
De toon van het interview met Joop van den Ende in de Volkskrant is fel, soms ongeduldig, af en toe boos. Maar wie het stuk aandachtig leest, ziet iets anders dan alleen verontwaardiging. Tussen de regels door doet Van den Ende een handreiking. Niet vanaf de zijlijn, maar van binnenuit. Niet alleen met woorden, maar ook met middelen.
Van den Ende is geen commentator die zich permitteert hard te roepen zonder verantwoordelijkheid te dragen. Hij is een van de laatste mediamagnaten die het hele traject heeft doorlopen: van volksjongen tot bedrijvenbouwer, van commerciële pionier tot beschermheer van cultuur en journalistiek. Dat hij zich nu roert in het debat over de publieke omroep is geen nostalgie, maar consequentie. Wie vijftig jaar lang heeft gebouwd aan televisie, theater en talent, kan het zich niet veroorloven om lijdzaam toe te kijken hoe de infrastructuur wordt uitgehold.
Zijn woede over de bezuinigingen is bekend. Interessanter is wat hij daarnaast aanbiedt. Van den Ende denkt mee, maar hij is ook bereid mee te financieren. Dat blijkt niet alleen uit zijn verleden — via de VandenEnde Foundation is in vijfentwintig jaar honderden miljoenen euro’s richting kunst, cultuur en media gegaan — maar ook uit de positionering die hij nu kiest. Hij spreekt nadrukkelijk in termen van verantwoordelijkheid, van partnerschap, van gedeelde plicht.
Dat is geen lege pose. Van den Ende staat al jaren hoog genoteerd in de Quote 500, met een vermogen dat ruimschoots in de miljarden loopt. Er is, zoals hij zelf zegt, “nog heel veel over”. Belangrijker: dat vermogen zit niet stil. Het wordt actief ingezet. Ronald Ockhuysen, voormalig hoofdredacteur van Het Parool, is daarin een sleutelpersoon. Als directeur van de VandenEnde Foundation, maar óók als bestuurder bij Stichting Veronica, waar structureel middelen worden ingezet om onafhankelijke journalistiek te stimuleren.
De combinatie van Van den Ende is veelzeggend. Hier spreekt geen filantroop die incidenteel een cheque uitschrijft, maar een systeemdenker die begrijpt dat geld alleen effect heeft als het gekoppeld wordt aan structuur, governance en redactionele autonomie. Precies daar ligt ook zijn expliciete verwachting richting de publieke omroep zelf. Wie om steun vraagt — politiek of privaat — zal eerst de eigen organisatie moeten vereenvoudigen. Minder lagen, minder overlegtafels, minder stroperigheid. De boodschap is helder: inhoud beschermen kan alleen als de overhead krimpt.
Daarmee wordt Van den Ende een ideale gesprekspartner voor Jet de Ranitz, de nieuwe bestuursvoorzitter van de NPO. Niet omdat hij haar de les leest, maar omdat hij iets meebrengt wat in Den Haag schaars is geworden: een combinatie van ervaring, betrokkenheid en financiële slagkracht. Dit is geen advies “pro bono”, maar een uitnodiging tot co-investeren. Een gesprek tussen volwassenen, waarin niet alleen wordt gewezen naar de overheid, maar waarin ook private verantwoordelijkheid wordt genomen.
Dat maakt zijn interventie fundamenteel anders dan de gebruikelijke noodkreten. Van den Ende vraagt niet om behoud van alles wat is. Integendeel. Hij accepteert bezuinigingen, mits ze gericht zijn. Hij verdedigt hervorming, mits ze inhoudelijk gemotiveerd is. En hij is bereid bij te dragen, mits de publieke omroep zelf laat zien dat zij bereid is te veranderen.
Wie dat afdoet als rancune of zelfbelang, leest slordig. Wat hier wordt aangeboden is iets zeldzaams: een bondgenoot die niet alleen meedenkt, maar ook een flinke tas met geld op tafel durft te zetten — onder voorwaarden, ja, maar met overtuiging. Dat gesprek verdient het om serieus gevoerd te worden. En wellicht kan de nieuwe Directeur-Generaal van het Ministerie verantwoordelijk voor Media en Cultuur meteen aanschuiven zodat een passende constructie kan worden opgezet.

Misschien is dat wel de kern van Van den Endes interventie: hij laat zien dat betrokkenheid niet ophoudt bij woorden. En dat wie werkelijk zegt te geloven in de publieke waarde van media, bereid moet zijn daar ook naar te handelen. Met hervormingen. Met keuzes. Met polderen. En — als het erop aankomt — met heel veel geld.

👍