Het eurekamoment van Uitzending Gemist

De komst van betaalbare videorecorders voor consumenten gaandeweg de jaren 70 maakte uitgesteld kijken mogelijk. Maar die apparaten waren niet mobiel en je kon alleen terugzien wat een omroep had uitgezonden. De opkomst van internet vanaf de jaren 90 bracht nieuwe technologische mogelijkheden. Echt doorbreken deed video on demand met de komst van Uitzending Gemist van de NOS in 2002. William Valkenburg, die de dienst én de naam bedacht, blikt terug op de toekomst van tv-kijken.

“Op mijn Nokia-telefoon zag ik ‘oproep gemist’ staan. Toen dacht ik: dat is het!”

Lineair televisiekijken (toestel aanzetten en de uitzending volgen) is nog lang niet dood. Maar video on demand (kijken wat, waar en wanneer je wilt) is inmiddels zo gewoon dat het haast de norm is, mede dankzij het succes van platforms zoals YouTube en grote internationale streamingdiensten zoals Netflix. Toch maken we nog niet eens zo heel lang gebruik van die mogelijkheden. De voedingsbodem ervoor was de opkomst van internet, dat zelf teruggaat tot 1969 en vanaf 1991 een enorme vlucht nam. In 1994 was de VPRO de eerste omroep die een digitale afdeling startte en actief werd op internet. Valkenburg werkte toen voor het VARA-consumentenprogramma Kassa, en begon de nieuwe technologie te verkennen in het spoor van wat hij bij de VPRO zag gebeuren. “Internet werd het eerst en het best onderzocht en gebruikt binnen de omroepwereld door de VPRO. Mensen als Bruno Felix en Daniël Ockeloen waren de echte pioniers.” Felix maakte onder meer de documentaire It’s the End of TV As We Know It (2000), waarin hij voorspelt dat internet alles in ons leven zal veranderen, ook televisiekijken. “Voor mij was dat een eyeopener,” zegt Valkenburg. “De VPRO begon als eerste omroep met websites en stelde een telefoonlijn open die je kon bellen en dan werd je teruggebeld en kreeg je een modemverbinding met internet en kon je surfen. In die tijd werd ik een fervent VPRO-beller.”

“Al vrij snel daarna besloot ik zelf een internetaansluiting te nemen thuis en begon ik te experimenteren. De VARA zag al die ontwikkelingen ook natuurlijk en er kwam een eerste VARA-homepage. Op mijn zolderkamer knutselde ik vervolgens de eerste website van Kassa in elkaar. Vanuit de VARA mocht ik de opleiding ‘interactieve tv’ doen bij de Media-academie en die resulteerde in een ambitieus project op het Oerol festival op Terschelling in 1997. Je kon toen tien dagen live meekijken met een verslaggever op het eiland met een camera, dankzij een verbinding via een mobiele telefoon. Bij mij was toen het licht doorgebroken en ik ben mij vanaf dat moment steeds meer op internet gaan richten. In ’99 startten we de eerste internetredactie bij de VARA, waarmee we in korte tijd veel programmawebsites bouwden en gingen experimenteren met streaming audio en video rond evenementen. Het ontstaan van een nieuw mediaplatform vond ik heel interessant.”

Omroep.nl

De komst van ADSL (asymmetric digital subscriber line) maakte breedbandige internetverbindingen via gewone, bestaande telefoonkabels (koperdraad) mogelijk op grote schaal in de jaren 90. “Ik stapte in die tijd over naar de NOS, naar Omroep.nl,” vertelt Valkenburg. Het was ook de periode, rond 2000, waarin het NOB, de eerder verzelfstandigde facilitaire tak van de NOS, werd opgesplitst. De NOS had uitonderhandeld dat de publieke omroepen grote hoeveelheden programma’s kon laten digitaliseren. Valkenburg begreep de mogelijkheden hiervan. “Omroep.nl was toen vooral een pagina die verwees naar websites van omroepen en je kon bijvoorbeeld het NOS Journaal erop bekijken in postzegelformaat. Maar ik wist dat dat encoderingscontract er was. Niemand wist nog wat je er precies mee kon doen. Wij hebben toen veel videomateriaal laten digitaliseren en op Omroep.nl in een aparte rubriek verzameld.”

