Podcast mastering in 5 eenvoudige stappen

[BLOG] De meeste podcasts bestaan voor een groot gedeelte uit gesproken woord. Hoe zorg je dat de stemmen in jouw podcast goed te verstaan zijn? Zodat het verhaal goed overkomt? En hoe zorg je dat je voldoet aan een bepaalde loudnessnorm – als je dat zou willen? Ik ben ervan overtuigd dat elke podcastmaker die zijn eigen podcast monteert, ook zelf de mastering kan doen. Het is niet moeilijk, en het kost niet veel tijd – als je maar weet hoe! In deze aflevering van Tussen de Oren geef ik je mijn stappenplan, met alleen maar gratis plugins, geschikt voor bijna elke audio-editor.

Ik ben Hajo Magré, en ik help iedereen met een goed verhaal bij het maken van podcasts. Dat doe ik onder de naam Audiodroom. Wil je reageren op deze aflevering of heb je een vraag? Mail me dan op hajo@audiodroom.nl of stuur een tweet naar @audiodroom.

Dit artikel is ook verschenen als podcast, en als zodanig hieronder te beluisteren. Als bonus hoor je in de podcastversie ook enkele fragmenten waarmee de mastering gedemonstreerd wordt.

Mijn recept voor het masteren van podcasts

In deze aflevering ga ik je mijn recept vertellen. Dat recept is niet perfect – ik hoor zeker dingen die nog beter kunnen. En, hoe beter je luistert, hoe meer je gaat horen. Maar ik weet ook van mezelf dat ik een pietje precies ben in dit soort dingen, dus ik ga ervan uit dat jij met dit recept 80 tot 90% in de goede richting zit.

Techniek is trouwens niet het allerbelangrijkste. Het begint natuurlijk met een goed verhaal. Zonder een goed onderwerp, en goede sprekers óver dat onderwerp ben je nergens. Een goed verhaal met slechte techniek kan nog steeds werken – op zijn minst een beetje. Maar goede techniek met een slecht verhaal is niks meer. Niemand luistert alleen omdat het zo goed klinkt, uiteraard.

Maar ik vind het mooie van podcasting, en radio, waar ik vroeger voor werkte, dat je techniek nodig hebt om een goed verhaal optimaal te vertellen. Ik hou van goede verhalen, maar ik vind het stiekem ook leuk dat ik de techniek beheers om zo’n verhaal goed over het voetlicht te brengen. En ik ben trouwens van plan afleveringen van Tussen de Oren te maken over het vertellen van die verhalen.

Bekijk de video over mastering voor podcasts

Wat is masteren?

Masteren betekent eigenlijk: publicatieklaar maken. Als het gaat om muziek, dan wordt met mastering ook vaak bedoeld een geheel maken van alle tracks op een album, iets sleutelen aan de klankkleur van het geheel, enzovoorts. Dat bedoel ik hier allemaal niet. Podcastmastering is minder gecompliceerd dan muziekmastering. Podcastmastering richt zich op werken aan de verstaanbaarheid, en je podcast opleveren op het goede, gewenste geluidsniveau.

Ik ga de mastering van podcasts behandelen in 5 stappen:

  1. Meten van de loudness;
  2. Gain;
  3. EQ;
  4. Compressie;
  5. Limiting.

Uitgangspunten

Ik ga er vanuit dat je werkt in een multitrack audio-editor, en dat elke spreker op een aparte track ligt. Die audio-editor kan bijna elke audio-editor zijn, bijvoorbeeld Garageband, Logic Pro X, Audacity, Audition, of Reaper, waar ik zelf op het moment in werk. Ik ga er ook vanuit dat je zelf weet, of kunt uitvinden, hoe je in jouw audio-editor een plugin installeert, een extra audio-effect. En hoe je dat effect toevoegt aan een enkele track, en tot slot: hoe je een plugin toevoegt aan het geheel, aan alle tracks samen, of in technische termen: aan de masterbus. Het zou te ver voeren om dat hier voor elke audio-editor apart uit te leggen.

Multitrack editing in Reaper

Voor we met ons stappenplan gaan beginnen: er zijn eigenlijk 3 redenen om je podcast te masteren:

  1. Het verbetert de verstaanbaarheid van je sprekers;
  2. Je kunt er mee voldoen aan een bepaalde norm;
  3. Je kunt er, als je dat wilt, een bepaalde klankkkleur of identiteit mee aan je podcast geven.

