VPRO, HUMAN en EO vrezen verlies van miljoenen voor levensbeschouwelijke programma’s

De omroepen VPRO, HUMAN en EO steunen de hervorming van het publieke omroepbestel, maar maken zich zorgen over de financiële gevolgen, de positie van omroepverenigingen en de bescherming van kwetsbare programmering. Vooral het verdwijnen van de huidige financiële garantie van 12,5 miljoen euro voor levensbeschouwelijke programma’s baart de drie omroepen zorgen. Dat blijkt uit hun gezamenlijke reactie op het wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep.

De drie omroepen, die samen een nieuw omroephuis willen vormen, onderschrijven de noodzaak van een toekomstbestendiger en slagvaardiger publieke omroep. Wel vinden zij dat de hervorming moet leiden tot meer financiële zekerheid, minder centrale sturing door de NPO en meer inhoudelijke zeggenschap voor de nieuwe omroephuizen.

Jaarlijks budget van 12,5 miljoen euro onder druk

Een belangrijk kritiekpunt betreft de toekomst van levensbeschouwelijke programmering. In de huidige prestatieovereenkomst is jaarlijks 12,5 miljoen euro gereserveerd voor programma’s over religie en levensbeschouwing. Dit budget wordt verdeeld over omroepen die zeven levensbeschouwelijke stromingen vertegenwoordigen.

Met het verdwijnen van de prestatieovereenkomst vervalt volgens VPRO, HUMAN en EO ook de bestaande garantie voor deze programmering en de bijbehorende financiering.

De omroepen vrezen dat programma’s over onder meer het jodendom, katholicisme, protestantisme, boeddhisme, humanisme, hindoeïsme en de islam daardoor onder druk komen te staan of zelfs verdwijnen.

Zij pleiten daarom voor een wettelijke verplichting om levensbeschouwelijk aanbod te blijven verzorgen, gekoppeld aan een gegarandeerd budget. Ook willen zij dat kwetsbare genres zoals documentaires, wetenschap, innovatie en zingeving explicieter in de Mediawet worden beschermd.

NPO moet minder sturen op inhoud

De drie omroepen willen daarnaast een duidelijkere scheiding tussen de verantwoordelijkheden van de NPO en de nieuwe omroephuizen.

Volgens hen moet de NPO zich vooral richten op distributie en coördinatie, terwijl de omroephuizen verantwoordelijk zijn voor de inhoud van programma’s en de bescherming van de pluriformiteit.

Daarom plaatsen zij vraagtekens bij de wettelijke aanduiding van de NPO als ‘sturingsorgaan’. Die term past volgens de omroepen niet bij een bestel waarin gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking centraal moeten staan.

Ook verzetten zij zich tegen een voorgesteld model waarbij geschillen uitsluitend aan de raad van toezicht van de NPO worden voorgelegd. Zij pleiten voor een gezamenlijke beoordeling, waarbij ook vertegenwoordigers van de raden van toezicht van de omroephuizen betrokken worden.

Ongelijke behandeling van verenigingsvermogen

Een ander gevoelig onderwerp is de financiële positie van de bestaande omroepverenigingen.

Volgens het wetsvoorstel mogen zelfstandige omroepverenigingen maximaal 1,5 miljoen euro aan vermogen behouden wanneer zij opgaan in een omroephuis. Voor fusieomroepen geldt een maximum van 3 miljoen euro.

VPRO, HUMAN en EO vinden dit onderscheid niet te rechtvaardigen. Volgens hen moet de omvang van de financiële reserve afhangen van de toekomstige activiteiten en verplichtingen van een vereniging, en niet van de vraag of een omroep in het verleden is gefuseerd.

Zij willen daarom dat de omroephuizen zelf kunnen bepalen welk deel van de algemene reserves bij de verenigingen achterblijft.

Ook vragen zij garanties voor het vermogen dat aan de nieuwe omroephuizen wordt overgedragen. Volgens de omroepen moeten afspraken mogelijk blijven over de besteding van middelen die oorspronkelijk afkomstig zijn van een specifieke vereniging.

Hervorming dreigt extra belastinggeld te kosten

De omroepen waarschuwen eveneens voor onverwachte fiscale gevolgen van de hervorming.

Bij de overgang naar vier omroephuizen moeten onder meer vermogen, vastgoed en rechten worden overgedragen aan nieuwe rechtspersonen. Volgens VPRO, HUMAN en EO kunnen daarbij verschillende belastingheffingen ontstaan.

Zij wijzen onder meer op mogelijke gevolgen voor de vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, schenkbelasting en btw. Ook vragen zij aandacht voor het behoud van de ANBI-status en bestaande verrekenbare verliezen.

De drie omroepen vinden dat deze kosten niet ten laste mogen komen van het budget voor publieke programma’s. Zij vragen de regering daarom om een fiscaal neutrale overgang, waarbij ook eventuele structurele fiscale nadelen worden voorkomen.

Omroepverenigingen moeten eigen identiteit behouden

VPRO, HUMAN en EO vinden het daarnaast noodzakelijk dat de bestaande omroepverenigingen ook na de hervorming zichtbaar blijven voor hun leden en achterban.

De huidige omroepnamen, merken en intellectuele eigendomsrechten moeten grotendeels worden overgedragen aan de nieuwe omroephuizen. De verenigingen willen echter de mogelijkheid behouden om onder hun eigen naam activiteiten te organiseren, leden te werven en met hun achterban te communiceren.

Daarbij gaat het nadrukkelijk ook om digitale activiteiten. De drie omroepen willen dat steunverenigingen via websites en sociale media berichten, video’s, trailers en andere uitingen kunnen blijven verspreiden. Volgens hen biedt het wetsvoorstel daarvoor momenteel onvoldoende zekerheid.

De omroepen waarschuwen dat bij schaalvergroting kleinere maatschappelijke stromingen minder zichtbaar kunnen worden. Juist de verenigingen spelen volgens hen een belangrijke rol bij het behouden van de verbinding met verschillende groepen in de samenleving.

Zorgen over snelle vervanging van bestuurders

Ook de voorgestelde regels voor bestuurders en toezichthouders stuiten op kritiek.

De vorming van nieuwe omroephuizen is volgens VPRO, HUMAN en EO een langdurig en ingewikkeld proces. Daarbij ontstaan organisaties met naar verwachting 800 tot 1.000 medewerkers.

De omroepen erkennen dat bestuurlijke vernieuwing nodig kan zijn, maar vrezen dat de voorgestelde beperkingen en termijnen voor bestuurders en toezichthouders de continuïteit juist in gevaar brengen.

Zij vragen daarom om meer ruimte voor bestuurlijke stabiliteit tijdens de overgang en de eerste jaren van de nieuwe omroephuizen.

Steun voor hervorming, maar voorwaarden moeten duidelijker

Ondanks de kritiek staan VPRO, HUMAN en EO positief tegenover de hoofdlijnen van de hervorming. Zij onderschrijven onder meer de versterking van de journalistieke onafhankelijkheid, de digitale ontwikkeling van de publieke omroep en de beweging naar meer samenwerking.

Wel benadrukken zij dat de nieuwe structuur daadwerkelijk moet leiden tot minder bureaucratie, een heldere verantwoordelijkheidsverdeling en voldoende ruimte voor verschillende maatschappelijke en levensbeschouwelijke geluiden.

De hervorming moet volgens de plannen op 1 januari 2029 ingaan. De drie omroepen willen dat tijdpad aanhouden, maar vragen de wetgever om vooraf meer duidelijkheid te bieden over financiën, zeggenschap en de bescherming van het programmatische aanbod.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -