Blog Menno Mendera: ‘Hoe techniek de radio heeft beïnvloed’

Laatst had ik een gesprek met iemand over hoe techniek toch op een aantal punten bepalend is geweest voor de ontwikkeling van de popradio- en muziekwereld. Dan kom je toch aardige dingen tegen.

Neem het 45 toeren plaatje, de single. Om dat te kunnen persen waren er technische beperkingen, zoals de dikte van de groef. Dat betekende dat de tijdsduur van zo’n plaatje maximaal op zo’n 3 minuten lag, misschien nog wel iets minder. Wat weer betekende dat de artiesten zorgden dat de lengte van hun nummer binnen die tijdsgrens bleef. Dus Elvis en the Beatles en the Everly Brothers en the Kinks etc. etc. maakten liedjes die lekker kort waren. Een kort intro en hoppa, meteen naar de kern van de zaak. Later werd de techniek wat verbeterd en kregen we de EP’s, waar dan per kant 2 liedjes op konden, of 1 langer nummer, maar dan heette het toch weer single. De techniek bepaalde dus mede de muziekcultuur. Ja, er waren natuurlijk ook LP’s, maar daar werd toch vaak rekening mee gehouden dat die nummers op single moesten uit kunnen komen. Weer wat later werd dat overboord gegooid en kreeg je in de popmuziek de z.g. conceptalbums, desnoods een heel nummer per kant. En lange nummers werden dan voor de single ingekort tot de “radio-edit”, vandaar dat er soms verschillende versies bestaan. Dankzij de techniek.

Als de singles kort waren, dan kon je daardoor natuurlijk veel plaatjes in een uur draaien op de radio. Volgens mij duurde de eerste periode van de Top 40 maar 1 uur en 3 kwartier, later 2 uur. Dat zijn veel plaatjes per uur plus presentatie, reclame en nieuws! Ander voorbeeld: de Top 2000 startte met z’n eerste afleveringen op Tweede Kerstdag om 12.00 uur. In 2009 werd de zendtijd uitgebreid van 144 naar 156 uur en begon dan op Eerste Kerstdag 12.00 uur. In 2018 begon de Top 2000 nog eerder: 08.00 uur Eerste Kerstdag. Waarom? Omdat de lengte van de nummers de laatste jaren een stuk langer is geworden. Een CD single heeft niet de beperking van enkele minuten; de artiesten leven zich lekker uit in een lang intro en nemen verder de tijd voor hun boodschap. Dus de techniek heeft er voor gezorgd dat de Top 2000 al vroeg start op Eerste Kerstdag. Helaas voor velen dan dus geen Kerstmuziek op Radio 2. Dankzij de techniek!

Was er nog meer waar de techniek gezorgd heeft voor andere (pop) radio? Jazeker! Zoals eerder genoemd werden er in de Top 40 per uur veel plaatjes gedraaid. Dat was hard werken voor de technici in die tijd; plaatje op de draaitafel, intro afluisteren, want dan wist je hoe het begon, zacht, hard, met zang etc. en als het even kon ook het einde afluisteren, fade-out, staand slot, dubbel slot (de instinker), dat werk. Toch kwam er een tijd dat de DJ’s zelf wilden schuiven. Niet omdat ze een hekel hadden aan de technici, maar omdat ze zo sneller op van alles konden reageren zonder het eerst uit te leggen aan de technicus. De DJ-tafel was geboren. En zoals wel meer gebeurt: de één kan daar beter mee omgaan dan de ander. Ook hier bepaalde mede de techniek dus wie wel of geen goeie DJ was.

De komst van de cd deed ook een duit in het zakje. Behalve dat je betere geluidskwaliteit kreeg en geen tikken en spetters en “hangers”, veranderde er nog iets. Als DJ of technicus was je gedwongen een plaat op te zetten en naar het begin van het nummer te luisteren, als was het maar een seconde. Want je moest de plaat “scherp” zetten, een klein stukje voor het begin. Niet te weinig, want dan “jankte” ie in, en ook niet te veel, want dan kon je niet strak aansluiten op de presentatie of voorgaande plaat. Met cd’s ging dat anders. Klepje open, cd erin, klepje dicht, kies track nummer, druk op knopje en hoppa, klaar om af te spelen. Wat missen we dus? Die eerste paar maten om te horen hoe het nummer begint. Dan kan je dus fouten maken: zoals een DJ die luid een aankondiging doet en een muziekje dat heel zachtjes en langzaam begint. Dankzij de techniek. De betere DJ’s luisteren dus toch nog even dat intro af (en het slotje) of hebben een goed geheugen. Want vaak hebben ze de muziek zelf uitgezocht en weten ze dus wat er komt. Wekelijks worden ze voorzien door pluggers van het nieuwste materiaal en discussiëren en luisteren met elkaar over alarmschijf / paradeplaat/troetelschijf etc. Daar leer je wat van. O, en nog iets, er moet een Buma-lijst worden bijgehouden. Dat is een lijst met gedraaide platen per uur, waar in staat aangegeven wie de artiest, de componist, het platenlabel en de lengte van het nummer is. En ook daar leer je van. Dan valt het je op dat Goffin and King toch wel veel liedjes hebben geschreven en welke artiesten dat vaak uitvoerden. Dat leer je dus dankzij de techniek.

We gaan snel door in de tijd, de tijd van de computer. De cd’s worden nog wel gemaakt, maar hun audio wordt ingelezen in de computer. En iedere track krijgt een uniek nummer. En bij ieder uniek nummer hoort een omschrijving, wie is de artiest, wie heeft het gecomponeerd, welke platenmaatschappij, hoe lang duurt het, eigenlijk zoals bij de Buma-lijst, maar met nóg meer gegevens! Is het vrolijk, uptempo, hardrock of country, Engels, Duits, Frans of Nederlandstalig, zomers, gouwe ouwe, recent, lengte intro, en ga zo maar door, “label” het maar wat je wilt. En dan zeg je daarna tegen de computer hoe vaak je een nummer uit de jaren 80 wilt horen, hoeveel Nederlandstalig daarvan wel of niet mogen zijn, hoeveel hits per uur, hoeveel nieuwe per uur, hoeveel tijd er tussen bepaalde artiesten of titels moet zitten, ga zo maar door. Als je nou maar braaf al die gegevens in de computer hebt ingevoerd, dan komt het moment dat je tegen de computer zegt: zoek het maar uit voor mijn programma. Druk op de knop, en hoppa, daar is het. Zonder doublures en precies naar je wens. Op je lijf geschreven …… eehhh, op het lijf geschreven van de music director, die weer opdracht heeft van de program director die weer onder toezicht staat van de zendercoordinator, die weer…. Dankzij de techniek……

De DJ van dienst krijgt dus een lijst voor z’n neus met wat ie moet draaien. Als het een hele goeie DJ is mag ie hier en daar zelf nog wat toevoegen, maar over het algemeen geldt de regel: wie betaalt bepaalt wat er gedraaid wordt. Dus dankzij de techniek weet een DJ vaak niet meer wie welk liedje wanneer met wie heeft opgenomen. Hoewel, daar hebben ze een vakje voor vrijgemaakt op z’n computerscherm en die info kan hij/zij dan voorlezen, hoef je zelf niks voor te weten. Dankzij de techniek…..

Dus wat gaat de DJ doen als ie toch niet meer betrokken is bij het uitzoeken van muziek? Dan gaat ie met z’n voeten op de DJ-tafel z’n smartphone bestuderen, of hij gaat andere dingen doen. Bellen met luisteraars, spelletjes, dat deden ze vroeger ook al, maar nu nóg meer. Een paar vrienden achter de microfoon, een telefoonlijst met BN’ers of half BN’ers of kwart BN’ers of bijna BN’ers. De spreektijd neemt gigantisch toe. En er wordt veel gelachen. En er wordt minder muziek gedraaid. En de muziek wordt niet altijd meer aan- en afgekondigd, dat zie je wel op de playlist op internet, multi media weet je wel. En de muziek wordt een stoppertje tussen twee “spreeks”. En bij een avondprogramma neem je de aan- en afkondigingen gewoon los op, schuif je de liedjes er omheen en de intro’s eronder en de DJ is vroeg thuis of doet dat thuis. Dankzij de techniek……

Tot slot: waarom klinkt popradio zoals het klinkt, met veel hoge en lage tonen, alles even hard, pompend en zuigend en staan alle faders op standje 10? U weet het antwoord al, dankzij……

Menno Mendera (oud programma-technicus en programmamaker radio.)

38 Comments

  1. Ik vraag me af of de dikte van de groef de tijdsduur van een plaatje beperkte.
    Ik mag hopen dat alle platen met een zelfde groefdikte gesneden zijn, voor zover het 33 en 45 toeren is (78 toeren was dikker) zodat ze met dezelfde naald kunnen worden afgespeeld.
    De tijdsduur werd bepaald door de amplitude, dus geluidssterkte van de groef op de plaat. Hoe harder, hoe minder lang. Kennelijk moesten singeltjes vroeger een minimale amplitude hebben ter voorkoming van teveel ruis tikken etc. Later werd de techniek beter en kon er zachter worden gemoduleerd. Pak maar eens zo’n lange single en vergelijk die met bvb een oud plaatje vd Beatles of Stones. Daarom moest je als jock of technicus bijschuiven.

    Bij mij stond de AM Optimod zo afgesteld dat er nog een zekere dynamiek overbleef, en zeker niet alle knoppen op 10. Dat werd gewaardeerd door liefhebbers.
    Radio 5 op 747AM klonk heel slecht, sorry, helemaal plat.
    Op een gegeven moment hoorde ik Riu Riu van Chorale, singeltje met heel veel dynamiek. Bleef niks van over. Toevallig kwam ik vlak daarna in de studio en daar vriendelijk wat van gezegd.
    Ik geef toe dat ik van dat plaatje ook de dynamiek wat heb beperkt, anders is het de halve tijd ruis, maar toch dat er genoeg overbleef.

  2. Automatisering leidt soms tot autocratisering. De ontwikkeling van single –> EP –> LP –> (cassettebandje?) –> CD –> MP3 –> computergestuurd maakt meer mogelijk EN beperkt de bewegingsvrijheid en autonomie van de DJ. Nu was het vroeger ook al zo, dat er voorschriften op de tafel van de presentator lagen. Tijdens de intro of de afronding moest er door de muziek heen geluld worden of nummers werden nooit helemaal gedraaid om te voorkomen dat luisteraars het materiaal zouden opnemen thuis, zodat ze het niet hoefden te kopen. Nog even los van het zwakzinnige gezwatel dat sommige lolbroeken per se de ether in wilden slingeren. Nu wordt alles zo geprogrammeerd dat de inbreng van de radiomaker inderdaad verschuift van kiezen van en toelichten op de muziek naar irrelevante riedels en stomme spelletjes. De omroepmedewerkers worden de trekpoppen van de in rigide rangorde opgestelde mediamanagers. De inhoud lijkt te worden verdrongen door steeds gedetailleerder procedures (vormfetisjisme dus). Overigens: de overgang van CD naar MP3 vind ik geen verbetering van de geluidskwaliteit. MP3 kenmerkt zich door belachelijk over gemoduleerde bas- en lage tonen, een scherp, schel, flets hoog en een amorf, vaag en klonterig midden. Was vroeger alles beter? Nou nee, onverschilligheid, gemakzucht, hebzucht en holle ijdelheid bestonden vroeger natuurlijk eveneens al.

  3. Zou dit alles ook hebben kunnen geleid tot de consequent schreeuwerige en eenzijdige popmuziek op Radio 1? Als fervent luisteraar naar deze zender wordt het luisterplezier verpest door onmogelijke muziekkeuzes, ongeacht het tijdstip van de dag, ongeacht alles wat er in de wereld gebeurt. Het is vaak merkbaar in de aan- of afkondiging dat de presentator van dienst van zijn gezond niet weet waar die ‘muziek’ vandaan komt. Kortom, die eenheidsworst in de muzieksamenstelling lijkt nergens naar. Blijkbaar heeft men ook geen idee hoe de doelgroep van Radio 1 er uitziet. Sinds de introductie van de zendercoördinatoren is er van verrassing en diversiteit geen sprake meer.

  4. Zo’n muziekkeuze krijg je als je voor een andere doelgroep wil zenden dan die je bereikt. Men weet heel goed wie men bereikt.
    Radio 1 bereikt nu eenmaal grotendeels ouderen, want die zijn nu eenmaal meer geinteresseerd in nieuws dan jongeren. Maar de NPO, incl Radio 1 wil meer jongeren bereiken, en dan krijg je dit.
    Vooral met sport op R 1 wil men jonger laten klinken, en dus krijg je de current hits in overmaat die je overal al hoort. Jongeren luisteren niet naar radio, ook niet naar sportradio.

    Die verjonging – officieel beleid NPO- is een soort virus dat overal merkbaar is – handhaven Ned 3, 3 FM op FM ipv Radio 5 enz. En dat terwijl de ouderen groep de grootste is.
    Het gaat dus niet om de luisteraar maar om andere agenda punten zoals verkoopbaarheid STER.

  5. NPO Radio 1 is geen nieuws- en sportzender, maar een SPORT- en een beetje nieuwszender met een hele hoop Ditjes & Datjes uit KUTstad.

  6. Analoog opnemen (vinyl) beperkte de dynamiek: max. 40 dB voor klassiek, 30 dB voor amusementsmuziek, 20 dB voor dansmuziek, 10 dB (als het dat al haalde!) voor pop. Toen kwam de CD: digitaal. Dynamiek onbeperkt (zelf gemeten: 55 dB bij klassiek). Welke luisteraar kan 55 dB in zijn huiskamer loslaten! Nog een “verworvenheid” van de digitale techniek: time squeezing (zonder aantasting van de toonhoogte). Vooral bij klassiek: totdat je een tempo hoort wat geen enkel orkest of solist uit zijn instrument kan halen. Fijn hoor, die “TECHNIEK”! Radio luisteren? Never more. Ik heb mijn platen (analoog) en: ja, ook CD’s, maar wel de goeie.
    (Koos Koolschijn, voormalig (analoog) mixing technicus NOS klassiek).

    • Ik luister slechts intuitief en ongehinderd door uw kennis, kunde en ervaringen. Ik ben hartstochtelijk liefhebber van klassiek en heb de CD als een zegen beleefd. Bij afspelen op vinyl zat ik soms neurotisch te wachten of er nog nieuwe tikjes en spetters bijgekomen waren, ondanks al mijn voorzorgen en voorzichtigheid om het zwarte geluidsgoud te behouden en te beschermen. Overigens: CD’s zijn natuurlijk veel minder duurzaam en onkwetsbaar als in het begin werd beweerd. Sommige van mijn oudste CD’s (tegen de 40 jaar) beginnen een soort corrosie te vertonen en zijn niet meer afspeelbaar of beluisterbaar. Als het op zo’n zilveren schijfje misgaat, dan is het echt einde verhaal. Ik ben mentaal analoog, maar ontspan en geniet meer dankzij digitaal.

      • O, er zijn zeker prachtige CD’s, en de analoge tikken hinderen mij ook. Maar er is – zeker in de klassieke sector – met betrekking tot genoemde time squeezing een hoop bagger in de handel. “De CD, dat zou de grote verbetering zijn”, met kilowatts werd het van de daken geschreeuwd. Nou, nee hoor. Hier en daar, en af en toe, maar im grossen Ganzen … nee.

        • Koos Koolschijn: wil je voor mij, een technisch tamelijk onbenul, en mogelijk ook andere leken & lezers, nog eens uitleggen in gewone mensentaal, wat ‘time squeezing’ precies is? ‘Squeezing’ betekent afknijpen en/of afpersen, dan wel uitbuiten. Heeft het iets te maken met de verlenging van de maximale speelduur van een CD? Die is immers van 73 minuten naar rond de 85 opgerekt inmiddels.

  7. Squeezing betekent ook samenpersen, en dat is wat er gebeurt: de speelduur van een stuk muziek wordt ingekort. Bij analoog (sneller draaien van een Lp, bv. op 45 toeren, = een factor 1,5 sneller) gaat ook de toonhoogte dezelfde factor omhoog (ongeveer een kwint, een stuk in C komt ongeveer in G terecht). Een CD zo behandelen leidt (mits de elektronica in de afspeelapparatuur goed wordt ingesteld) wel tot inkorten van de tijd, maar niet tot het verhogen van de toonhoogte. Aldus kan je (voorbeeld) de Bolero van Ravel (ca. 12 minuten) inkorten tot 10 minuten, maar dan lijkt het alsof orkest en dirigent nog de laatste trein moeten halen. Hiervan los: zijn de bespelers van weerbarstige instrumenten (fagot, tuba) in st aat om (toch al) snelle korte noten nog sneller en korter te spelen, m.a.w.: hoe gaat het klinken? Artistiek? Nou nee, in sommige gevallen afschuwelijk tot zelfs belachelijk.

    • Wat schokkend om te horen dat blijkbaar soms technisch het tempo van een uitvoering wordt gemanipuleerd! Ik dacht dat dit toch echt alleen aan de dirigent of de uitvoerders was. Waarom gebeurt dit? Om het nog net op dat schijfje te persen? Dat heeft toch niks meer te maken met artisticiteit, interpretatie of goede smaak? Walgelijk!