Als je meer wilt weten over punt 2, die norm, dan kan ik je aanraden om aflevering 8 van Tussen de Oren terug te beluisteren. Die gaat helemaal over de loudness van podcasts en of je je wel of niet aan een norm zou willen houden. Conclusie uit die aflevering was: of je je eraan wilt houden moet je helemaal zelf weten, veel podcastmakers doen het niet. Maar áls je een norm wilt hanteren, neem dan die van Apple, dat is de enige die een richtlijn heeft gepubliceerd, een ‘sterke aanbeveling’ noemen ze het. Die norm bestaat uit 2 punten:

  1. Een gemiddeld geluidsniveau van -16 LUFS;
  2. -1,0 dB true peak limiting.

Het leuke is: die 2 eisen zijn alle twee te realiseren met gratis plugins.

Stap 1: meten van de loudness

Voordat we naar een bepaalde norm, in dit geval -16 LUFS, toe kunnen werken, gaan we eerst zorgen dat we kunnen meten wat we eigenlijk aan het doen zijn. In elke audio-editor zit een vorm van geluidsmeting, meestal in de vorm van een decibelmeter. Maar de norm van Apple wordt dus uitgedrukt in LUFS, dat staat voor Loudness Units Relative to Full Scale en dat is een manier van meten die beter rekening houdt met hoe het menselijk oor de hardheid van geluid ervaart. In sommige audio-editors zit, naast een decibelmeter,- ook een LUFS-meter, maar in de meeste niet. Dus gaan we er een installeren. Daarvoor nemen we in dit geval de Youlean Loudness Meter. Daar is ook een betaalde variant van, maar de gratis variant is meer dan voldoende voor wat wij willen. Een link naar deze plugin zet ik onderaan dit artikel.

Youlean Loudness Meter

Ik noem het dus een plugin – en dat is ook. Je kunt hem toevoegen als effect in je audio editor. Alleen is het geen effect in de letterlijke zin van het woord. Deze plugin verandert helemaal niets aan je geluid. Hij meet alleen. Hij geeft dus aan hoe hard je geluid is in LUFS. Als je deze plugin hebt geïnstalleerd in je audio editor, dan voeg je hem toe aan de masterbus, dus aan het plekje in je audio-editor waar je effecten kunt toevoegen die over alle sporen samen werken. De norm van Apple, van -16 LUFS, gaat namelijk niet over een waarde per spreker, per stem of per track, maar over het geheel, dus ook bijvoorbeeld over sprekers waar muziek onder zit. Dus we voegen ons nieuwe metertje toe aan de master. En, om precies te zijn: als laatste plugin in je master. Na de Youlean Loudness Meter mogen geen andere plugins meer komen die van invloed kunnen zijn op het volume van je geluid.

Als je dit hebt gedaan, en je speelt wat proefmateriaal af in je editor, dan zou je de meter moeten zien bewegen.

Ik kijk eigenlijk naar 2 waardes in deze meter het meest, en naar eentje af en toe: ik kijk met name naar de LUFS integrated. Dat integrated is een soort van gemiddelde (maar de naam zegt het eigenlijk al, het gaat eigenlijk om integreren, iets wiskundigs dat voor mij veel te ingewikkeld is). Gelukkig, LUFS integrated is waar Apple ook op doelt. Maar dan kijken ze naar je hele aflevering. En omdat jij in je audio-editor vaak stopt en start, is die integrated-waarde vaak niet helemaal correct, want iedere keer dat je opnieuw start wordt die integrated-waarde gereset. Daarom is de tweede waarde waar ik met een schuin oog naar kijk, die daarboven: de LUFS short term. Die moet uiteindelijk zo’n beetje schommelen rond de -16 LUFS. Dat doet-ie nu nog vast nog niet, want we hebben nog niets echt veranderd aan het geluid. We zijn immers alleen nog maar aan het meten wat we nu hebben.

Het derde getal waar ik af en toe naar kijk staat bijna helemaal onderaan: de true peak max. En daar mogen we van Apple dus niet boven de -1,0 dB uitkomen. Dat kan nu nog best misgaan, maar we gaan straks zorgen dat we daar echt niet overheen kunnen komen.

Ok, onze meter is geïnstalleerd, als het goed is dus op de mastertrack of -bus. Dan door naar stap 2.

Stap 2: de gain

De gain is het volume van je track. Nu moet je weer even naar je decibelmeter kijken, de meter die in je audio-editor is ingebouwd, en dan het liefst de meter die je hebt per track. Dus niet naar je nieuwe LUFS-meter kijken, nee, je decibelmeter. Als je netjes hebt gewerkt, heb je je opname gemaakt met een geluidsniveau van rond de -17 of -18 dB, met de pieken zo rond de -6 dB.

