Omroep MAX kritisch op omroephervorming: ‘Ingrijpender dan nodig’

Omroep MAX vindt de voorgenomen hervorming van de landelijke publieke omroep ingrijpender dan noodzakelijk en maakt zich zorgen over het behoud van de eigen identiteit binnen de nieuwe omroephuizen. Ook wil MAX dat de NPO minder zeggenschap krijgt over het programma-aanbod en dat de positie van omroepverenigingen beter wettelijk wordt beschermd. Dat blijkt uit de reactie van MAX op het wetsvoorstel Hervorming landelijke publieke omroep, die op 22 oktober is ingediend.

De reactie is mede namens de ledenraad, raad van toezicht en ondernemingsraad opgesteld. MAX benadrukt dat de omroep met ruim 440.000 leden de grootste publieke omroepvereniging van Nederland is en een sterke maatschappelijke positie heeft opgebouwd onder vijftigplussers.

Identiteit van omroepen onvoldoende beschermd

MAX gaat samen met KRO-NCRV en WNL een nieuw omroephuis vormen. Hoewel de drie organisaties bestuurlijk en juridisch één geheel worden, wil MAX voorkomen dat hun afzonderlijke identiteiten op termijn verdwijnen.

Volgens de omroep biedt het huidige wetsvoorstel onvoldoende garanties voor de verscheidenheid binnen de omroephuizen. De wet beschermt wel de pluriformiteit tussen de verschillende omroephuizen, maar regelt onvoldoende hoe de afzonderlijke omroepmerken daarbinnen hun eigen karakter kunnen behouden. MAX waarschuwt dat een omroephuis niet mag verwateren tot één maatschappelijke identiteit of één programmatische afzender. Ook mag samenwerking niet leiden tot een verplichte specialisatie, waarbij bepaalde omroepen of merken worden uitgesloten van specifieke genres of programmaonderwerpen. De omroep pleit daarom voor aanvullende wettelijke garanties. Zonder deze bescherming kan het volgens MAX lastig worden om de eigen ledenraad voldoende vertrouwen te geven om met de hervorming in te stemmen.

NPO moet minder macht krijgen over programmering

Een ander belangrijk kritiekpunt betreft de toekomstige rol van de NPO. MAX steunt het uitgangspunt dat de NPO zich minder met de dagelijkse programmering moet bemoeien, maar vindt dat het wetsvoorstel hierin onvoldoende ver gaat. De omroep noemt het een weeffout dat de NPO uiteindelijk nog steeds het gezamenlijke aanbodplan vaststelt. Volgens MAX zouden de omroephuizen zelf de primaire verantwoordelijkheid moeten krijgen voor zowel hun programma-aanbod als de keuze van de distributieplatforms. De NPO zou zich vooral moeten richten op distributie, techniek, toegankelijkheid, onderzoek, innovatie en gezamenlijke marketing. MAX stelt bovendien voor om het volledige programmaversterkingsbudget rechtstreeks over de omroephuizen te verdelen. Het aanhouden van een substantieel budget bij de NPO zou volgens de omroep de onderlinge concurrentie blijven stimuleren.

Zichtbaarheid van omroepmerken op digitale platforms

MAX vraagt daarnaast aandacht voor de zichtbaarheid van afzonderlijke omroepmerken op de digitale platforms van de publieke omroep en bij externe distributeurs. Volgens de omroep is het juist in een tijd van kunstmatige intelligentie en nepnieuws belangrijk dat het publiek kan herkennen wie verantwoordelijk is voor programma’s en journalistieke producties. De NPO moet daarom de zichtbaarheid van de verschillende omroepmerken volledig faciliteren. MAX wil dat hierover duidelijke afspraken worden opgenomen in de toelichting op de wet.

Zorgen over bestuurders en toezichthouders

Ook de voorgestelde bestuursstructuur krijgt kritiek. MAX vindt het onwenselijk dat ervaren omroepbestuurders binnen enkele jaren na de vorming van een omroephuis moeten vertrekken zonder mogelijkheid tot herbenoeming. De omroep wil dat bestuurders voor maximaal vier jaar kunnen worden herbenoemd. Ook moeten bestaande toezichthouders volgens MAX kunnen doorstromen naar de raden van toezicht van de nieuwe omroephuizen. Juist bij een reorganisatie van deze omvang is behoud van kennis en ervaring noodzakelijk, stelt de omroep.

