niet leidend met wet- en regelgeving. Wat nodig is, zijn duidelijke wettelijke spelregels voor platformdesign, zodat verslavende mechanismen worden beperkt. Daarnaast is transparantie in algoritmes essentieel, zodat inzichtelijk wordt hoe content wordt geselecteerd en verspreid, zonder inhoudelijke censuur. Tegelijkertijd moeten privacy en vrijheid van meningsuiting gewaarborgd blijven. Het echte debat zou moeten gaan over macht, ontwerp en verantwoordelijkheid van grote techplatforms en niet over geboortedata. van jongeren.
Lees ook:

De overheid blijft jaar na jaar nieuwe wetten en steeds strengere regels invoeren. De vraag is of dat in dit geval wel nodig en effectief is. Juist jongeren dreigen hierdoor eerder teruggeworpen te worden dan geholpen. Bovendien is handhaving nauwelijks uitvoerbaar, gezien de complexiteit en diversiteit van socialmediaplatforms.
Neem TikTok als voorbeeld: het platform is allang niet meer een social mediaplatform primair gericht op interactie tussen vrienden, maar functioneert grotendeels als een videoplatform gedreven door algoritmes en influencers.
Uiteraard kunnen nadelige effecten van social media, zoals cyberpesten, gevaarlijke challenges, sociale vergelijking en kopieergedrag, suïcidale gedachten en gedrag uitlokken of verergeren. Tegelijkertijd kan het ook beschermend werken, bijvoorbeeld door sociale steun, contact en mogelijkheden om jezelf te uiten. Er is echter geen hard bewijs dat social media op zichzelf leidt tot meer zelfmoorden; het is hooguit één van de factoren, nooit de enige oorzaak. Dat de Kamer en het kabinet nu een totaalverbod wil doorvoeren onder jongeren is dus veel te voorbarig en niet gestoelt op cijfers.
Ik ben het wel eens. Andetzijds..
Ik weet nog toen mijn zoon, nu 22 een dreumes was. Er werd bij de biep een presentatie gehouden over Ipad. Dat er geweldige apps opzaten zodat hij spelenderwijs dingen leerde. Mijn zoon kreeg de Ipad niet omdat ik hem duur vond maar als ik nu terugdenk… was hij ook niet te jong? Heel verleidelijk om je kind uren voor een scherm te zetten zodat ie heerlijk rustig speelt.
Ook ouders waren zeg maar naief als het ging om de verslavende werking. En dat is nog maar 1 nadeel.
Idd die algoritmes, cyberpesten.. filmpjes van jongeren die vernederd worden.
Mijn zoon vertelde eens dat hij een site had gevonden waar je mensen dood zag gaan.
Hij was 17! Daar schrok ik van. Mijn dochter speelt Roblox is 14. Onschuldig dacht ik…ja naief.
De invloed is niet meer weg te denken. Juist daarom denk ik dat ouders die nu jonge kinderen hebben zich dat iig bewust moeten zijn. Net als tv. Beperk schermtijd enz. Het is ook deze generatie die zich ziekmeld op school of werk met een appje. Lekker makkelijk. Huh hoezo niet bellen? Dan denk ik ben ik ouderwets of is de nieuwe generatie associaler.
Een leeftijdsverbod lijkt mij ook symbool.
Internet is er…dan kun je kinderen er beter mee leren omgaan.
Sites die zich niet houden aan “normale” regeld…die moet je verbieden.
Zo.n app waarbij je zogenaamd iemand kan uitkleden met AI bijvoorbeeld!