Eureka

Valkenburg zag dat maar weinig mensen naar dat videomateriaal keken. Het was nog vrij onbekend en niet al te makkelijk te vinden. “Als je naar zo’n pagina ging, stond die vol met termen zoals ‘breedband’ en ‘smalband’. Mensen kenden het nog niet en begrepen het niet goed. Dus ik zocht naar een manier om het duidelijker te maken, zodat het meer zou uitnodigen om erop te klikken. Op een dag keek ik op mijn Nokia-telefoon, toen ik uit een vergadering kwam, en op het scherm zag ik ‘oproep gemist’ staan. Toen dacht ik: dat is het! Het feit dat je ziet dat iemand heeft geprobeerd je te bellen, maakt het urgent om terug te bellen. Dus als je iemand vertelt dat-ie een programma heeft gemist, creëer je een gevoel van urgentie om het terug te kijken. Dezelfde dag nog hebben we de naam Uitzending Gemist geclaimd.”

Het begon klein, aldus Valkenburg, maar groeide als kool. “We zijn gewoon begonnen, learning by doing. Dat was onze kracht. We zijn onder de radar gestart met een rubriekje: omroep.nl/uitzendinggemist. Daarin verzamelden we steeds meer programma’s, en door dat label Uitzend Gemist wisten mensen het ineens wel te vinden en gingen ze erop klikken. De cijfers schoten omhoog. In enkele jaren gingen we van duizend streams per dag naar duizend per minuut.” Dat bleef niet onopgemerkt in de rest van Hilversum. “Binnen de kortste keren stonden er drie of vier omroepen aan mijn bureau: “Wat ben jij met onze video aan het doen?” Meestal een jurist of een directeur, want ze maakten zich zorgen. Dan zei ik: “Nou, ik zorg dat jij meer kijkers krijgt, heb je daar bezwaar tegen?” Dat brak wel het ijs. De omroepen vonden dat het hun programma’s waren, maar ik wees erop dat het encoderingscontract een gezamenlijke voorziening was. Als je daarvan gebruikt maakt om iets nieuws te doen, wil je dat het zo breed mogelijk gezien wordt. Daar ontstond dus de gedachte dat je programma’s encodeert en dan zowel op de website van de betrokken omroep als op gezamenlijke sites aanbiedt aan het publiek om zo het bereik te maximaliseren. Ook toen al was men bang voor verlies van bereik op de analoge kanalen, dus noemden wij het aanbieden van programma’s via Uitzending Gemist reparatie van bereik.”

Maar hoe kon je dat nieuwe, online bereik meten? Valkenburg ging praten met de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek (KLO). “Er waren geen standaarden voor, geen mogelijkheden om precies te meten hoe lang wij een stream uitzonden. Dan moest je naar de server toe en diep in de serverlogs duiken om daar chocola van te maken. Dat was te ingewikkeld. Dus moesten we een eigen standaard bedenken om het succes van streaming te meten. Dat werd het aantal streamstarts, we gingen meten hoe vaak een stream werd opgestart. Aan de hand daarvan ging ik lijstjes maken van wie er het meeste had die maand.” Sommige programma’s waren heel populair, herinnert Valkenburg zich, zoals het NOS Journaal, Wie is de mol, Spuiten & Slikken en Boer Zoekt Vrouw. “Die stuwden de cijfers van Uitzending Gemist omhoog. Het delen van die lijstjes prikkelde natuurlijk de competitie tussen de omroepen. Zo waren we in die eerste jaren de evangelisten van het streamen.”

Doorbraakmomenten

Er waren ook belangrijke momenten, die duidelijk maakten dat de nieuwe dienst breed aansloeg. Valkenburg: “Ik herinner me dat er een debat was in de Tweede Kamer waarin Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA verontwaardigd aan een bewindspersoon vroeg of hij iets dan niet op tv had gezien. “Dan gaat u toch even naar Uitzending Gemist?” Een andere keer werd ik gebeld door een externe producent die een dramaserie had gemaakt voor één van de omroepen. De eerste twee afleveringen scoorden niet en hij vroeg me: “Waarom staat het niet op Uitzending Gemist?” Dat lag aan de rechten, we konden in het begin alleen programma’s plaatsen die van de omroepen zelf waren. Dus ik zei: “Dat kan wel, maar dan moeten de rechten zijn geregeld”. Zo kwam de eerste dramaserie online. In 2004 mochten we alle Telefilms online brengen. Wij dachten: zo’n film is drie kwartier en moet je op een postzegel bekijken…, dat gaat niemand doen. We waren stomverbaasd dat mensen dat gewoon deden.”

