
Hij weet dat het niet realistisch is, maar het liefst zou Edwin van Laar (sinds 1 januari de nieuwe hoofdredacteur van Omroep Flevoland) ‘weg willen van social media’. Hoge scoringscijfers op internet worden gezien als maatstaf voor succes, maar ze vormen volgens hem ook een perverse prikkel. Vooral wat spectaculair is scoort. Liever zou hij investeren in impact en kwaliteit in plaats van snelheid en spektakel. ‘Mijn collega’s van andere omroepen trokken wit weg toen ik zei: we moeten weg van die social media.’
Big Tech bepaalt met zijn algoritmes of onderwerpen van regionale omroepen überhaupt gezien worden. De Amerikanen hebben lak aan wat hun selectieprocessen doen met onze samenleving. Van Laar noemt het een levensgevaarlijke ontwikkeling. Hij begrijpt ook wel, voegt hij eraan toe, dat stoppen met social media in deze tijd geen haalbaar standpunt is, maar toch denkt hij met enige weemoed terug aan de tijd dat de waarde van wat journalisten maakten voorop stond. ‘Ooit ging het in de journalistiek om het maatschappelijke belang, nu draait het te veel om het halen van hoge cijfers.’
Aan zijn benoeming tot hoofdredacteur bij Omroep Flevoland ging een lange marsroute in de wereld van media en communicatie vooraf. In willekeurige volgorde: de Wereldomroep, Tros Aktua Radio, Veronica Nieuwsradio, RVU, Omroep Brabant, Omroep Zeeland. Ontevredenheid over hoe het journalistieke vak zich ontwikkelde, was de reden voor een overstap naar het bedrijfsleven. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de WUR (Wageningen University & Research). Ogenschijnlijk was het uitstapje naar de universiteit een buitenbeentje, maar ook daar ging het om het maken van verhalen ‘op basis van inhoud die deugt’, die in internationale gezelschappen als de WHO in Rome of de Verenigde Naties in New York zouden landen.
Talkshows gaan op de loop met wetenschap
‘Heel veel wetenschappers durfden hun verhaal niet meer te doen. Ging het om onderzoek naar de wolf in Nederland, dan was het steeds de vraag: wie gaat er in de publiciteit met de resultaten op de loop, links of rechts?’ Polarisatiefilosoof Bart Brandsma liet de wetenschappers zien hoe ze met die polarisatie om konden gaan. ‘Dat leidde tot het besluit vanuit Wageningen om niet meer op te komen draven in talkshows. Als je als wetenschapper komt praten over een onderzoek naar de wolf en je zit tegenover een volkszanger die in twee minuten zestien grappen maakt over de wolf, dan had je er net zo goed niet kunnen gaan zitten. Het is aan het kantelen, maar kortgeleden was dit nog gemeengoed, omdat het lekker scoort.’ Hij is teruggekeerd naar de journalistiek omdat hij wil bouwen aan ‘een depolariserende, constructief-kritische omroep’.
Vooral de, inmiddels verdwenen, Wereldomroep noemt hij als goed voorbeeld van hoe journalistiek moet functioneren. ‘Er was in die tijd geen internet, onze luisteraars hadden daardoor nog geen context bij het nieuws. Je was gedwongen om goed uit te leggen wat er op de achtergrond speelde. Bovendien werkte je bij de Wereldomroep samen met andere nationaliteiten. Dat zorgde ervoor dat je heel andere inzichten kreeg.’
Zit in die opmerking impliciet kritiek op de journalistieke praktijk van nu?
‘Er is een kentering, maar de afgelopen jaren waren we te veel gericht op effectbejag. We haalden quotes binnen en slingerden die de wereld in zonder goed na te denken over de maatschappelijke implicaties. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen riep een kandidaat-raadslid in Flevoland: “Als je mij kiest, zorg ik ervoor dat asielzoekers niet in de huizen van je kinderen gaan zitten, maar in een tentje.” Dat is een gemakkelijke quote. Het bleek maar om enkele tientallen huizen te gaan die aan statushouders werden toegewezen. Je kunt de waarde van het nieuws pas beoordelen als je de feiten kent. We hebben in de race om de snelste te zijn de achtergronden te vaak verwaarloosd. Dat heeft het echte debat stukgemaakt. Veel mensen zitten daar niet meer op te wachten. Ze worden liever volledig geïnformeerd dan snel. De redelijkheid moet terug. We moeten verslag doen en verbinden.’ De behoefte om bij te dragen aan verbetering van de kwaliteit bracht hem van het bedrijfsleven terug naar de journalistiek, zegt hij.
Journalisten zijn vaak progressief. Realiseren ze zich voldoende dat zij en het publiek voor een deel uit elkaar groeien?
‘Ik pleit voor maatschappelijke stages voor journalisten; ze moeten uitvliegen en aanhaken, want ze zitten nu te veel in silo’s.’
Vensterbankjournalistiek
Wat missen ze daardoor?
‘Ik noem het vensterbankjournalistiek. Je doet de gordijnen open, je constateert iets en je deelt wat je ziet. Maar zo sta je naast de samenleving in plaats van daar middenin. Veel journalisten zijn als gevolg van de slechte betaling naar communicatiefuncties overgestapt. Dat heeft de journalistiek uitgehold. We zijn voor een deel vakkenvullers geworden, waardoor we niet meer de klassieke discussie voeren over de vraag waar we voor staan. Daardoor is de diepgang verloren gegaan, terwijl daar meer behoefte aan is dan ooit.’
Heb je wel eens een hekel aan je vak?
‘Jazeker. Als er in de landelijke media iemand wordt geciteerd terwijl je weet: het is klinkklare onzin. Maar het staat er wel! Dat is levensgevaarlijk.’