Je gaat nu van elke track, per spreker dus, het volume zo inregelen dat het schommelt rond de -17 dB – als dat nog niet zo was. Dat inregelen doe je bij voorkeur niet met een plugin, maar gewoon met de gainregelaar van deze track in je editor. Een klein maar belangrijk dingetje waar je op moet letten: je wilt het volume van je track instellen vóór de effecten. In Reaper heet dat pre-FX-gain. In Reaper staat het standaardvolumeknopje van een track zo ingesteld dat deze het volume aanpast ná de effecten. Dat willen we in dit geval niet, omdat we eerst de gain op het goede volume willen brengen en dán de effecten willen toevoegen. Dus check voor de zekerheid even hoe dit in jouw editor is geregeld. Desnoods voeg je een aparte gain-plugin aan de track toe. Daar zijn er een heleboel van – ik zet een voorbeeldje onderaan dit artikel.

Meestal prik ik zo’n 3 momentjes in de tijd die de aflevering duurt, een soort steekproefjes. Dus ik luister naar het begin, de eerste 30 seconden, en terwijl ik luister, kijk ik op de decibelmeter en pas ik zo nodig het volume aan met de gainregelaar. Daarna prik ik een moment ongeveer in het midden van de aflevering, van dezelfde spreker dus, en kijk ik of het nog steeds schommelt rond de -17 dB en dat check ik aan het eind nog een keer. Als het volume van de spreker niet al te veel fluctueert, kies je gewoon een gemiddelde waarde, die voor de hele aflevering gemiddeld goed is. Zelf ga ik vaak gedurende het inspreken van een aflevering langzaam iets zachter praten (meestal zak ik 1 tot 2 dB in volume in een aflevering van een half uur) en dat zou je ook kunnen oplossen met een beetje volume automation – iets wat ik nu niet helemaal ga uitleggen.

Probeer in ieder geval te voorkomen dat je elk individueel brokje geluid van deze spreker op volume gaat brengen – daar bezorg je jezelf nodeloos veel werk mee. Dat is leuk als je het nieuwste album van Adele aan het mixen of masteren bent, maar niet voor een podcast. Je leert er waarschijnlijk wel van, door hiermee bezig te zijn bedoel ik, dat je moet werken aan je microfoontechniek en een constante afstand tot de microfoon moet bewaren. Als je dat beheerst, ben je veel sneller klaar dan wanneer je achteraf alles moet levelen in je audio-editor.

Dit instellen van de gain doe je dus per spreker. Niet teveel tijd aan besteden, maximaal 5 minuten per spreker of iets dergelijks. Liefst nog sneller, zo moeilijk is het niet. Waarom doen we dit? Omdat we straks, in stap 4, zoveel mogelijk op een constant geluidsniveau onze compressor in willen.

Stap 3: EQ

Over EQ kan ik eigenlijk een complete aparte aflevering of blogpost maken. Het is ook eigenlijk niet te doen om daar een algemene werkwijze voor te geven. Er zijn bijna geen woorden te vinden voor hoe iets moet klinken en het is nogal smaakafhankelijk. Maar toch een paar losse opmerkingen over EQ.

De meeste audio-editors hebben een hele aardige meegeleverde EQ-plugin. Maar soms loop je tegen iets aan dat gewoon een 1+1=3 gevoel geeft. Dat had ik met de gratis EQ plugin Slick EQ van TDR. Dit zijn gewoon ongeveer 3 knoppen, voor laag, midden en hoog, waar je redelijk eenvoudig een stem verstaanbaarder mee kunt maken. 

TDR VOS SlickEQ

EQ is iets waar ik zelf eindeloos aan kan werken, ik ben hier bijna nooit echt tevreden over. Twee handige tips heb ik wel:

  1. Als je met EQ in de weer gaat zorg dan dat je het resultaat checkt op verschillende bronnen: dus met je oortjes in, in de audio, op de stereo thuis, etc. Je komt er snel echter dat het overal weer anders klinkt. En dat het niet eenvoudig is te zorgen dat het overal goed klinkt. Je zult hier en daar een compromis moeten sluiten.
  2. Wees voorzichtig met het versterken van frequenties met meer dan 3 dB. Als je daar overheen gaat, gaat het op sommige speakers al snel onnatuurlijk klinken.

Volgens de officiële regels van de kunst moet je nu per track eerst een EQ-plugin toevoegen waar je onwenselijke frequenties mee vermindert, daarna je compressor, en daarna nog een EQ waarmee je mooie frequenties versterkt. Maar ik plaats ook weleens de compressor als laatste, omdat ik dat toch mooier vindt klinken.

Vertrouw op je oren is dan het credo. Maar daarbij moet ik nog wel opmerken dat je je oren alleen kunt vertrouwen, als je niet uren achter elkaar met geluid hebt gewerkt. Je oren worden dan moe en werken niet meer zo lekker. En ze passen zich aan aan wat ze oren, dus na verloop van tijd gaat alles goed klinken – heel irritant als je volgende dag terug komt en je moet tot conclusie komen dat het helemaal niet zo mooi is als je dacht.

En: je moet je oren wel een beetje leren wat mooi eigenlijk is. Dat doe je met reference tracks: zoek een podcast waarvan jij zelf het geluid goed vindt klinken, liefst met een aantal verschillende soorten stemmen erin. Daar luister je regelmatig naar en zo bouw je een soort van metertje in je hoofd, een soort gevoel, dat je gaat vertellen of iets te hoog, te laag, te schril etcetera klinkt.

Stap 4: Compressie

Dit is de stap waarin het harde werken gebeurt: compressie. Waar we net naar onze decibelmeter aan het kijken waren bij het instellen van het volume, gaan we nu weer naar LUFS-meter kijken. De loudness-standaard van Apple gaan we namelijk bereiken door voldoende compressie toe te passen, en dit gaan we per spreker instellen.

Je hebt hiervoor 2 opties. Je kunt een van de compressors gebruiken die werd meegeleverd met je audio-editor. Of je installeert de gratis plugin Trileveler. Een link staat onderaan dit artikel. Om te beginnen met die laatste: dit zijn eigenlijk 3 compressors in 1 plugin. Een snelle, een gemiddelde en een langzame. En het allermooiste is dat je hiermee simpel een loudness-target kunt opgeven. Dus: je voegt deze plugin toe per track, per spreker. En zonder dat je er verder iets van hoeft te begrijpen, stel je het schuifje bij target in op -16 LUFS. Als je een stukje afspeelt, en je kijkt op op de Youlean Loudness meter, dan zou je loudness nu rond de -16 LUFS moeten liggen. Het kan zijn dat je een paar seconden moet wachten, want deze Trileveler heeft soms even tijd nodig om zijn ideale instellingen te vinden.

Trileveler 2 Broadcast Voice Leveler

Deze plugin heeft wel een paar kleine nadelen:

  • Ten eerste werkt-ie in bijna alle editors op Windows, maar op de Mac alleen in Reaper.
  • Ten tweede: soms moet je hem een beetje helpen op de juiste hoeveelheid LUFS uit te komen, door nog wat output-trim in te stellen.
  • Ten derde vind ik dat bij sommige stemmen het geluid wel erg dicht gaat zitten, dat het een beetje troebel wordt, of hoe je dat ook uit moet leggen, dat het wat saai gaat klinken. Maar dat is die laatste 20% waar ik het over had. Je komt met deze plugin 80% in de goede richting, wat voor de meeste podcastluisteraars 100% goed klinkt!

Het voordeel is dat deze compressor speciaal voor spraak is gebouwd. En dat er een ingebouwde gate in zit, die best goed werkt, al zet ik de snelheid daarvan meestal iets sneller dan de default. Maar het grootste voordeel is, dat het je enorm veel tijd kan besparen. Als je haast hebt, kun je zelfs de stap van het instellen van de gain overslaan doordat er een automatische input trim op zit: handig als je heel deadlinegevoelige podcasts maakt en de kwaliteit ietsjes ondergeschikt is.

Maar goed, hij heeft dus ook nadelen, dus ik heb ook een alternatief. Dat is namelijk de compressor die in je audio-editor zit meegeleverd. Als je meerdere stock-compressors hebt, kies dan een basale, maar wel een waar je zelf controle hebt over attack, release, ratio en threshold. Compressors waarbij dat niet kan, zijn vaak voorgeprogrammeerd op muziek, en dan met name op zang, en dat zijn niet de ideale instellingen voor gesproken woord.

ReaComp compressor

Ik ga je hier een paar settings geven waar je rustig mee kan stoeien, maar die een goed vertrekpunt zijn, iets waar je het niet echt fout mee kan doen.

