Waver-Overijse: het Belgische zendstation waar VRT en RTBF samen de ether in gingen via korte- en middengolf

[door Rene van der Kolk] Zendmasten met bijbehorende gebouwen zijn fascinerend. Al sinds eind jaren ’90 kom ik regelmatig op prachtige unieke en afgelegen plekken waar superhoge zendmasten staan voor AM, FM, DAB+ en in bijbehorende gebouwen indrukwekkende zenders staan opgesteld. Ooit begon het met het plaatsen van 4 Orban 8200 units in de torens in Megen, Ruurlo, Arnhem en Ugchelen voor Omroep Gelderland in 1999. In Nederland heb ik bijna alle grote zendersites wel van binnen gezien. Afgelopen jaren ben ik vervolgens op bezoek gegaan bij de echt bijzondere zendersites. Het schip Ross Revenge van Radio Caroline in de Thames, de Eiffeltoren, De Torre Collserola in Barcelona, de Berliner Fernsehturm, de enorm grote zendmasten van Radio Luxembourg maar ook het voormalig zendstation in Nauen en recent nog de Sendehalle van Europe 1 in Berus-Felsberg. Soms kost dat tijd om te organiseren, soms ook niet. Maar deze bijdrage gaat over een bezoek aan het voormalig zendstation van de VRT en RTBF Waver-Overijse. Ten oosten van Brussel in België . Ik denk dat ik bijna 8 jaar bezig ben geweest om de juiste contactpersoon te vinden en toestemming te krijgen… Maar door de geweldige medewerking van Jean-Paul Philippot, Administrateur General bij RTBF en Emmanuel Robben, Member of the Executive Committee RTBF kon ik een bezoek brengen aan deze unieke locatie waar destijds veel uitzendingen voor beide omroepen vandaan kwamen: in de Vlaamse en in de Franse taal. Via dubbel uitgevoerde systemen. Op kortegolf en op middengolf.

Van 150 kW middengolf tot kortegolf naar FM, televisie en digitale radio: het zendcentrum Waver-Overijse was decennialang een van de belangrijkste zendlokaties van België. Het station werd gebouwd voor de toenmalige INR-NIR en groeide uit tot een technisch complex waar de Vlaamstalige BRT en Franstalige RTBF letterlijk dezelfde antennes en infrastructuur deelden. Zelfs na het verdwijnen van de grote middengolf- en kortegolfzenders bleef de locatie een belangrijke rol spelen in de Belgische omroepgeschiedenis. Maar bleef de site ook in zeer goede staat. Een fantastische mogelijkheid om een paar uur door dit nostalgische- en historische gebouw te lopen en samen met een professionele fotograaf alles vast te leggen. Geinspireerd door een fotoreportage van bijna 10 jaar geleden van Alexander Dumarey.

Originele zendbuis

Een nationaal zendcentrum

De beslissing om in Waver-Overijse een groot nationaal zendcentrum te bouwen werd genomen om de nationale radio-uitzendingen een veel groter bereik te geven. De technische plannen dateren uit de jaren veertig. In een officieel NIR-jaarverslag uit 1949 wordt de bestelling beschreven van twee middengolfzenders van 150 kW en één kortegolfzender van 100 kW. De opdracht voor deze apparatuur werd op 25 april 1949 geplaatst bij Brown Boveri. Daarnaast voorzag het ontwerp in twee kortegolfantennes en twee gordijnantennes. Het station kreeg daarmee voor zijn tijd een enorme technische capaciteit. De oorspronkelijke opzet bestond uit: twee middengolfzenders van 150 kW, twee bijbehorende middengolf-reservezenders van 20 kW, kortegolfzenders van 100 kW, richtantennes, gordijnantennes voor kortegolf, drie grote middengolfmasten, een eigen elektrische infrastructuur en dieselgeneratoren als noodvoorziening. Het elektriciteitsstation werd ontworpen voor een netspanning van 36 kV. Bij een netstoring konden dieselgeneratoren automatisch de noodzakelijke installaties van energie voorzien. De oorspronkelijke middengolfzenders waren dus geen willekeurige installaties. De zenderfilosofie was voor die tijd opvallend modern. In plaats van twee gekoppelde zenders te gebruiken die gezamenlijk het vermogen leverden, koos men uiteindelijk voor één volledige 150 kW-zender per frequentie met een afzonderlijke 20 kW-reservezender. Bij een storing kon de reservezender automatisch worden ingeschakeld. Dat principe was belangrijk voor een nationaal zendcentrum. Een storing mocht niet betekenen dat een compleet taalgebied zonder radio kwam te zitten. De historische technische beschrijving vermeldt expliciet dat de dieselgeneratoren en automatische omschakeling bedoeld waren om ook bij problemen met de elektrische voeding de uitzending zo veel mogelijk voort te zetten. In technische en historische beschrijvingen van het station worden de oorspronkelijke middengolfzenders aangeduid met de namen Daphné en Elza. Daphné was verbonden met de Franstalige nationale dienst, terwijl Elza voor de Nederlandstalige dienst werd gebruikt. De kortegolfzenders kregen eveneens namen: Oscar, Nestor en Kleine Nestor. Dat geeft een mooi beeld van hoe het zendstation was georganiseerd. Het waren geen losse zenders in een willekeurige technische ruimte, maar complete transmissieketens met een eigen functie, antennesysteem en reservevoorziening.