      • Worden dit soort trucs ook toegepast bij opnames van z.g. authentieke, historiserende uitvoeringen van (met name) barokmuziek? Ik heb daar weleens tempi meegemaakt van een zelfmoordenaar!

  8. Paul Plaizier: uw eerste reactie bevat een juiste conclusie. Inderdaad walgelijk en alleen gericht op verkoopcijfers. De betere CD-merken zullen hier minder gauw toe overgaan, maar er zijn ook inferieure fabrikanten die zo proberen (vooral minder bekende) klassieke stukken te verkopen, of juist (zo veel mogelijk) zeer bekende stukken op een verzamel-CD te persen.
    Bij uw tweede reactie ligt de zaak wat gecompliceerder: het gekozen tempo van uitvoeringen ligt meestal in grote lijnen vast, totdat er bijvoorbeeld een nadere studie is verricht die leidt tot een hoger tempo of anderszins andere uitvoering. Dit kan zeer legaal zijn, maar ongetwijfeld ook leiden tot overdrijving om het contrast te accentueren.

    • Soms hangt het ook wel van mijn eigen stemming af. Ik heb van bepaalde meesterwerken meerdere uitvoeringen, die in tempo en interpretatie van elkaar verschillen. De ene keer voel ik me thuis bij uitvoering A, een volgende keer wil ik liever interpretatie B beleven. Ik beschik b.v. over vier vertolkingen van de Matthaeus Passion en geen van vieren voldoet eigenlijk in haar geheel voor 100%. Het hangt er een beetje van af welke aria’s op een gegeven moment mijn meeste aandacht hebben. Dan kies ik de uitvoering, die deze passages in mijn beleving het mooist tot uiting brengt. Ik ben overigens wel een aanhanger van de “Oude Muziek Beweging”. Vroeger ging ik elk jaar diverse concerten in Utrecht bezoeken. Ik heb echter nu een hond thuis, die ik moeilijk kan missen en evenmin ergens tijdelijk kan onderbrengen. Dus dan volg ik het gerieflijk via de kabel FM … Maar dat schijnt niks voor u te zijn, begrijp ik.

  9. De analoge opnametechniek heeft als bezwaar het ruisniveau van de geluidsdrager – in mijn technisch actieve tijd bij de Omroep (1954 – 1990) gemiddeld 60 dB onder de maximum belastbaarheid. Dit beperkte de toegelaten dynamiek van de muziek bij opnamen (klassiek) tot 40 dB. De LP-industrie hield zich daar redelijk tot goed aan. Bovendien: als een geïnteresseerde luisteraar zijn apparatuur zo heeft ingesteld dat hij een ppp gedeelte van de muziek nog juist goed kan waarnemen, dan dondert een groter fortissimo dan 40 dB méér zodanig de luidsprekers uit, dat de buren komen vragen of hij hartstikke gek geworden is, of hij blaast zijn luidsprekers op. Bij opnamen en uitzendingen vanuit bijvoorbeeld het Concertgebouw (eigenlijk een soort live-reportage) moe(s)t je daar als technicus terdege rekening mee houden – de meeste technici die met dit werk belast waren (w.o. ikzelf, 1968-1980) konden dan ook partituur lezen en “zagen” zo’n uitbarsting aankomen. (Symf. Gedicht “De Klokken”, Rachmaninov, groot symfonieorkest, groot koor en solisten, en vergelijkbare stukken). Voor de (analoge) platenindustrie gold hetzelfde. Remedie: met muzikaal artistiek “gevoel” de ppp-passages harder maken en de fff-passages “tegenhouden”.
    Bij de digitale opnametechniek is deze zorg niet tot nauwelijks nodig, en dat is de hedendaagse praktijk in Hilversum. Ik schreef het al eerder: zelf 55 dB dynamiek waargenomen. Om hier nog enigszins van te genieten – ik ben evenzeer klassiekfan – moet ik constant met de afstandsbediening het volume bijregelen. DAT BEHOORT BIJ DE OPNAME REEDS GEDAAN TE ZIJN DOOR DE DIENSTDOENDE TECHNICUS !!!

  10. Geachte heer Koolschijn,
    Ik neem aan dat U naar Hilversum (NPO, Radio 4 ?) luistert met een digitale (kabel)ontvanger?
    Het valt me juist op dat op ether FM (via Lopik) Radio 4 erg vlak is geworden. Er wordt flink doorgemoduleerd en het klinkt vaak harder dan Radio 1.