  • Stel de attack in op 2 tot 3 milliseconden;
  • Stel de release in op 12 tot 15 milliseconden, of liever nog: op automatic of program dependend als die optie er is;
  • Stel de ratio in op 2,5:1;
  • Als er een RMS-size-optie is, kan je deze instellen op ongeveer 5 milliseconden;
  • Als je een knee kunt instellen, pak dan 5 dB ofzo. Of kies voor soft knee;
  • En tot slot: er vanuitgaande dat je bronmateriaal inmiddels rond de -17dB schommelt: stel de threshold in op ongeveer -24 dB.

Als er een gain reduction meter in je plugin zit, wil je deze nu zien schommelen op een gain reduction van -3 tot -4 dB ongeveer, en zien pieken op -6 dB. Maar, en dit is niet onbelangrijk, af en toe moet-ie ook even terug naar een gain reduction van 0 dB. Als er continue een gain reduction optreedt, en deze nooit even terugkeert naar 0, compres je teveel, dan moet de threshold iets terug of je kunt de release iets korter zetten.

Als je voor eerst met een compressor werkt, ervaar je misschien iets wat voor je gevoel gek is: je geluid is zachter geworden. Dat klopt: met de compressor hebben we namelijk de pieken, de hardste delen in het geluid, wat ingeduwd, terwijl we de zachtere delen intact hebben gelaten. Het verschil tussen de pieken en dalen is dus minder groot geworden; het geheel is minder dynamisch geworden en dat heeft als voordeel dat we nu het volume kunnen optrekken zonder dat de pieken door het plafond schieten – dan zouden ze eigenlijk worden afgesneden en dat ga je horen als een soort van digitaal gekraak. Met het knopje post-gain, of make-up-gain in je compressor kun je het volume nu zover optrekken – en nu komt het! – dat de loudness meter uit stap 1 een waarde van rond de -16 LUFS laat zien. Klaar! Als je deze methode nu volgt per spreker, hebben we het grootste gedeelte van het werk gehad.

Behalve dat we de norm van Apple nu gehaald hebben, hebben we nog iets voor elkaar gekregen. Door eerst de harde delen zachter te maken, en vervolgens het geheel terug te zetten op het oude volume, hebben we dus per saldo de harde delen even hard gelaten, maar de zachte delen opgetrokken. En laat dat nu net zorgen voor een veel grotere verstaanbaarheid van menselijke stemmen in lawaaiige omstandigheden. Bij elke radiouitzending die je hoort, wordt dit in meer of mindere mate gedaan, zelfs op Radio 1 of op Radio 4.

Dit is – samen met EQ – ook het stapje waar je iets van klankkleur toe kunt voegen aan je podcast. Je kunt de compressie ook nog iets verder doorduwen, door de ratio bijvoorbeeld in te stellen op 5:1 of zelfs 10:1 en de threshold nog een paar dB extra te geven. Dan creëer je een beetje dat radio-effect. Je zult dan ook zien dat je loudness-meter bij een wat zachter volume in decibellen toch al aangeeft op -16 LUFS te zitten. Dat komt doordat LUFS niet alleen de decibellen meet, maar ook de compressie. 

Stap 5: limiting

Apple vraagt ook om limiting: op -1 dB true peak. 0 dB is het keiharde maximum in een audiobestand, harder past simpelweg niet in het bestandsformaat. Dus je zou zeggen, ok, 0 dB is een prima target om op te limiten. Maar bij het comprimeren van audiobestanden, als je er een mp3-bestand van maakt, wordt het geluid in feite ook een beetje veranderd, en daarbij kunnen soms pieken ontstaan die niet in het origineel zitten. En daar is die 1 dB ruimte van Apple voor nodig. Gelukkig hebben we ook daar een prachtige gratis plugin voor: LoudMax

LoudMax true peak limiting (en een beetje “mix glue”)

Deze plugin zet je, net als de Youlean Loudness Meter, op het geheel. Dus niet per track: we kijken 1x, helemaal aan het eind, of het geluid binnen die marges blijft. Zorg wel dat je LoudMax vóór Youlean Loudness Meter in de chain zet, zodat  Youlean echt het allerlaatste eindresultaat meet.

We stellen de LoudMax nu met het onderste schuifje in op een out van -1,0 dB, en -niet vergeten – klik ook op ISP, zodat deze lettertjes oranje worden. Dat staat voor Inter Sample Peaks, dat is te ingewikkeld om nu uit te leggen, maar om goed aan de norm te voldoen, moet ISP aan.