Het gebouw

Het zendgebouw werd in de late jaren ’30 ontworpen als nationaal omroepcomplex. De architectuur is niet publiek gedocumenteerd, maar de stijl past perfect in de Belgische utilitaire modernistische bouwtraditie: massief gewapend beton, grote technische hallen met zwevende vloeren, industriële ventilatiekamers, een centrale bedieningsgang die alle zenderkamers verbond en aparte ruimtes voor hoogspanning, noodstroom, koeling en antenne‑processing. Het gebouw was geen architectonisch statement, maar een technisch fort. Alles stond in dienst van betrouwbaarheid, redundantie en continuïteit. Het gebouw werd vlak voor WOII in gebruik genomen. Tijdens de oorlog raakte de installatie beschadigd, maar na 1945 werd ze snel hersteld en uitgebreid. Het zendgebouw staat nog steeds, maar is afgesloten en buiten gebruik. Binnen zijn nog restanten van zenderrekken, kabelgoten en oude installaties zichtbaar, een soort industriële archeologie van de Belgische omroepgeschiedenis. Vandaag de dag is het zendgebouw een technisch monument zonder functie. De mast is weg, het terrein is een zonnepark, maar het gebouw staat nog. Het is afgesloten voor publiek. Delen van oude zenderrekken en infrastructuur zijn nog aanwezig. De koeling en ventilatie zijn buiten dienst en de controlekamer is niet meer bemand.

Fotoslide van 200 foto‘s

540 en 621 kHz

In de eerste periode werden de nationale programma’s op de middengolf uitgezonden rond 620 en 926 kHz. Historische documenten vermelden daarbij de golflengtes van ongeveer 484 en 324 meter. De twee 150 kW-zenders waren bedoeld om de Nederlandstalige en Franstalige nationale programma’s over het Belgische grondgebied te verspreiden. De frequenties veranderden later als gevolg van internationale frequentieplannen en de verdere ontwikkeling van het Belgische zendernet. Een van de belangrijkste latere frequenties werd 540 kHz. In de jaren zeventig kreeg Waver een nieuwe betekenis voor de Vlaamse omroep. De BRT gebruikte de middengolfzender op 540 kHz voor BRT 2. Een officiële BRT-zenderlijst uit 1983 vermeldt voor Waver-Overijse: BRT 2 – AM – 150 kW – 540 kHz. Dat vermogen van 150 kW was aanzienlijk. Het doel was niet alleen Vlaanderen te bedienen, maar ook een goede ontvangst in Wallonië mogelijk te maken. De keuze voor Waver was daarvoor bijzonder geschikt. De locatie lag centraal in België en de grote antennemast kon een zeer groot verzorgingsgebied creëren. In 1989 werd de 540 kHz-zender volgens de BRT-documentatie tussen 06.00 en 02.00 uur gebruikt. Bijzonder aan Waver was de samenwerking tussen de twee Belgische publieke omroepen. BRT en RTBF maakten namelijk gebruik van dezelfde middengolfantenne-infrastructuur. Een technisch verslag van de BRT uit 1989 beschrijft een overeenkomst waarbij dezelfde mast gelijktijdig werd gebruikt voor: BRT – 540 kHz en RTBF – 621 kHz. Daarvoor werd onder meer een diplexer aan de voet van de mast geplaatst. Met zo’n systeem konden twee verschillende zenders op verschillende frequenties gebruikmaken van hetzelfde antennesysteem zonder elkaar ongewenst te beïnvloeden. Dit is een van de technisch interessantste aspecten van Waver. De antenne was dus niet simpelweg een metalen constructie die aan één zender was gekoppeld. De mast, antenne-aanpassing, diplexer, feeders en zenders vormden samen één RF-systeem. Aan Franstalige zijde werd uiteindelijk 621 kHz de belangrijkste middengolffrequentie. In de laatste jaren van de middengolf was Waver zelfs de krachtigste AM-installatie van RTBF. De RTBF vermeldde in 2018: 621 kHz – 300 kW – Wavre. De zender werd gebruikt voor programma’s van La Première en op bepaalde momenten voor programma’s van VivaCité, waaronder sportuitzendingen. Daarmee was de 621 kHz veel meer dan een regionale frequentie. Door het hoge vermogen was het signaal ook buiten België goed te ontvangen. De laatste uitzending via 621 kHz vond plaats op 31 december 2018. Daarmee kwam een einde aan de Belgische middengolfomroep.