    • Ik denk dat 90 tot 95% van de luisteraars nog steeds de FM via de kabel ontvangt. Eerlijk gezegd vind ik het verschil tussen DAB+ en FM kabel niet hoorbaar. Het zal ongetwijfeld wel meetbaar zijn. Rechtvaardigt deze verbetering de meerprijs van DAB+ wel? En de dekking laat ook nog steeds te wensen over.

  11. Ruud Poeze: de beschreven activiteit van de technicus heet comprimeren, de handeling compressie. Die kan bij minder beschikbare mankracht ook door een automatisch werkend apparaat worden verricht: de (audio)compressor. Op dat apparaat zijn vele waarden instelbaar, de kunst is om een zodanige totaalinstelling te vinden dat er een voor het doel – het programma(onderdeel) – zo artistiek mogelijke weergave ontstaat, zonder dat er steeds weer door iemand (mankracht!) moet worden ingegrepen. Dat dit niet altijd lukt kunt u bijna dagelijks waarnemen – één van de redenen waarom ik nog nauwelijks naar de radio luister.

    • U lijdt wellicht een beetje aan overgevoeligheid voor onvolkomenheid door een gigantisch surplus aan technische kennis, kunde, ervaring en onderscheidend vermogen. Of misschien wel gewoon persoonlijk perfectionisme. Dat zie je bij uitvoerende muzikanten eveneens. Die kunnen bijna niet meer normaal, intuitief of romantisch genieten van vertolkingen, omdat zij zo gespitst zijn op een klank- en interpretatie-ideaal, dat eigenlijk praktisch niet haalbaar is. Ik heb ook weleens zeer analytisch geluisterd naar de ‘Water Music’ van Haendel. Ik was achteraf helemaal uitgeput, maar ik had nauwelijks genoten van deze prachtige en briljante amusementsmuziek.

      • Een tekort aan kennis en kunde kan soms een zalige zegen zijn: simpel slurpen en laten smaken (proeven?) van wat opgediend wordt zonder telkens die knagende, kritische, prikkels en impulsen te hoeven controleren & reguleren. Aandacht voor waar het om gaat: het beleven van een goedbedoelde weergave van MUZIEK. Er bestaat geen verschil tussen GOED of SLECHT. Er is hoogstens variatie in “goed” en “goed bedoeld”. Of ben ik nu te naief?? We kennen natuurlijk altijd de spanning tussen artistiek en populistisch/commercieel gewin.

      • Paul Plaizier: uw conclusie is in grote lijnen juist, maar juist doordat ik zelf in “het vak” heb gezeten kan ik nog heel goed – niet of in geringe mate gehinderd door technische onvolkomenheden gezien vanuit mijn discipline – oor hebben voor bijvoorbeeld verschillen in muzikale interpretatie door de uitvoerenden, of een uitvoering waar ik emotioneel de koude rillingen van krijg. Misschien komt dat doordat ik zelf ook muziek maak (toetsen in alle vormen) vanaf 1938 (6 jaar). Harmonium (eerste lessen noten lezen, daarna autodidact) – piano (ook klassiek) – accordeon – (kort zijpad: gitaar) – hammondorgel – kerkorgel – (zijpad: carillon) – nu electronisch: keyboard, met of zonder pedaal. Voor wat betreft die door u gesuggereerde beroepsdeformatie: “Jij hoort altijd dingen die ik niet hoor” krijg ik wel vaak naar het hoofd.

  12. Wat de ontwikkeling van de lengte van singles e.d. betreft: dat is niet alleen een technisch verhaal geweest. Van oudsher willen radiostations liedjes die niet al te lang duren, liefst zo rond de 3 minuten, om zo te voorkomen dat luisteraars te snel wegzappen als ze een liedje te horen krijgen dat ze niet leuk vinden (vandaar dat dergelijke single mixen meestal worden aangeduid met “radio edit”). Heel vroege popliedjes duurden zo’n 2 minuten, na de jaren ‘60 groeide dat heel langzaam tot rond de 4 minuten vanaf de jaren ‘90. De laatste jaren zie je echter weer een teruggang – de plaat die onlangs 19 weken(!) op nummer 1in de VS stond, “Old Town Road” van Lil Nas X, was in z’n originele mix 1:54” en in een remix 2:37”. Voor het eerst sinds 1968 dat een nummer 1-hit zo kort was. De reden? Voor Spotify e.d. is het noodzaak om zo snel mogelijk tot de kern van een plaat te komen (dus geen intro’s van meer dan een halve minuut) en ook geen verdere overdreven “bagage”, anders zapt de luisteraar meteen door. Waarbij niet vergeten moet worden dat Spotify en Apple pas uitbetalen aan de rechthebbenden als er minimaal 30 seconden van een liedje is afgespeeld.

