
Eén lunch, drie fronten
Ik ben aangekomen in het mooie maar ook zo hete Parijs dat zich opmaakt voor de finish van de Tour de France en de presidentsverkiezingen van volgend jaar en dat tegelijkertijd allerlei branden probeert te blussen. Niet alleen in de historische bossen van Fontainebleau, maar ook in de hoogopgelopen discussie over de Franse publieke omroep.
Begin september 2025. Het conservatief-rechtse magazine L’Incorrect publiceert beelden van een heimelijk gefilmde lunch in een Parijs restaurant. Aan tafel zitten twee bekende stemmen van de Franse publieke omroep, Thomas Legrand en Patrick Cohen, samen met kopstukken van de Parti socialiste. In het fragment lijken de twee te verzekeren dat ze “doen wat nodig is” om te verhinderen dat cultuurminister Rachida Dati, tevens kandidaat voor het burgemeesterschap van Parijs, dat burgemeesterschap wint. De video gaat viraal en Frankrijk heeft zijn mediaschandaal.
Voor de vijanden van de publieke omroep is het gefundenes Fressen en hét bewijs dat France Télévisions en Radio France links en bevooroordeeld zijn. Voor de verdedigers is het een uit zijn verband gerukt privégesprek. Maar iedereen is het over één ding eens. Die ene lunch heeft een strijd ontketend die al jaren smeulde. Die strijd woedt inmiddels op drie fronten tegelijk.
Front 1: de fusiewet die maar niet wil lukken
Het eerste front is het oudste. Al sinds zijn eerste termijn wil president Macron de versnipperde publieke omroep bestaande uit France Télévisions, Radio France en archiefinstituut INA, samen zo’n 16.000 medewerkers en vier miljard euro publiek geld, samensmeden tot één bedrijf. Een “BBC à la française” in de woorden van Dati, die het plan van senator Laurent Lafon overnam en verbouwde. De eerste stap zou een holding zijn, “France Médias”. En daarna een volledige fusie. De baas van die holding zou door mediawaakhond Arcom voor vijf jaar worden benoemd en meteen ook alle dochterbedrijven leiden.
Het parcours van die wet leest als één van die chaotische films van Louis de Funès. Maar dan allesbehalve jolig. Een parlementsontbinding, gevallen regeringen en stakingen gooiden het tijdschema telkens om. Op 30 juni 2025 verwierp de Assemblée nationale de wettekst. Links en Rassemblement National stemden zij aan zij, terwijl een staking de publieke zenders platlegde. Elf dagen later joeg de regering de wet alsnog door de Senaat via een blokstemming op grond van artikel 44, derde lid, van de Grondwet. Dat betekent één stemming over de hele tekst, debat gesmoord. “Een democratische machtsgreep”, fulmineerde links.
Daarna viel het dossier opnieuw stil in de Franse politieke chaos. De beoogde startdatum van 1 januari 2026 werd niet gehaald. En dus moest de Arcom gewoon volgens de oude regels een president van France Télévisions benoemen. Op 14 mei 2025 kreeg zittend president Delphine Ernotte een derde mandaat van vijf jaar, ingaand op 22 augustus 2025, met de wettelijke tijdbom dat een toekomstige holdingbaas haar termijn kan doorkruisen.
Front 2: de enquêtecommissie als tribunaal
Het tweede front opende zich in het kielzog van de restaurantvideo. Éric Ciotti’s UDR, bondgenoot van het RN, dat privatisering van de publieke omroep bepleit, dwong met zijn jaarlijkse trekkingsrecht een parlementaire enquêtecommissie af naar “de neutraliteit, het functioneren en de financiering” van de publieke omroep. Rapporteur werd de UDR-afgevaardigde Charles Alloncle. Voorzitter werd Jérémie Patrier-Leitus van het regeringsgezinde Horizons met als resultaat dat die twee elkaar een half jaar lang in de haren vlogen.
Bijna zeventig verhoren volgden en de toon was ongekend hard. Commissieleden verweten Alloncle een enquête met een tribunaal te verwarren. Het woord Mccarthyisme viel. Het eindrapport haalde de streep ternauwernood met 12 stemmen voor, 10 tegen en 8 onthoudingen. Toen het ruim 550 pagina’s dikke rapport op 5 mei 2026 verscheen, bevatte het een unicum. Een lang en vernietigend voorwoord van de eigen voorzitter die de rapporteur beschuldigt de geesten rijp te maken voor privatisering plus veertig eigen tegenvoorstellen.