De antennes

De antenne-infrastructuur veranderde meerdere malen. Het oorspronkelijke ontwerp uit 1949 voorzag in drie middengolfmasten van ongeveer 245, 165 en 90 meter. De grote masten waren geïsoleerd opgesteld en de tuien maakten deel uit van de elektrische antenneconstructie. Later werd de infrastructuur aangepast. Voor de middengolf bleef uiteindelijk een zeer hoge, tegen aarde geïsoleerde, geschoorde mast over. Bronnen geven daarvoor hoogtes rond 245 tot 250 meter, afhankelijk van de periode en de gebruikte aanduiding. Daarnaast was er een ongeveer 90 meter hoge reservemast. Het verschil tussen de genoemde 245 en 250 meter is daarmee vooral een kwestie van historische documentatie en latere beschrijving; het gaat om dezelfde grote middengolfantenne-infrastructuur.

Kortegolf naar Belgisch-Congo

Waver was bovendien niet alleen een nationaal Belgisch zendstation. Vanaf het begin was rekening gehouden met internationale kortegolfuitzendingen. In de jaren vijftig was Belgisch-Congo een belangrijk onderdeel van het Belgische rijk. Radio vormde een van de middelen om verbinding te houden met de kolonie. Daarvoor beschikte Waver over kortegolfzenders en richtantennes. Het oorspronkelijke ontwerp voorzag in 100 kW kortegolfvermogen. Later werd de capaciteit uitgebreid. In een BRT-zenderlijst uit 1983 staan voor Waver kortegolfinstallaties vermeld met 250 kW en 100 kW, inzetbaar over de kortegolfbanden van ongeveer 5,95 tot 26,1 MHz. De antennevelden bestonden onder meer uit meerdere rhombische antennes en gordijnantennes. Een rhombische antenne is een zeer grote draadantenne die gericht wordt op een bepaald gebied. Door de juiste frequentie, antennerichting en tijd van de dag te kiezen, kon de omroep gebruikmaken van de eigenschappen van de ionosfeer. Daarmee was Waver feitelijk een internationaal radiostation.

Video zenderzaal

De 315 meter hoge televisiemast

Een nieuwe fase begon in de jaren zeventig. Voor televisie en FM was een nieuwe, zeer hoge mast nodig. Uiteindelijk werd een 315 meter hoge, geschoorde mast gebouwd. De mast was bedoeld voor zowel televisie als FM. De exacte invulling veranderde in de loop van de jaren, maar duidelijk is dat de mast een enorme hoeveelheid transmissie-capaciteit droeg. De BRT-zenderlijsten laten bijvoorbeeld zien dat Waver in 1983 werd gebruikt voor:

  • TV1, kanaal 10, horizontale polarisatie, 100 kW;
  • TV2, kanaal 25, horizontale polarisatie, 1.000 kW;
  • FM BRT 1, 91,7 MHz / 50 kW;
  • FM BRT 2, 93,7 MHz / 50 kW;
  • FM BRT 3, 89,5 MHz / 50 kW;
  • Studio Brussel, 102,8 MHz / 50 kW.

13 oktober 1983: de ramp

Op 13 oktober 1983 ging het echter volledig mis. Tijdens een zware storm bezweek de 315 meter hoge mast. De enorme constructie stortte neer en daarmee verdwenen in één klap de belangrijkste FM- en televisie-antennes van het terrein. De gevolgen waren aanzienlijk. De BRT moest voor verschillende diensten terugvallen op noodinstallaties in onder andere Veltem, Brussegem en Brussel. Een officieel BRT-verslag uit 1989 beschrijft dat de vervanging van de mast toen nog steeds gevolgen had voor de ontvangst in het centrale deel van België. Het bijzondere is dat de nieuwe oplossing niet opnieuw een identieke 315 meter hoge mast werd.

Een nieuwe toren voor RTBF

Uiteindelijk kreeg RTBF een nieuwe zendtoren. De huidige/latere toren werd ongeveer 232 meter hoog en is een vrijstaande vakwerktoren met een opvallende constructie rond het bovenste gedeelte. Andere bronnen vermelden circa 245 meter voor de later gebruikte installatie; de verschillende cijfers hangen samen met de manier waarop mast en antennes worden meegerekend. Voor de VRT werd een andere oplossing gekozen. De Vlaamse omroep bouwde een nieuw belangrijk zendstation in Sint-Pieters-Leeuw. Daarmee veranderde Waver van een gezamenlijk VRT/RTBF-televisie- en radiostation in een locatie die steeds sterker door RTBF werd gebruikt. Ondertussen veranderde ook de techniek in de zenderzaal. De klassieke buizentechniek bleef nog jarenlang belangrijk, maar besturing, beveiliging en afstandsbediening werden steeds verder geautomatiseerd. Een BRT-technisch verslag uit 1989 beschrijft bijvoorbeeld een centrale bediening en controle van de kortegolfzenders. Van de vier BRT-kortegolfzenders konden drie als bedrijfszender worden ingezet, terwijl de vierde als directe reserve beschikbaar bleef. Ook voor FM werden moderne buistypen onderzocht. Dat soort details laat goed zien hoe lang de overgang naar volledig solid-state in grote omroepzenders heeft geduurd.

In 1989 stond in Wavre: BRT 2 AM: 540 kHz / 150 kW. Daarnaast beschikte Waver over kortegolfzenders met vermogens van 250 kW en 1000 kW voor uitzendingen in de banden 5,95–26,1 MHz. Voor televisie werd Waver vermeld met: TV1 – kanaal 10 – horizontaal – 100 kW vermogen. De voormalige TV2-installatie op kanaal 25 stond toen als buiten dienst vermeld na de mastcatastrofe.

Huidige zendmast.

Het einde van de kortegolf en middengolf.

De internationale functie van Waver hield het uiteindelijk langer vol dan veel andere onderdelen. Maar ook de kortegolf verdween. In 2001 stopten de kortegolfuitzendingen vanuit Waver volgens VRT-documentatie. Daarmee verdween de internationale functie die ooit was begonnen met uitzendingen naar Belgisch-Congo. De enorme rhombische en gordijnantennes bleven vervolgens jarenlang als stille herinnering op het terrein staan. De VRT beëindigde in haar laatste middengolfuitzendingen vanuit Waver. Daarmee kwam voor de Vlaamse omroep een einde aan bijna zestig jaar gebruik van de locatie voor AM-radio. De RTBF hield het nog langer vol. 621 kHz bleef tot eind 2018 in bedrijf.

621 kHz – 300 kW

De laatste jaren van de middengolf waren technisch eigenlijk een merkwaardige periode. Aan de ene kant stond er in Waver nog steeds een indrukwekkende 300 kW AM-zender. Aan de andere kant werd de technologie steeds minder belangrijk. De RTBF reduceerde in 2018 de dagelijkse uitzendingen via 621 kHz en kondigde de volledige uitschakeling aan in het kader van de overgang naar DAB+. Op 31 december 2018 werd de zender definitief uitgeschakeld. Een installatie die ooit bedoeld was om België en grote delen van Europa van radio te voorzien, zweeg daarmee voorgoed. Het verdwijnen van de middengolf betekende echter niet het einde van Waver. De locatie bleef in gebruik voor moderne transmissietechnieken. De VRT gebruikte de locatie voor DAB, terwijl RTBF er FM, DAB en digitale televisie bleef verzorgen. Dat is misschien wel het meest symbolische aspect van Waver. Dezelfde locatie die ooit was uitgerust met 150 kW buizenzenders en gigantische middengolfantennes werd uiteindelijk onderdeel van een digitaal omroepnetwerk.

Een laatste opmerkelijk hoofdstuk

In mei 2014 werd de installatie bovendien getroffen door brandstichting. De schade aan de grote zendtoren was aanzienlijk en verschillende FM-diensten van RTBF konden tijdelijk niet normaal vanuit de toren worden uitgezonden. Er werd tijdelijk een noodoplossing gebruikt, waarna de uitzendingen opnieuw konden worden hervat. Ook dit incident laat zien hoe belangrijk Waver nog altijd was voor de regionale radio-infrastructuur. Na het verdwijnen van de middengolf en kortegolf was er echter weinig reden meer om de oude antennevelden in stand te houden. De veiligheid en het onderhoud van zulke grote constructies kosten geld, ook wanneer ze niet meer worden gebruikt. Vanaf 2020 werden de oude kortegolf- en middengolfantennes ontmanteld. Uiteindelijk verdwenen ook de grote middengolfmasten. De historische beschrijvingen vermelden dat de middengolfmasten in februari 2021 werden neergehaald.

fotobron: Omroepmuseum.be

Daarmee veranderde het uiterlijk van Waver definitief. De enorme antennevelden die het terrein decennialang domineerden, verdwenen. Wat overblijft, is een bijzonder hoofdstuk uit de geschiedenis van de Belgische omroeptechniek. Waver laat bijna de volledige ontwikkeling van de twintigste-eeuwse radio zien. Het station was bovendien een zeldzaam voorbeeld van technische samenwerking tussen de twee Belgische publieke omroepen. BRT/VRT en RTBF hadden hun eigen programma’s en technische organisaties, maar deelden op Waver belangrijke infrastructuur. Voor de technicus was Waver daarmee veel meer dan een zendmast. Het was een compleet transmissiebedrijf. Hoogspanning, dieselgeneratoren, zenders, antenne-aanpassingen, diplexers, feeders, koeling, afstandsbediening, meetapparatuur en noodvoorzieningen kwamen er samen. En boven alles stonden de masten. Masten die het onzichtbare radiosignaal zichtbaar maakten in het landschap.

De paradox van Waver

Misschien is dat uiteindelijk de mooiste manier om naar Waver te kijken. De techniek die ooit nodig was om één radioprogramma honderden kilometers verder te brengen, is tegenwoordig grotendeels vervangen door digitale distributie. Een DAB+-signaal kan met een fractie van de fysieke infrastructuur een groot gebied bereiken. Internet maakt bovendien geografische grenzen vrijwel irrelevant. Maar zonder zendstations als Waver was die ontwikkeling nooit mogelijk geweest. Waver vertegenwoordigt een tijd waarin radio nog letterlijk een technisch avontuur was. Een tijd waarin een ingenieur rekening moest houden met ionosferische propagatie, antenneweerstand, hoogspanning, zendbuizen, aardnetwerken en stormbelasting. En een tijd waarin 300 kW aan radiofrequent vermogen vanuit één locatie geen uitzondering was, maar een manier om een heel land te bereiken. De laatste 621 kHz verdween in 2018 uit de ether. De grote middengolf- en kortegolfantennes verdwenen kort daarna uit het landschap. Maar de geschiedenis van Waver blijft overeind. Niet als één enkele mast, maar als een van de belangrijkste hoofdstukken uit de technische geschiedenis van de Belgische radio.

Toekomst van het gebouw

Over de toekomst van dit voormalige zendstation, waar tijdens de hoogtijdagen 30 mensen werkten, is ongewis. Het gebouw is te koop en men is op zoek naar een nieuwe bestemming. Het pand staat op een stuk grond waar in totaal 20 hectare bij hoort. Vroeger stonden daar de vele antennes, nu staan er zonnepanelen of grazen de schapen er in de wei… De locatie is dicht bij Brussel en de snelweg loopt erg dichtbij. Het pand wordt bewaakt en is wel deels onderhevig aan natuurverschijnselen. Na mijn bezoek kan ik wel zeggen dat er erg veel mooie apparatuur staat waarvan ik hoop dat men er zuinig op is en blijft. In de nieuwbouw van RTBF in Brussel zullen onderdelen van het archief die nu nog in dit gebouw staan, verhuizen naar een prominente plek in de nieuwbouw.

Dit artikel kwam met tot stand door info te gebruiken van VRT, RTBF, The Antenna Site en Omroepmuseum.be en is tijdens mijn bezoek uitgebreid aangevuld door dhr. Emmanuel Robben van RTBF. Een groot woord van dank wil ik hier nogmaals aan RTBF uitspreken voor de mogelijkheid om in het gebouw te mogen en een uitgebreide rondleiding te krijgen met veel toelichting. Mijn foto’s en video mogen na toestemming worden gebruikt.