Nu hebben we een zogeheten brickwall limiter geactiveerd, die meteen automatisch ingrijpt als het geluid boven de -1,0 dB uitkomt. En dat kun je controleren met dat onderste metertje in Youlean, boven de woordjes true peak max. Die zie je nu niet meer boven de -1,0 dB uitkomen.

Mix glue

Als je ook muziek gebruikt in je podcasts, dan zou je het bovenste schuifje van LoudMax nog op -1 of -2 dB in kunnen stellen. Dan voeg je nog een kleine beetje compressie toe aan het geheel, aan muziek en spraak samen, waardoor het iets mooier in elkaar gaat overvloeien. Mix glue noemen audio engineers dat. Maar let op: voor elke dB die je hier die threshold in het bovenste schuifje van LoudMax naar links trekt, zul je in Youlean zien dat de loudness met 1 LUFS stijgt, omdat je compressie toevoegt. Dus je zult dan in de compressor van je stem-tracks je make-up-gain weer iets moet laten zakken, of de threshold op de compressor per stem iets moeten laten vieren. Als dit laatste stapje te gecompliceerd klinkt, gebruik dan gewoon alleen de limiting-functie van LoudMax en laat de threshold van het bovenste schuifje gewoon helemaal naar rechts, op 0.

Welke norm kies jij?

Daarmee zijn we er. Dit zijn de stappen: meten, gain, eq, compressie en limiting voor podcasts. Ik ben hier steeds uitgegaan van -16 LUFS omdat dit de Apple-norm is. Je kunt natuurlijk ook een andere standaard hanteren. Spotify vraagt voor muziek om -14 LUFS. Maar bij KINK zitten ze op -8 LUFS. Ik vind dat persoonlijk wel erg hard, maar als je dat wilt, kun je dat met deze mastering chain wel bereiken.

Bonustip (1): edit terwijl je mastert

Nog een tip trouwens: meestal doe ik het editen, mixen en masteren van mijn podcasts tegelijkertijd. Niet eerst editen en dan masteren. Ik heb presets klaar liggen met eq en compressie die ik zo op een track kan gooien. En hetzelfde geldt voor de limiting en loudnessmeter op de master. Dat stel ik allemaal eerst in, voor ik ga editen. Je weet namelijk toch al dat dat je eindklank wordt, dus kan je daar net zo goed meteen ‘tegenaan’ editen. Anders maak je straks knips die in eerste instantie goed klinken, maar onnatuurlijk worden na compressie. Vooral bij ademhalingen kan dat gebeuren. Zodra je compressie toepast, worden alle ademhalingen wat harder en moet je er dus beter op letten dat knips natuurlijk blijven klinken.

Bonustip (2): 2 extra plugins

Dan moet ik voor de volledigheid nog 2 effecten of plugins noemen die ik in bovenstaande simpele setup heb weggelaten. Je kunt per track nog beginnen met een gate, die ervoor zorgt dat een zacht achtergrondruisje, of de akoestiek van de kamer, minder hoorbaar is als er niet gesproken wordt. Meestal begin ik met een gate, zodat ik het achtergrondgeluid er al uit filter voordat ik er compressie op loslaat. Die compressor zou het achtergrondgeluid anders juist harder gaan maken.

Gate: Efektor Silencer

Het andere effect dat ik heb weggelaten is een de-esser. Tot de zachtere klanken in de menselijke spraak horen helaas ook de ssss-geluiden. En dat betekent dat ook die harder worden als gevolg van compressie. Maar dat is vaak niet helemaal gewenst – de ssss-geluiden willen dan wel eens onaangenaam gaan snerpen in het menselijk oor, vooral voor luisteraars met oortjes in. Daar kun je weer een de-esser op los laten, die specifiek de geluiden op de frequenties van de sss-geluiden te lijf gaat. Ook daar zijn gratis plugins voor te vinden, trouwens. Ik gebruik een dynamisch EQ van TDR en die heet Nova.

De-essing met TDR Nova

Ik ben freelance podcastmaker onder de naam Audiodroom. Als jij hulp kunt gebruiken bij het maken van jouw podcast, neem dan contact met me op, of kijk op audiodroom.nl. Ik kan je niet alleen helpen bij technische aspecten, maar ook met bijvoorbeeld scripts en het ontwikkelen van een goed format voor je podcast.

Dit verhaal is ook als podcast te beluisteren – zie de player bovenaan deze pagina.

Links (“in order of appearance”)

Post navigation

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*