    • Tja, de aandachtspanne van de meeste jongeren overschrijdt de 5 minuten nauwelijks. En dan wel naar cursussen ‘Mindfulness’ rennen om concentratie- en aandachtoefeningen te doen. Misschien dat onderwijs en opvoeding weer eens wat meer gericht moeten worden op geduld, mentale investering, uithoudingsvermogen en impulsbeheersing. Daar staan technologische en technocratische ontwikkelingen totaal niet bij stil.

  13. Paul Plaizier: Er zijn twee soorten muziek: Licht en Klassiek. Dit is natuurlijk onzin, maar de grote M E N roept dit altijd. Welke componist(en) moet je dan nog tot de “klassieken” rekenen? Ook de “klassieke” componisten schreven verstrooiïngsmuziek, Bach schreef dansmuziek, de dansen van zijn tijd. Sommige mensen woonachtig in de Bible Belt zijn het hiermee niet eens (weet ik uit ervaring), maar dan moeten ze een boek over Bach lezen. Bij de Omroep zeggen ze altijd: er zijn twee soorten muziek, EM (ernstige muziek) en LM (lichte muziek). Maar ook dat is aanvechtbaar, want vele LM-producenten zijn zeer ernstig met hun “vak” bezig.

    • Er is goede en “goed bedoelde” muziek. Ik vind Pink Floyd, Beatles, Rolling Stones, Sting, The Police, Dire Straits eigenlijk de (toekomstige) “klassieke” muziek van de 20e eeuw. Dat “ernstige”, “serieuze”, arrogante avant garde gedoe wordt 1 keer voor ingewijdenen en “fijnproevers” uitgevoerd om vervolgens nooit meer beluisterd te worden. Terecht, want het is meestal niet om aan te horen, resoneert en ramt door ruggenmerg en beenderstelsel, en roept zeker emoties op, alleen echter van weerzin, walging en wa(a)nbeleving. Tenslotte roepen de makers verongelijkt dan, dat “de mensen het niet begrijpen, dom, lui, gemakzuchtig, onverschillig, oppervlakkig enz. zijn en verwend. Dat noem IK: muzikaal, artistiek en creatief autisme. Jeetje, wat een verontwaardiging opeens! Ik vind het gewoon lekker om naar “goed bedoelde” toonkunst te luisteren. Als ik t….. herrie wil horen, dan loop ik door een winkelstraat. Daar spettert de louter op winstbejag gerichte popdiarree je uit talloze megaspeakers om de oren!

      • Paul Plaizier: Wat een emotie opeens, of moet ik zeggen: contra-emotie? U noemt daar een aantal popgroepen, die ik tot de t….. herrie reken, m.u.v. de Beatles, waarvan IK VIND dat ze muzikaal met kop en schouders boven de anderen – en de rest – uitsteken. Hoofdletters niet voor niets. Want wat ik vind is totaal anders dan wat een ander vindt, en misschien wel uniek. Ik denk dat iedereen – of misschien minder algemeen: velen – die muziek het meest waarderen die zij in één van de meest perceptieve perioden van hun leven te horen kregen: de puberteit, en misschien nog een paar jaar daarna, tot de (geestelijke) volwassenheid. Bij mij was dat de amerikaanse swing en ballads van vlak na de oorlog, over Europa uitgestrooid door de AFN, de American Forces Network, bediend door de sterke zender in Frankfurt (die heel Europa bestrijkt en nu nog uw radiogestuurde klokken en horloges in de pas houdt). Dat is ook de muziek die ik het liefst op mijn keyboard speel en waar ik zelf arrangementen voor maak – creatief, in tegenstelling tot “klassiek” (piano, maar in feite elk instrument), waar men zich aan de tekst van de componist moet houden.
        Verder hoef ik de avant garde ook niet, op een enkele (al wat oudere) uitzondering na.
        Die door u genoemde groepen: ik kan ze niet uit elkaar houden, wat ik bij de klassieke componisten wel kan.
        Waar zou dat aan liggen?

