Tina Nijkamp: programma’s over ellende scoren hoog door ‘vergelijkingsgeluk’

Waarom worden juist programma’s over ziekte, verlies en tegenslag zo hoog gewaardeerd door kijkers? Het is een vraag die steeds vaker opduikt nu de waarderingslijsten van 2025 worden bekeken. In de top 5 staan titels als Over mijn lijk, Op de spoed, De kist en Niet klein te krijgen — allemaal programma’s waarin kwetsbaarheid, strijd en emotie centraal staan. Alleen Denkend aan Vlaanderen vormt daarop een meer optimistische uitzondering. Volgens Tina Nijkamp komt dat onderandere door ‘vergelijkingsgeluk’.

Dat deze titels zo goed scoren, is geen toeval, meldt Nijkamp in haar podcast. Ze raken volgens haar kijkers op meerdere niveaus tegelijk. Allereerst is er de herkenning. Vrijwel iedereen heeft in zijn leven te maken gehad met ziekte, rouw of onzekerheid, of kent iemand die daarmee worstelt. Wanneer zulke ervaringen op televisie worden verbeeld, ontstaat er direct een emotionele verbinding. Het voelt vertrouwd, dichtbij en echt.

Daarnaast speelt een psychologisch mechanisme mee dat volgens Nijkamp bekendstaat als vergelijkingsgeluk. Door het leed van anderen te zien, realiseren kijkers zich soms dat hun eigen situatie — hoe zwaar ook — relatief draaglijk is. Dat besef kan zelfs een gevoel van dankbaarheid oproepen: wat ik zie is heftig, maar bij mij is het gelukkig net iets minder erg. Die combinatie van medeleven en relativering zorgt voor een diepe emotionele impact en vooral hoge waarderingsscores.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*