Blog Richard Otto: Mediadebat kent geen prioriteiten

Media is financieel misschien niet het grootste dossier in Den Haag, maar de keuzes die nu worden gemaakt zijn wel bepalend voor de toekomst van het Nederlandse medialandschap. Juist daarom mocht van het grote Mediadebat van donderdag worden verwacht dat de fundamentele vragen over de toekomst van de publieke omroep centraal zouden staan.

Daar was alle aanleiding toe. Het commissiedebat duurde van 12.00 tot 17.00 uur en op de agenda stonden onder meer de hervorming van het publieke bestel, de evaluatie van de NPO, het nieuwe omroepbestel en de positie van aspirant omroep Ongehoord Nederland. Wie de eerste uren volgde, zag vooral één onderwerp terugkomen: Ongehoord Nederland. De eerste drie uur stonden vrijwel volledig in het teken van het voorgenomen besluit om de erkenning van ON! in te trekken. Dat ON! uitgebreid wordt besproken is op zichzelf logisch. Het intrekken van een erkenning is een zwaar besluit en raakt aan belangrijke vragen over pluriformiteit, journalistieke normen, samenwerking en de vrijheid van omroepen binnen het publieke bestel, maar de verhoudingen raakten zoek.

Ongehoord Nederland vult met Ongehoord Nieuws regulier ongeveer twee keer 41 minuten per week op televisie (buiten primetime). In 2024 kreeg de omroep ruim €4 miljoen aan OCW-budget toegewezen. Ter vergelijking: de NPO wijst jaarlijks rond de €800 miljoen toe aan omroepen voor televisie, radio en online content. De financiële omvang van ON! vertegenwoordigt daarmee ruwweg een half procent van dat programmabudget. Toch domineerde juist deze relatief kleine omroep een groot deel van een debat waarin een volledige stelselwijziging en de toekomst van de Nederlandse publieke media aan de orde waren (of meer aan de orde hadden moeten komen).

Want de werkelijk grote vragen liggen nog grotendeels open. Hoe moeten de toekomstige omroephuizen pluriformiteit daadwerkelijk gaan waarborgen? Wat gebeurt er als verschillende maatschappelijke stromingen straks binnen één huis terechtkomen? Wie bepaalt daar uiteindelijk welke programma’s worden gemaakt en welke geluiden voldoende ruimte krijgen? Hoe blijft de publieke omroep relevant in een medialandschap waarin Netflix, YouTube, TikTok, Spotify, Meta en andere internationale platforms een steeds groter deel van de distributie en publieksaandacht bepalen? De NPO wil juist daarom fors meer investeren in streaming en digitale platforms. Dat vraagt om een fundamentele discussie over de positie van de publieke omroep, niet alleen over de organisatiestructuur.

Hoe zit het met publiek-private samenwerking? Nederlandse publieke en commerciële mediapartijen staan voor grotendeels dezelfde uitdaging: concurreren om aandacht met internationale technologiebedrijven. Samenwerking op het gebied van technologie, distributie, data, audio en streaming ligt voor de hand, maar structurele antwoorden blijven uit. Ook de rol van de NPO zelf verdient veel meer aandacht. Wat moet straks centraal worden geregeld en wat hoort bij de omroephuizen? Wie gaat over inhoud, wie over distributie en wie over de digitale strategie? Dat zijn geen bijzaken, maar het toekomstige mediabeleid, waar zo’n mediadebat over moet gaan.

De discussie over Ongehoord Nederland moest worden gevoerd. Maar een Mediadebat van vijf uur waarin één aspirant-omroep gedurende een groot deel van de tijd het gesprek bepaalt, laat vooral zien hoe gemakkelijk de politiek wordt opgeslokt door het incident van vandaag, terwijl de veel belangrijkere vraag hoe de publieke omroep van morgen eruit moet zien grotendeels ontbeantwoord blijft.