Omroepverenigingen moeten verbonden blijven met hun programma’s

De hervorming brengt een juridische scheiding aan tussen de omroepvereniging en de organisatie die daadwerkelijk programma’s maakt. MAX vreest dat hierdoor onnodige belemmeringen ontstaan. De omroep wil onder meer dat ledengegevens bij de vereniging kunnen blijven en dat bijdragen van leden via een bestemmingsfonds rechtstreeks ten goede kunnen komen aan programma’s onder het merk MAX. Ook moet worden voorkomen dat verenigingen voor het gebruik van programmanamen, logo’s of beelden telkens afzonderlijke licentieafspraken moeten maken.

Geen extra geld voor omvangrijke reorganisatie

MAX wijst verder op de financiële risico’s van de hervorming. De reorganisatie vindt plaats terwijl de publieke omroep al met forse bezuinigingen wordt geconfronteerd. De omroep verlangt garanties dat de vorming van de omroephuizen niet leidt tot extra fiscale lasten of andere financiële nadelen. Ook mogen inkomsten uit ledenbijdragen en abonnementen volgens MAX niet worden verrekend met de reguliere overheidsbijdrage. Daarnaast pleit MAX voor meer ruimte voor publiek-private samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering en distributie.

Bestaande samenwerking met WNL had als voorbeeld kunnen dienen

In de slotbeschouwing uit MAX fundamentele kritiek op de omvang van de hervorming. Volgens de omroep had de bestaande samenwerking tussen MAX en WNL als voorbeeld kunnen dienen voor een efficiënter publiek bestel. Bij die samenwerking verzorgt MAX verschillende ondersteunende diensten voor WNL, terwijl beide omroepen hun eigen programmatische identiteit behouden. Volgens MAX had een dergelijk model veel ingewikkelde juridische en bestuurlijke wijzigingen kunnen voorkomen De omroep wijst erop dat bij eerdere fusies in 2014 aanvullende financiële middelen beschikbaar waren. Bij deze hervorming ontbreekt die ondersteuning, terwijl tegelijkertijd moet worden bezuinigd. Ondanks de kritiek zegt MAX zich te blijven inzetten voor een sterk en pluriform publiek omroepbestel en voor het behoud van een herkenbaar programma-aanbod voor vijftigplussers.

Ook WNL kritisch: zorgen over pluriformiteit en overheidstoezicht op journalistiek

Ook WNL uit in zijn reactie op het wetsvoorstel stevige kritiek. Net als MAX vindt WNL dat de eigen identiteit van omroepen binnen de nieuwe omroephuizen onvoldoende wettelijk wordt beschermd. WNL pleit daarom voor afzonderlijke redacties met eigen hoofdredacteuren, redactiestatuten en adviesraden. Daarnaast stelt de omroep voor om het Sociaal en Cultureel Planbureau een objectieve analyse te laten maken van maatschappelijke stromingen die binnen de publieke omroep vertegenwoordigd moeten zijn.

Opvallend is vooral de kritiek op het voorgestelde overheidstoezicht op journalistiek. WNL vreest dat het Commissariaat voor de Media via een nieuw correctiemechanisme indirect invloed kan krijgen op journalistieke beslissingen. De toezichthouder zou bij herhaalde schendingen van journalistieke normen uiteindelijk kunnen ingrijpen in het bestuur. Volgens WNL kan dit bestuurders onder druk zetten om zich met redactionele keuzes te bemoeien. De omroep waarschuwt voor een afschrikwekkend effect op de journalistieke onafhankelijkheid. Ook WNL wil dat de NPO zich vooral richt op coördinatie en distributie, terwijl de omroephuizen verantwoordelijk blijven voor de inhoud. Verder vraagt WNL om meerjarige financiële zekerheid en minder administratieve verplichtingen.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -