
De toekomst van Israël op het Eurovisie Songfestival staat mogelijk onder druk door politieke plannen rond de financiering van de Israëlische publieke omroep KAN. Daarvoor waarschuwt de European Broadcasting Union. Dat meldt The Jerusalem Post op basis van een officiële brief van EBU-directeur-generaal Noel Curran.
Aanleiding is een wetsvoorstel dat momenteel wordt besproken in de Israëlische Knesset. Het voorstel moet een einde maken aan de wettelijk vastgelegde financiering van KAN. In plaats daarvan zou de Israëlische regering voortaan meer directe invloed krijgen op het budget van de publieke omroep.
Volgens Curran kan die wijziging grote gevolgen hebben voor de internationale positie van Israëlische media en mogelijk zelfs voor de deelname van Israël aan het Eurovisie Songfestival. In een brief aan Knesset-commissievoorzitter Hanoch Milwidsky spreekt de EBU van “grote zorgen” over de onafhankelijkheid van de publieke omroep.
De EBU stelt dat onafhankelijke publieke omroepen een belangrijke voorwaarde vormen voor lidmaatschap van de organisatie. Wanneer politieke invloed op financiering en bestuur te groot wordt, kan dat gevolgen hebben voor internationale samenwerking en deelname aan evenementen zoals het Eurovisie Songfestival.
De discussie komt op een gevoelig moment. Israël eindigde vorige week nog hoog tijdens het Eurovisie Songfestival, waar zangeres Noam Bettan de tweede plaats behaalde. Tegelijkertijd ligt de deelname van Israël al langer onder een vergrootglas vanwege politieke spanningen en discussies binnen verschillende Europese landen.
Volgens de EBU kan een onafhankelijke publieke omroep niet functioneren wanneer de overheid directe controle krijgt over structurele financiering. Daarmee lijkt de organisatie indirect te waarschuwen dat het lidmaatschap van KAN onder druk kan komen te staan als de wet wordt aangenomen.