“Een belangrijk omslagpunt was ook 2008, de komst van de iPhone. We waren al bezig Uitzending Gemist naar de mobiele telefoon te brengen. Toen de iPhone kwam, ontstond er ineens een platform waarop video zo mooi en gebruiksvriendelijk kon worden aangeboden, dat was ongekend. Het was een sprong in de ontwikkeling van Uitzending Gemist. Je zag ook het gebruik verschuiven van de pc naar de mobiele telefoon. Dat was echt een doorbraak.”

“In enkele jaren gingen we van duizend streams per dag naar duizend per minuut”

Kinderziekten

Het succes had wel een keerzijde. “Je kunt je de beperkingen van toen nauwelijks nog voorstellen. We moesten alles uitvinden, gewoon door tegen de grens aan te lopen. Ik herinner me dat als de NOS een groot sportevenement uitzond zoals het WK voetbal of de Olympische Spelen en wij dat live streamden, dan gingen bij sommige providers de netwerken plat door overbelasting. Zelfs pinbetalingen liepen vast!” Er zaten ook flinke kosten aan het streamen vast. “Toen we begonnen, kostte één streamingserver 50.000 euro. Nu kun je bij wijze van spreken streamen vanaf je telefoon. Opslag van video op harddisk was heel duur, dus toen Uitzending Gemist groeide, liepen ook de kosten op. Daarom hebben we een tijd lang een deel van het archief digitaal op tapes gezet. Als je een iets oudere uitzending opvroeg, die dus dieper in het archief zat, dan moest een robot die band ophalen, het programma scherp zetten en dan kwam de stream pas op gang.” Destijds werden de programma’s nog steeds analoog uitgezonden, de digitalisering van het hele proces -van planning tot en met productie, opname, uitzending en archivering- kwam pas vanaf 2005 tot stand door de invoering van De Digitale Voorziening (DDV) bij de NOS. “Het duurde aanvankelijk zes uur voordat we een programma online kregen en als er iets misging, duurde het zelfs drie dagen. Toen De Digitale Voorziening er eenmaal was, konden we programma’s binnen tien minuten online zetten.”

Partners in crime

Valkenburg had toen hij naar Omroep.nl overstapte ook een fundament aangetroffen, waarop hij verder kon bouwen. “Ik was contentmanager van Omroep.nl, als opvolger van Peter Verschoor. Hij had gezien dat de startpagina van de publieke omroep veel verkeer trok en wilde er een portal van maken om zo dat hele domein op een intelligente manier te ontsluiten. Daarin was hij een visionair, maar het gaf frictie. Toen hij vertrok, ben ik naar Omroep.nl gegaan en dacht: we moeten er een dienst van maken die niemand anders kan bieden. Dat was dus de complete veelkleurige verzameling van al het videomateriaal van de omroepen in één omgeving, een unieke positie.”

Succes heeft vele vaders en Valkenburg werkte uiteraard niet alleen aan Uitzending Gemist. Hij vindt het lastig om één of twee mensen te noemen die veel aan Uitzending Gemist hebben bijgedragen, want dat zou de anderen tekortdoen. “Er zaten veel hooggekwalificeerde technische specialisten bij de NOS bij de afdelingen voor technologie, distributie en ICT. We hadden alle kennis en middelen in huis, technisch, juridisch en inhoudelijk. Het was vooral een kwestie van die met de juiste visie bij elkaar brengen en tot een werkend geheel krijgen.” Als hij dan toch iemand zou moeten noemen, is dat Michel Mol, zijn belangrijkste ‘partner in crime’. “Hij was toen internetcoördinator. Hij kwam van McKinsey en kon het belangenspel goed overzien. We hadden niet alleen te maken met de omroepen, maar ook met kabelaars, providers, de Ster, producenten, rechtenorganisaties en noem maar op. Hij tekende het allemaal uit en bedacht wat er nodig was om al die partijen mee te krijgen. Ik zorgde dat het in de operatie werd gerealiseerd en dat het klopte.”

