De omroepen zagen aan de poten van hun eigen tv-zenders

NPO, RTL en Talpa versnellen zelf de neergang van lineaire televisie

De zorgen over de teruglopende lineaire kijkcijfers nemen toe. Kijkcijferexpert Tina Nijkamp wees er onlangs in de podcast De Mediaweek opnieuw op hoe weinig mensen er tegenwoordig nog naar traditionele televisie kijken. Opvallend is dat de Nederlandse omroepen zelf een rol spelen bij deze ontwikkeling. NPO, RTL en Talpa investeren volop in hun streamingdiensten en geven kijkers steeds meer redenen om de reguliere tv-uitzending over te slaan.

De meest recente cijfers van het Nationaal Media Onderzoek (NMO) illustreren de veranderende kijkmarkt. Over de eerste helft van 2026 lag de lineaire kijktijd volgens Screenforce 2,3 procent lager dan een jaar eerder. Tussen augustus 2024 en augustus 2025 daalde de live kijktijd met 20 minuten per dag, oftewel 20,6%.

Nijkamp constateerde in haar podcast deze week dat zelfs populaire programma’s steeds minder kijkers trekken. Miljoenenjacht was zeven weken achter elkaar het best bekeken primetimeprogramma, met ongeveer 1,3 miljoen kijkers. Volgens haar zegt dat veel over de veranderende televisiemarkt.

Bij die ontwikkeling wordt vooral gewezen op de opkomst van internationale streamingdiensten, YouTube en veranderend mediagedrag. Maar de Nederlandse omroepen versnellen deze verschuiving zelf ook actief.

RTL is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Het mediabedrijf geeft al geruime tijd prioriteit aan de groei van Videoland. Populaire programma’s worden daarbij ingezet om nieuwe abonnees te werven en bestaande klanten vast te houden. Dat gaat regelmatig ten koste van de exclusiviteit en aantrekkelijkheid van RTL 4. DPG-baas Erik Roddenhof heeft al eerder zijn streaming-first strategie voor Videoland gemeld.

Bij B&B Vol Liefde kunnen Videoland-abonnees een week vooruitkijken. Wie het programma uitsluitend via RTL 4 volgt, loopt daardoor structureel achter. Dat is vooral bij een programma waarover veel wordt gesproken een belangrijk verschil. De ontwikkelingen worden op sociale media, in podcasts en bij het koffieapparaat al uitgebreid besproken, terwijl de reguliere televisiekijker de betreffende afleveringen nog moet zien.

De keuze is begrijpelijk vanuit de commerciële belangen van Videoland. Maar RTL maakt het daarmee voor een deel van zijn eigen publiek minder aantrekkelijk om op het reguliere uitzendmoment te kijken.

Ook de dramaserie Máxima laat die strategie zien. Van het tweede seizoen werd in maart slechts de eerste aflevering op RTL 4 uitgezonden. Voor de overige afleveringen moesten kijkers naar Videoland, waar bij de première direct twee afleveringen beschikbaar kwamen.

Een ander opvallend voorbeeld is Gooische Vrouwen. Het achtste seizoen ging op 11 oktober van start bij Videoland, terwijl de eerste uitzending op SBS6 pas op 1 november plaatsvindt. De lineaire zender begint daardoor met een achterstand van drie weken. Tegen de tijd dat SBS6 de serie gaat uitzenden, hebben de fanatiekste kijkers de eerste afleveringen al gezien en besproken.

Ook Talpa zet steeds nadrukkelijker in op exclusieve streamingcontent. Na de reguliere televisiereeks van De Hanslers: Van de Piste naar de Playa verschenen op 19 oktober twee aanvullende afleveringen die uitsluitend op KIJK beschikbaar zijn. In december gebeurt hetzelfde met twee extra afleveringen van Oh Oh Den Haag.

KIJK is, anders dan Videoland, gratis toegankelijk en wordt met advertenties gefinancierd. Toch is de strategie vergelijkbaar: de televisiezender bouwt het bereik en de populariteit van een programma op, waarna het eigen streamingplatform extra of exclusieve content krijgt.

Ook bij de NPO wordt streaming steeds belangrijker. NPO Start ontwikkelt zich nadrukkelijk als zelfstandig videoplatform, met onder meer een exclusieve editie van Wie is de Mol? en aanvullende mogelijkheden om programma’s via NPO Plus vooruit te kijken. Hoewel de publieke omroep andere doelstellingen en verplichtingen heeft dan commerciële mediabedrijven, is ook hier een verschuiving zichtbaar in de manier waarop programma’s worden aangeboden. NPO moet flink bezuinigen, maar gaat wel 94 miljoen euro extra in streaming (NPO Start en NPO Luister) investeren. Dat geld gaat vooral naar exclusieve titels, oftewel ‘Start-first titels’ de eerst alleen op NPO Start te zien zijn. De lineaire televisie wordt daarin secundair.  Een eigen streamingdiensten leveren rechtstreeks contact en binding met kijkers op, bieden waardevolle gebruikersdata en maken nieuwe vormen van reclame en abonnementen mogelijk.

Maar er ontstaat dan ook direct een spanningsveld met de bestaande televisiezenders, die nog altijd belangrijk zijn voor het bereik en de inkomsten van de mediaorganisaties. Het kan ook direct gevolgen hebben voor de distributiemarktverdiensten.  Kabel- en telecomaanbieders als Ziggo en KPN betalen omroeporganisaties vergoedingen voor de doorgifte van televisiezenders. De waarde van die zenders wordt mede bepaald door hun bereik, populariteit en het onderscheidende aanbod dat zij aan televisieabonnementen toevoegen (Alleen al NPO ontvangt ruim 56 miljoen euro en volgens TotaalTV zouden Talpa 35 tot 55 miljoen en RTL 70 tot 90 miljoen euro aan distributievergoeding ontvangen.

Wanneer steeds meer populaire programma’s eerder of uitsluitend via de streamingdiensten van omroepen beschikbaar komen, kan dat de positie van traditionele televisiezenders tijdens toekomstige onderhandelingen verzwakken.

Voor distributeurs wordt het immers moeilijker om de waarde van een uitgebreid televisieabonnement te verdedigen wanneer consumenten voor de nieuwste afleveringen en exclusieve programma’s steeds vaker naar afzonderlijke streamingplatforms worden verwezen. Het is dan ook goed denkbaar dat Ziggo, KPN en andere distributeurs bij nieuwe onderhandelingen kritischer naar de hoogte van de distributievergoedingen gaan kijken. Of deze ontwikkeling nu al daadwerkelijk tot lagere distributievergoedingen leidt, moet nog blijken, maar het risico is overduidelijk.

Daarmee dreigt voor de omroepen een lastig dilemma. Minder inkomsten uit de traditionele distributie kunnen leiden tot verdere bezuinigingen op de lineaire programmering en dus minder kijkers en minder advertentie-inkomsten.  De achteruitgang van lineaire televisie is daarmee deels een gevolg van hun eigen programmeringskeuzes en kan deze niet uitsluitend bij Netflix, YouTube of veranderend kijkgedrag worden gelegd.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -