
Na een wat langer dan gepland verblijf bij de ORF in Wenen en een kort uitstapje naar Frankrijk waar ik later nog terugkom, dan nu toch eindelijk de grens overgestoken en bij de volgende stad Praag aangekomen. Door de vertraging kan ik de laatste ontwikkelingen meenemen rondom de publieke omroepen van Tsjechië.
Op 22 juni vormden medewerkers van Czech Television (Česká televize, ČT) en Czech Radio (Český rozhlas, ČRo) een keten rond de gebouwen van beide publieke omroepen. Het was een eendaagse waarschuwingsstaking, de voorlopige climax van maandenlang protest tegen een wetsvoorstel waarmee de regering de financiering van de publieke omroep ingrijpend wil veranderen. Programma’s begonnen met een minuut vertraging en een aftelklok in beeld. Kern is een juridische kwestie over de onafhankelijkheid van de publieke media en daarmee een directe test van de al vaker in mijn blog aangehaalde European Media Freedom Act (EMFA).
Waar gaat het juridische conflict over?
Minister van Cultuur Oto Klempíř presenteerde in april van dit jaar een wetsvoorstel dat het bestaande stelsel van kijk- en luistergeld afschaft. In plaats daarvan zouden ČT en ČRo vanaf januari 2027 rechtstreeks uit de rijksbegroting worden gefinancierd. De omroepen krijgen daarbij een vast jaarbedrag toegewezen. Voor Czech Television ongeveer circa 233 miljoen euro (5,74 miljard kroon) tegen nu zo een 274 miljoen euro (6,7 miljard kroon) aan kijkgeldinkomsten. Czech Radio valt van de huidige zo´n 102 miljoen euro (2,5 miljard kroon) naar zo´n 82 miljoen euro (2,065 miljard kroon). Maar dat niet alleen, deze bedragen zijn vastgezet op het niveau van de kijkgeldinkomsten van vóór de tariefverhoging van 2025. Het wetsvoorstel kent weliswaar een jaarlijkse inflatie-indexering, maar die is gemaximeerd op vijf procent.
Dat laatste detail is juridisch en financieel ingrijpend. Door terug te grijpen op de cijfers van vóór de tariefverhoging van 2025 (de eerste in zeventien jaar), komt de feitelijke financiering ongeveer 15% lager uit. Dat is naar schatting zo’n 1,4 miljard kroon minder per jaar. De leiding van Czech Television heeft gewaarschuwd dat dit ingrijpende gevolgen zal hebben voor de programmering.
Een tweede voorstel vanuit het parlement zou als overgangsstap eerst 75-plussers en kleine bedrijven vrijstellen van de heffing.
Waarom dit een juridisch en geen louter politiek vraagstuk is
De regering-Babiš presenteert de hervorming als een belofte aan de kiezer en als een eerlijker model. Premier Babiš stelt dat de omroepen, anders dan publieke media elders in Europa, nooit serieus hebben bezuinigd en dat niemand hen controleert.
Het juridische probleem zit echter niet alleen in de hoogte van het budget, maar ook in de wijze waarop dat budget straks tot stand komt. Het verschil tussen een geoormerkte heffing en een jaarlijkse begrotingspost is precies het verschil tussen een financieringsbeschermingsmuur en een politieke hefboom. Wie elk jaar opnieuw beslist hoeveel geld de omroep krijgt, beschikt over een instrument om onwelgevallige journalistiek af te straffen. Critici, zoals de voorzitter van de parlementaire mediacommissie en de Tsjechische Piratenpartij wijzen er terecht op dat het voorstel geen langjarige garanties of beschermingsmechanismen bevat.
Artikel 5 EMFA: de juridische kern
Net zoals in Oostenrijk (zie blog nrs. 5 en 6) staat ook hier artikel 5 van de EMFA centraal. De EU-verordening die de onafhankelijkheid van publieke media moet waarborgen. Dat artikel verplicht lidstaten om ervoor te zorgen dat:
- de financieringsprocedures van publieke omroepen berusten op transparante en objectieve, vooraf vastgelegde criteria; en
- omroepen beschikken over toereikende, duurzame en voorspelbare financiële middelen die passen bij hun publieke taak en hun vermogen om die te ontwikkelen.
Organisaties zoals het International Press Institute, Reporters Without Borders en de Media Freedom Rapid Response en de EBU, hebben hun bezorgdheid over het Tsjechische voorstel uitgesproken. Zij wijzen op de drie kernwoorden van artikel 5, toereikend, duurzaam, voorspelbaar, die alle drie geraakt worden. Bovendien is het voorstel volgens deze organisaties opgesteld zonder behoorlijke consultatie van de omroepen, mediadeskundigen of het maatschappelijk middenveld.
Belangrijk om te benadrukken is dat de EMFA geen specifiek financieringsmodel voorschrijft. Een lidstaat mag overstappen van kijkgeld op begrotingsfinanciering. Nederland deed dit al in 2000 en was daarmee een van de eerste West-Europese landen. De juridische lat ligt bij de waarborgen die zo’n model omgeven hoog. Juist het ontbreken daarvan zoals juridische afscherming van de beschikbare middelen, het ontbreken van een meerjarenkader of bescherming tegen willekeurige kortingen en het ontbreken van constitutionele verankering vormt het zwaartepunt van de kritiek.