Vindbaarheid

Van essentieel belang voor het slagen van Uitzending Gemist was de vindbaarheid van het materiaal in het achterliggende archief. Valkenburg: “Cruciaal waren de metadata, de gegevens over de video. We wilden die metadata zoveel mogelijk verrijken, om het materiaal zo goed mogelijk te kunnen ontsluiten en verder terug te kunnen zoeken dan gisteren of eergisteren. Dat was een achilleshiel, want die gegevens zaten er aan het begin van de keten wel bij maar raakten onderweg ergens kwijt en dan moest je maar zien dat je ze er weer bij kreeg.” Het belang van de metadata is volgens Valkenburg in latere jaren enigszins uit het oog geraakt. “Onze afdeling is tijdens de grote bezuinigingsoperatie van 2011 opgeheven. Uitzending Gemist is opgevolgd door NPO Start, waarvoor een Netflix-achtige richting is gekozen waarbij de metadata naar de achtergrond zijn verdwenen. Dat begrijp ik niet goed.”

Valkenburg begrijpt overigens prima dat er dingen zijn veranderd. “Mijn afdeling ging over naar de directies Audio en Video van de NPO en dat kon ook wel. We hadden iets opgebouwd dat we goed konden overdragen, we vonden dat we dingen die volwassen waren geworden wel konden loslaten.” Valkenburg zelf vertrok toen bleek dat er geen aparte plek bleef bestaan voor innovatie. “Innovatie moet je zelfstandig neerzetten, niet ergens in de lijn, anders raakt het bekneld. Dat zag je ook aan de ontwikkeling in de jaren daarvoor: de voormalige staatssecretaris Rick van der Ploeg had geld geoormerkt voor internetbeleid bij de publieke omroep en Michel Mol mocht dat besteden aan plannen van omroepen. Hij verdeelde dat geld niet naar rato van het aantal leden dat omroepen hadden, maar op basis van kwaliteit en prestatie aan de hand van acht prestatiegebieden, die samen met de omroepen zijn opgesteld. Dat had geleid tot de grote ontwikkeling van internet binnen de publieke omroep.”

Het belang van innovatie

“Ik denk dat Uitzending Gemist enorm heeft geholpen om het publiek bewust te maken van de mogelijkheden van internet. Het heeft een versnelling gebracht in de ontwikkeling en acceptatie van zulke onlinediensten. En het maakte de publieke omroep een voorloper in Nederland en Europa.”

Valkenburg betwijfelt of er de publieke omroep nog steeds in staat is tot dergelijke innovaties. “Er zitten nog altijd hele knappe koppen. Ik vraag me alleen af of de huidige organisatie en visie nog ruimte bieden aan die talenten om een verschil te maken. De publieke omroep moet wel blijven innoveren en meegaan met maatschappelijke ontwikkelingen. Denk vanuit je publieke rol en taak, je moet mensen blijven verbinden en zorgen dat ze elkaar blijven zien en weten te vinden en begrijpen. Dat wordt in het huidige medialandschap steeds ingewikkelder, omdat het steeds meer fragmenteert en er hele groepen zijn die zijn afgedreven naar dubieuze mediakanalen waardoor parallelle werelden ontstaan. Ik zou willen dat er bij de publieke omroep een gedeelde visie is op de verbindende rol in de samenleving en hoe die vorm te geven in het huidige medialandschap.”

De ontwikkeling van Uitzending Gemist heeft grofweg drie fases gehad
Vanaf 2002: Pioniersfase waarin alles ontdekt moest worden, zowel door de publieke omroep als doorhet publiek. UG was toen nog een (snelgroeiende) rubriek op omroep.nl.


Vanaf 2006: Ontwikkelingsfase waarin omroepen verplicht werden video beschikbaar te maken, als onderdeel van de intekening voor internetgelden. In deze fase groeide UG uit naar een breed gebruikte en geroemde dienst, die stap voor stap op alle platforms beschikbaar kwam (web/ app/ settop boxen etc.)


Vanaf 2010: Volwassen fase met volledig herbouwde dienst op een schaalbaar platform; met hoge bitrates en vrijwel alle programma’s voor de eerste tien dagen beschikbaar (first window); uitgebreider archief van programma’s van omroepen zelf.

BAS NIEUWENHUIJZEN