Blog Guido van Nispen: De illusie van regie in het Nederlandse medialandschap van morgen

Screenshot

Er zijn documenten die geruststellen door hun toon, hun structuur en hun ambitie. Het ‘position paper’ van Media Campus NL, ROM Utrecht Regio en de gemeente Hilversum is er zo één. Het schetst een toekomst waarin Nederland zich, klein maar vindingrijk, opnieuw positioneert in een medialandschap dat steeds sterker wordt gevormd door kunstmatige intelligentie en synthetische media. Hilversum, zo is de belofte, groeit samen met Amsterdam en Utrecht uit tot een innovatief ecosysteem dat niet slechts volgt, maar mede richting geeft.

Het is een zorgvuldig opgebouwd verhaal. Juist daarom is het interessant om te kijken waar de redenering begint te schuren.  

Het document erkent dat de spelregels fundamenteel zijn veranderd. Media zijn niet langer primair contentorganisaties, maar onderdeel van een technologische ‘stack’ waarin waarde verschuift naar data, infrastructuur en AI-modellen. Daarmee verschuift ook de macht, weg van de partijen die verhalen maken, richting degenen die de systemen bezitten waarin die verhalen worden gegenereerd, verspreid en gemonetiseerd.

Daar ligt de kern van het probleem. Nederland is historisch sterk in toepassing: creatie, formats, distributie. Maar veel minder in het ontwikkelen en bezitten van de onderliggende technologie. Minder in het innemen van structurele posities in de lagen waar de economische waarde zich nu concentreert. Het paper benoemt die kwetsbaarheid, maar in beheerste termen. Innovatie is aanwezig, maar versnipperd; er zijn bouwstenen, maar geen regie.

Wat daarbij opvalt, is wat vrijwel ontbreekt: journalistiek.

In een analyse die Hilversum opvoert als strategisch mediacluster, blijft journalistiek opmerkelijk impliciet en komt slechts in bijzinnen terug. Terwijl juist daar de druk het grootst is. Vragen over distributie, zichtbaarheid van bronnen, de relatie met het publiek en de rol in de publieke informatievoorziening zijn fundamenteel voor de journalistiek, maar blijven in het paper onderbelicht. Organisaties als NOS Nieuws, RTL Nieuws, NH Nieuwsen Talpa Network vormen geen randverschijnsel, maar behoren tot de kern van het medialandschap. In ‘Hilversum’ werken meer dan twee duizend mensen direct in de journalistiek. Zij bepalen in hoge mate hoe informatie wordt gefilterd, geduid en verspreid.

Dat die dimensie nauwelijks wordt uitgewerkt, is geen detail, maar een gemiste kans. Juist in een tijd waarin synthetische media de grens tussen feit en fictie verder doen vervagen, wordt journalistiek geen afgeleide functie, maar een strategische pijler. Wie die rol niet expliciet adresseert, loopt het risico het medialandschap te reduceren tot productie en technologie, terwijl de legitimiteit ervan juist schuilt in betrouwbare informatievoorziening.

Een tweede punt waar de analyse scherper kan, is de manier waarop Hilversum zelf wordt gepositioneerd. Het paper presenteert Hilversum als een samenhangend ecosysteem, een logisch vertrekpunt voor een innovation district. Maar in werkelijkheid is Hilversum allesbehalve een vanzelfsprekende eenheid. Het is een optelsom van publieke omroepen, commerciële partijen, producenten en facilitaire bedrijven, elk met eigen belangen, eigendomsstructuren en tijdshorizonnen.

Juist die fragmentatie wordt in het document zelf erkend als structureel probleem. Samenwerking, zo staat er, werkt alleen “mits goed georganiseerd”. Daarmee ontstaat een spanning die explicieter benoemd mag worden. Hoe kan een versnipperd veld tegelijkertijd de basis vormen voor een coherent innovation district? En wie organiseert die samenhang, als de onderliggende belangen uiteenlopen?

Deze vragen raken aan een fundamentelere realiteit. De transitie die hier wordt beschreven is niet alleen technologisch, maar ook geopolitiek. Terwijl in Europa wordt gesproken over ecosystemen en samenwerking, investeren Amerikaanse en Chinese spelers op ongekende schaal in compute, data en modellen. Daar worden de fundamenten gelegd van het nieuwe medialandschap.

De Nederlandse sector beschikt over sterke kaarten: talent, creativiteit, internationale oriëntatie. Maar deze sterktes zijn gevormd in een tijdperk waarin creatie en distributie de kern vormden van waardecreatie. Dat tijdperk verschuift. En daarmee verschuift ook de vraag waar regie daadwerkelijk ligt.

De centrale spanning van het document wordt daarmee scherper. Niet of Nederland wil deelnemen aan deze nieuwe fase, maar op welk niveau. Als gebruiker van bestaande systemen, als partner binnen grotere ecosystemen, of als architect met eigen infrastructuur.

Die keuze vraagt meer dan visie. Zij vraagt om concentratie van middelen, om scherpe prioriteiten en om het vermogen om voorbij bestaande structuren te denken. En misschien wel het meest: om de erkenning dat strategische autonomie niet voortkomt uit intentie, maar uit eigenaarschap.

Zonder die erkenning blijft het verhaal overtuigend, maar ook enigszins illusoir. Niet omdat de ambitie verkeerd is, maar omdat de samenhang waarop zij rust minder vanzelfsprekend is dan zij doet voorkomen.

GUIDO VAN NISPEN


Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*