Laatste ontwikkelingen
Sinds het kabinet het wetsvoorstel op 15 juni 2026 formeel aannam, is het conflict in een stroomversnelling geraakt. De EBU heeft zich tot internationale stem ontwikkeld. Na een eerste verklaring van zorg in april schreef directeur-generaal Noel Curran op 7 mei een brief aan de premier, met als kernbezwaar dat het voorstel financiële afhankelijkheid van politieke besluitvorming creëert door lagere financiering, beperkte indexering en het ontbreken van onafhankelijk toezicht. De EBU uitte daarbij ook governance-zorgen over parlementaire betrokkenheid bij redactiecodes en bij benoeming en ontslag van de omroepraden. Eind juni, in reactie op het kabinetsbesluit van 15 juni en rond de waarschuwingsstaking, volgde een gezamenlijke verklaring van de EBU samen met publieke omroepen uit Midden- en Oost-Europa en een aantal journalistenorganisaties, met de oproep de plannen te laten varen.
Het meest in het oog springend is president Petr Pavel. Op 25 juni sprak hij de 96e General Assembly van de EBU toe die niet geheel toevallig in Praag werd gehouden. Hij hield daar een uitgesproken pleidooi voor sterke publieke media, die hij een pijler van democratische veiligheid noemde. Pavel schetste ČT en ČRo als culturele instellingen die verweven zijn met de nationale geschiedenis, van de verdediging van het radiogebouw tijdens de Praagse Opstand van 1945 tot de Warschaupact-inval van 1968 en die zonder schulden of schandalen opereren op budgetten die naar internationale maatstaven ver onder het EBU-gemiddelde liggen. Zijn kernargument samengevat luidde dat politici publieke omroep vaak versmallen tot de politieke nieuwsverslaggeving die zij willen beïnvloeden. Iets wat hij naar eigen zeggen als politicus zelf herkent, terwijl de werkelijke taak veel breder is: van kinderprogrammering, regionale verslaggeving en onderzoeksjournalistiek tot universele toegang tot sport en cultuur, plus amusement dat het bereik op peil houdt. Onafhankelijkheid is daarbij het belangrijkste kenmerk, niet alleen politiek, maar ook economisch, vrij van adverteerders- en eigenaarsdruk, aldus de kern van het betoog van de president.
Zijn scherpste waarschuwing was dat regeringen die zulke ingrepen doorvoeren publieke media misschien niet direct willen vernietigen, maar hen tot irrelevantie dreigen te veroordelen. Door financiën, planning en personeel te destabiliseren eroderen geleidelijk publiek, vertrouwen en uiteindelijk de bestaansgrond zelf. Sterke publieke media noemde hij een pijler van democratische veiligheid in een tijdperk van desinformatie en AI, en hij prees de EMFA als instrument dat informatie erkent als publiek goed.[1]
De Europese Commissie heeft voor zover bekend nog geen formele stappen gezet, hoewel vrijwel alle betrokken organisaties en de Tsjechische oppositie de Commissie oproepen het voorstel aan artikel 5 EMFA te toetsen. Vanuit het Europees Parlement stelde de Tsjechische Europarlementariër Danuše Nerudová (EVP) de Commissie eind april schriftelijke vragen over de verenigbaarheid van de hervorming met het EU-recht. Een gepubliceerd antwoord van de Commissie heb ik nog niet gevonden.
De International Federation of Journalists nam begin mei unaniem een motie aan en wil de zaak voorleggen aan de CULT-commissie van het Parlement en aan de nieuwe European Board for Media Services, waarvan dit jaar Amma Asante, de voorzitter van het Commissariaat voor de Media, voorzitter is.
Het wetsvoorstel is door het kabinet aangenomen, maar moet nog door het parlement. De oppositie heeft aangekondigd elke beschikbare vertragingstactiek te zullen inzetten en de zaak parallel bij de Europese Commissie en de Raad van Europa aanhangig te maken.
Hoe het ook afloopt, de Tsjechische casus is meer dan een nationaal begrotingsconflict. Het kan een van de eerste concrete testen van de European Media Freedom Act worden en daarmee een precedent voor de vraag hoe sterk de Europese waarborgen voor mediaonafhankelijkheid in de praktijk zijn. De juridische kernvraag is niet óf een land mag overstappen op begrotingsfinanciering, maar of het dat mag doen zonder de garanties die de onafhankelijkheid van de publieke omroep beschermen tegen het jaarlijkse politieke spektakel over de begroting van de publieke omroep of bij de formering van nieuwe regeringen. Het antwoord daarop zal daarom niet alleen Praag, maar heel de EU aangaan.
De volgende stop is in Slovakije. Eens kijken of er dan zo langzamerhand een patroon zich begint af te tekenen is.
Deze blog is mede gebaseerd op berichtgeving van onder meer Radio Prague International, Bloomberg, IPI, Reporters Without Borders, EBU en Public Media Alliance en eigen bronnen.
[1] https://www.ebu.ch/news/2026/06/strong-public-service-media-are-a-pillar-of-democratic-security