De 69 aanbevelingen van Alloncle logen er niet om. Jongerenzender France 4 en radiostation Mouv’ opheffen. France 2 en France 5 samenvoegen, net als franceinfo TV en France 24. Een miljard euro per jaar bezuinigen. Een sanctioneerbare neutraliteitsplicht voor journalisten, ook voor wat ze buiten hun werk zeggen. En de meest geladen gedachte is de omroeptop voortaan weer te laten benoemen door de president van de Republiek. Voor critici is dit een regelrechte terugkeer naar de staatsomroep ORTF, de publieke omroep in de periode 1964-1974. De ORTF stond onder directe regeringsvoogdij en zo werd bijvoorbeeld het journaal de facto vanuit de macht gestuurd.
Het praktische vervolg is blijven steken. Alloncle goot zijn braafste aanbeveling, een draaideurregeling tegen belangenverstrengeling bij de overstap naar productiebedrijven in een wetsvoorstel. Zelfs dat strandde in de commissie met alleen het RN als steun. Van de 69 aanbevelingen bereikte er dus welgeteld één de wetgevingsmachine en die strandde vrijwel meteen. Het rapport lijkt daarmee nu vooral munitie voor de presidentscampagne van 2027 te worden.
Front 3: de tegenaanval van de instituties
En toen kwam het derde front. Weliswaar het stilste, maar misschien wel het slimste. Terwijl de enquêtecommissie vlamde, gaf de Arcom zelf opdracht tot een onderzoek naar de onpartijdigheid van de publieke omroep. Niet aan een politicus, maar aan Bruno Lasserre, honorair vicepresident van de Conseil d’État en oud-president van de mededingingsautoriteit. Kortom, iemand met aanmerkelijk institutioneel gezag.
Eind mei 2026 leverde Lasserre zeventien aanbevelingen af en de toon kon niet meer verschillen van die van Alloncle. Geen sancties en geen presidentiële benoemingen, maar het onpartijdigheidsbeginsel expliciet vastleggen, robuuste redactionele charters naar het model van de BBC (Lasserre hield het 450 pagina’s tellende Britse handboek demonstratief omhoog), sterkere interne ethische comités en een klachtenloket voor burgers. En vooral, de Arcom moet vooraf toetsen of de interne mechanismen deugen, in plaats van achteraf incidenten na te bellen. Bijgeleverd opinieonderzoek prikte bovendien de crisisretoriek door. Ondanks al het gedoe is het vertrouwen van de Fransen in hun publieke omroep over de hele linie solide.
De regering, inmiddels met Catherine Pégard als opvolger van Dati op Cultuur, schakelde snel. Nog deze zomer worden de taakomschrijvingen (cahiers des charges) van France Télévisions, Radio France en France Médias Monde per decreet aangepast met een expliciete onpartijdigheidseis, een deontologisch charter per bedrijf, een jaarlijks openbaar “onpartijdigheidsbarometer” en meer bevoegdheden voor de interne comités voor eerlijkheid, onafhankelijkheid en pluralisme. De raden van bestuur van de drie bedrijven zouden de ontwerpdecreten inmiddels hebben goedgekeurd en ze zouden nu voor advies bij de Arcom liggen.
Zo hebben de instituties de aanval in feite geabsorbeerd. De legitieme vraag “hoe bewaak je onpartijdigheid?” is losgeweekt van de politieke afrekening en ondergebracht bij organen die daarvoor zijn ontworpen. De sfeer bij de presentatie van Lasserre in de burelen van de Arcom, was dan ook opvallend rustiger dan in de verhoorzaal van de enquêtecommissie.
En nu?
Drie fronten, drie tussenstanden. De fusiewet hangt in de lucht, gegijzeld door de politieke instabiliteit. Het rapport-Alloncle is wetgevend dood maar electoraal springlevend. Het circuleert als programma voor 2027. En de decreten-Lasserre zijn het enige spoor dat daadwerkelijk richting uitvoering beweegt. Wie wil weten wat dit alles juridisch betekent, leest deel 2 van dit tweeluik. Daar leg ik de drie fronten langs de meetlat van de Europese Media Freedom Act.
Stand van zaken: medio juli 2026. Deel 1 van een tweeluik. Gebaseerd op de parlementaire dossiers van Assemblée nationale en Senaat, het rapport van de enquêtecommissie (5 mei 2026), het rapport-Lasserre (29 mei 2026) en berichtgeving van onder meer LCP, franceinfo en Public Sénat. Het wetgevingstraject van de holding France Médias was bij het afsluiten van deze tekst nog niet afgerond; de onpartijdigheidsdecreten lagen nog voor advies bij de Arcom.