Hoe kijk je vanuit dat perspectief naar Omroep Flevoland?
‘Dit is een geoliede machine, leuke mensen die bezig zijn met nieuws maken. We hebben hier nog echte eindredacteuren die kritische vragen stellen aan collega’s. Die manier van denken wil ik koesteren. Vorige week was ik in Turkije, bij een oude Griekse opgraving. Ik had het met mijn dochters over de agora’s, de marktpleinen. Je had het commerciële marktplein met daarnaast ook een democratisch-filosofisch marktplein. We moeten weer meer naar het filosofische marktplein, als waakhond van de democratie en dáár onze tanden in zetten waar we troep, rotzooi en prutswerk zien. Als ik bij kinderen die op Insta zitten af en toe hoor wat voor gif er uit die weldenkende koppies komt, dan denk ik: dat moet zo snel mogelijk stoppen. Je mag van Omroep Flevoland verwachten dat we een verbindende rol spelen: iedereen is de weg kwijt.’
Het is mijn missie om de redelijkheid terug te brengen
Hoe ziet die rol eruit?

‘Laten zien wat mensen drijft, wie ze zijn, zonder moraliserend te zijn. Dit is een provincie met een multiculturele stad als Almere. Tegelijk is het een PVV-provincie met tegenstellingen tussen platteland en stad. Als ik nu een verhaal maak over het lichtjesfeest dat in Almere groots gevierd wordt, doe ik dat niet om mensen op Urk ervan te overtuigen dat het een geweldig feest is, maar ik kan wel laten zien wat dat feest betekent voor de mensen die in Almere wonen. En ook omgekeerd. Het is niet mijn missie om mensen ervan te weerhouden PVV te stemmen. Maar het is wel om de redelijkheid terug te brengen in de verhalen. Dan is het mooi meegenomen dat iemand op basis van onze verhalen in het stemhokje een betere afweging kan maken. Dan mag het nóg PVV zijn. Maar dan heeft er in ieder geval een afweging plaatsgevonden.’
Wanneer ben je tevreden over je resultaten?
‘Als onze goh-factor stijgt. Over een jaar moet je zeker vijf keer per week bij een van onze programma’s kunnen zeggen: “Goh….”’
TON VERLIND

1 Trackback / Pingback
Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.