
Het Nederlandse beleid voor commerciële radio heeft de digitalisering van de radiomarkt bevorderd, maar mist nog altijd een samenhangende visie op de toekomstige distributie van radio. Dat concludeert adviesbureau TwynstraGudde in een evaluatie die is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Het onderzoek richt zich op het commerciële radiobeleid tussen 2016 en 2025 en op de FM- en DAB+-verdelingen van 2021 tot en met 2025. Volgens de onderzoekers zijn de verschillende veilingen over het algemeen transparant, zorgvuldig en navolgbaar voorbereid en uitgevoerd. De verdeling van landelijke FM-frequenties in 2023 en de uitgifte van DAB+-capaciteit hebben bijgedragen aan doelmatiger frequentiegebruik en de verdere digitalisering van radio.
De Taskforce Digitale Radio heeft volgens het rapport een belangrijke rol gespeeld bij de herindeling van het DAB+-spectrum. Ook het Adviescollege Radio heeft zijn opdracht uitgevoerd en fungeerde als richtinggevend kader voor de latere veilingen. De dialoogsessies tussen overheid en radiosector zorgden tijdelijk voor betere verhoudingen en minder juridische procedures, maar het effect bleek niet structureel.
Een belangrijke tekortkoming is dat de aangekondigde Strategische Nota Omroepdistributie nooit is verschenen. Daardoor ontbreekt een integraal kader voor de overgang van analoge naar digitale radio en voor de toekomstige uitgifte van omroepvergunningen. Ook kon bij verschillende veilingen niet worden vastgesteld of het uiteindelijke radioaanbod beter aansluit bij de behoeften van mobiele luisteraars.
TwynstraGudde adviseert het ministerie om te blijven investeren in structureel overleg met de radiosector en alsnog een strategische nota voor omroepdistributie op te stellen. Daarnaast moeten toekomstige beleidsdoelen duidelijker aan veilingdoelstellingen worden gekoppeld en na afloop meetbaar worden geëvalueerd.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