        • Ik vind het oprecht JAMMER, dat u Sting, The Police, Dire Straits, PINK FLOYD NB!,tot de t….. herrie rekent. Zowel muzikaal als inhoudelijk (tekstueel!) doet u deze componisten & muzikanten dan toch echt tekort, meen ik. Nogmaals ik ben vanaf mijn vijftiende (1970) helemaal in “klassiek”, maar naderhand moet ik bekennen, dat na 1970 op het gebied van “populair” nog welk degelijk zeer waardevolle producten zijn gemaakt, die het verdienen om later in de muziekgeschiedenis herinnerd te worden als kwalitatief hoogstaande creaties, die mens en maatschappij hebben bewogen. Waar zou dat aan liggen? Openheid, wendbaarheid, ‘comfort zone’ verlaten wellicht? Overigens: tot 1967 (Sgt. Peppers) maakten de Beatles amusementsdeuntjes, die meer leken op een “cursus Engels voor beginners”, trouwens zeer lekker in het gehoor liggend, dan bewogen, persoonlijke of politieke nummers, die zij later voortbrachten. Maar… ik ben tijdens MIJN PUBERTEIT niet voor niets overgestapt op “klassiek”, omdat ik meer diepgang en duurzaamheid zocht.

          • Nog even een “slotdeun” van mijn kant: ik ben van 1932, klassiek is mij met de prot. chr. paplepel ingegoten, zo ook kerkmuziek, vandaar dat ik, op de voortgezette opleiding kennis makend met andersdenkenden en -belevenden, de toen vlak na de oorlog populaire amerikaanse lichte (= volgens de toen nog geldende Nederlandse begrippen goddeloze) muziek omarmde. En mijn aantreden bij de Omroep in 1954 veroorzaakte een herbeleving, maar nu actief, van de klassieke muziek.

  14. De door U genoemde muziek bovenaan wordt helaas zelden of nooit op de radio gedraaid, niet commercieel, te oud. Misschien tijd voor Radio 4 B met de klassiekers uit de pop en rock muziek, bij de NPO kan dat 1 vd mainstream zenders prima vervangen.

    • Ik hoor op Radio 4 veel voorbij komen, waarvan ik mij afvraag: “Wat heeft dit nog met ‘klassiek’ te maken?” Maar ja, met enige fantasie en creativiteit kun je bijna alles verdedigen. Klassiek betekent: “dat wat de tanden des tijds onverteerd kan blijven weerstaan.” Helaas kunnen we dat pas jaren, decennia daarna beoordelen. Het blijft ook tamelijk subjectief en afhankelijk van mode en mentaliteit. Ik vind echter nu al (maar wie ben ik?) dat Beatles, Stones, Who, Alan Parsons Project, Elton John, Dire Straits, Police, Sting, Pink Floyd e.v.a. een plaats verdienen in de KLASSIEKE muziekliteratuur van de 20e eeuw. OK, ik sta hier misschien ook slechts mijn persoonlijke preferentie en preek te verkondigen. Maar het KAN hier, dus DOE ik het! Anders komen net zo willekeurige derden hun dogma’s debiteren. Dan ben ik ijdel genoeg om mijn mening minstens net zoveel de moeite waard te vinden.

      • Laatste zucht: De redactie van Radio 4 houdt zich bezig met EM (zie wat ik eerder schreef), dat is niet de “klassieke muziek” uit de volksmond, daar hoort ook Avant Garde bij en andere vormen van eigentijdse of 20e eeuwse klanken (let op: ik gebruik hier niet het woord muziek).

        • Beste Kees Koolschijn: ik ben allang overtuigd van uw integere inzet bij deze discussie. Ik weet: ik ben eigenwijs en volhardend. Ik betwijfel eerlijk gezegd of de redactie van Radio 4 zich werkelijk houdt aan de eigen EM-formule. De zender wordt gedomineerd door a) AVRO/TROS, b) KRO/NCRV en c) MAX en waarschijnlijk NPO rest. Op zich ben ik er niet heel ontevreden mee. Maar soms … Er wordt natuurlijk ook veel te veel geouweho…. Maar dat is een kwaal, die heel Hilversum beheerst. Ik hoop dat ik je niet te zeer heb vermoeid. Wat mij betreft: een interessante en best leerzame communicatie. Ik wens je sterkte en toch nog tevens enig auditief/audiologisch genot, waar en hoe dan ook. De wereld is nu eenmaal onvolmaakt en (gelukkig) wij eveneens.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*