
Het Duitse Leibniz-Institut für Medienforschung heeft deze week de Duitse uitwerking van het Reuters Institute Digital News Report 2026 gepubliceerd. Wie de Duitse cijfers naast de Nederlandse editie van het Commissariaat voor de Media legt, ziet vooral één verschil: in beide landen schuift nieuwsgebruik verder richting online platforms, sociale media en AI, maar in Duitsland blijft de klassieke nieuwsvoorziening via televisie en publieke omroep nadrukkelijker aanwezig.
In Duitsland zegt 51 procent van de volwassen online bevolking zeer of buitengewoon geïnteresseerd te zijn in nieuws. In Nederland ligt dat met 45 procent lager. Tegelijk is de trend in beide landen neerwaarts. In Nederland is de nieuwsinteresse sinds 2018 gedaald van 61 naar 45 procent, terwijl Duitsland in dezelfde internationale vergelijking uitkomt op 51 procent, met een daling van 19 procentpunt sinds 2018.
Mediagedrag Nederland en Duitsland naast elkaar
| Onderdeel | Nederland | Duitsland |
|---|---|---|
| Veel interesse in nieuws | 45% | 51% |
| Online nieuwsgebruik per week | 61% online nieuwsdiensten | 67% online nieuws |
| Televisienieuws per week | 57% | 59% |
| Sociale media als nieuwsbron per week | 37% | 36% |
| Radionieuws per week | 31% | 34% |
| Print per week | 20% | 17% |
| Nieuwspodcasts per week | 7% | 8% |
| AI-chatbots voor nieuws per week | 7% | 5% |
| Betaalt voor online nieuws | 15% | 11% |
| Vertrouwen in nieuws algemeen | 49% | 46% |
| Vertrouwen in zelf gebruikt nieuws | 59% | 58% |
| Vertrouwen in nieuws via zoekmachines | 26% | 24% |
| Vertrouwen in nieuws via sociale media | 12% | 13% |
| Vertrouwen in nieuws via AI-chatbots | 11% | 13% |
| Alleen sociale media als nieuwsbron | 7% totaal / 14% bij 18-34 jaar | 7% totaal / 17% bij 18-24 jaar |
| Voorkeur voor neutraal nieuws | 57% | 64% |
Bij enkele cijfers verschillen de definities licht. Zo spreekt het Nederlandse rapport bij online gebruik vooral over online nieuwsdiensten, waaronder nieuwssites, apps en nieuwsverzamelaars, terwijl het Duitse rapport online nieuws breder neemt, inclusief sociale media en AI-chatbots. Toch is de richting duidelijk: Nederland is iets sterker verschoven naar online nieuwsdiensten, Duitsland houdt televisie, radio en publieke nieuwsmerken iets steviger vast.
In Nederland zijn online nieuwsdiensten inmiddels de meest gebruikte nieuwsbron: 61 procent gebruikte die in de afgelopen week. Televisie volgt met 57 procent, sociale media met 37 procent, radio met 31 procent en print met 20 procent. Het Commissariaat benadrukt dat vooral televisie en papieren kranten sinds 2018 sterk zijn teruggelopen.
In Duitsland is het beeld iets klassieker. Online nieuws is ook daar de grootste categorie met 67 procent, maar lineaire televisienieuwsuitzendingen blijven met 59 procent bijna even sterk. Daarnaast luistert 34 procent wekelijks naar radionieuws en leest 17 procent gedrukte kranten of tijdschriften.
Vooral bij jongeren verschuift het zwaartepunt. In Nederland is sociale media voor 33 procent van de 18- tot 34-jarigen de belangrijkste nieuwsbron. In Duitsland is dat aandeel onder 18- tot 24-jarigen zelfs 44 procent. Ook het exclusieve gebruik van sociale media ligt bij jongeren in beide landen duidelijk hoger dan gemiddeld: 14 procent bij Nederlandse 18- tot 34-jarigen en 17 procent bij Duitse 18- tot 24-jarigen.
Een opvallend verschil zit in de framing van de rapporten. Het Nederlandse rapport is duidelijk beleidsmatiger ingestoken. Het Commissariaat spreekt over een minder robuuste nieuwsvoorziening, dalende interesse, toenemende passiviteit en de groeiende macht van internationale platforms. In Duitsland ligt de nadruk meer op de veranderende nieuwsmix: online groeit, sociale media winnen terrein, maar lineaire televisie, ARD, ZDF en andere gevestigde nieuwsmerken blijven voor grote groepen belangrijk. De grootste offline nieuwsmerken in Duitsland zijn ARD/Das Erste met 38 procent wekelijks bereik en ZDF Nachrichten met 31 procent; online voert tagesschau.de de lijst aan met 20 procent.
Ook bij vertrouwen liggen beide landen dicht bij elkaar. Nederland scoort iets hoger op algemeen vertrouwen in nieuws, met 49 procent tegenover 46 procent in Duitsland. Bij vertrouwen in het nieuws dat mensen zelf gebruiken is het verschil minimaal: 59 procent in Nederland en 58 procent in Duitsland. Opvallend is wel dat Duitsland sinds 2018 minder vertrouwen heeft verloren dan Nederland.
Nieuws via sociale media en AI-chatbots wordt in beide landen nauwelijks vertrouwd. In Nederland vertrouwt 12 procent nieuws via sociale media en 11 procent nieuws via AI-chatbots. In Duitsland ligt dat voor beide categorieën op 13 procent. Zoekmachines scoren duidelijk beter, maar blijven ook achter bij het algemene nieuwsvertrouwen: 26 procent in Nederland en 24 procent in Duitsland.
AI-chatbots spelen nog een beperkte rol in het dagelijkse nieuwsgebruik, maar Nederland loopt iets voor op Duitsland. In Nederland gebruikt 7 procent wekelijks een AI-chatbot voor nieuws, in Duitsland 5 procent. Het Nederlandse rapport legt daarbij sterk de nadruk op het risico dat gebruikers niet doorklikken naar originele bronnen. Slechts een derde van de Nederlandse AI-chatbotgebruikers zegt bijna altijd op originele bronnen te klikken.
Bij online nieuwsmakers en influencers is Nederland juist terughoudender. Het Commissariaat stelt dat Nederland van alle 48 onderzochte landen de kleinste rol kent voor zelfstandige online nieuwsmakers. In Nederland komt 17 procent zulke makers tegen of volgt hen; 9 procent ziet makers die zich hoofdzakelijk op nieuws richten. In Duitsland ligt dat laatste aandeel op 13 procent.
Nederland en Duitsland hebben met dezelfde structurele beweging in mediaconsumptie te maken, maar de Duitse cijfers laten zien dat de digitale verschuiving weliswaar stevig doorzet, maar dat klassieke nieuwsmerken, televisie en publieke omroep daar nog altijd een zwaarder anker vormen dan in Nederland.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
