Blog Guido van Nispen: Wie beoordeelt de kwaliteit van de journalistiek?

Het is altijd interessant om naar de laatste ontwikkelingen wat betreft AI en journalistiek naar de VS te kijken. Enkele maanden geleden schreef ik op deze plek over Objection.ai, een Amerikaans initiatief dat mensen de mogelijkheid bood om journalistieke publicaties aan te vechten wanneer zij meenden dat de feiten niet klopten of dat zij onzorgvuldig waren behandeld. Inmiddels is dat initiatief vrijwel geruisloos verdwenen. Niet omdat het mislukt zou zijn, maar omdat de initiatiefnemers tot een andere conclusie kwamen. Volgens hen ligt het probleem niet bij de afhandeling van klachten, maar veel eerder in de manier waarop journalistiek wordt beloond.

Dat is een interessante verschuiving. In plaats van achteraf te beoordelen of een publicatie correct was, probeert het nieuwe platform, Primary, de kwaliteit van journalisten zelf meetbaar te maken. Niet op basis van reputatie, prijzen of bekendheid, maar op basis van de mate waarin hun werk origineel, zorgvuldig en grondig is. Vrijwel gelijktijdig is ook The Media Integrity Project ontstaan, dat met behulp van AI niet alleen journalisten, maar ook afzonderlijke artikelen analyseert op zaken als brongebruik, framing, context en de manier waarop informatie uiteindelijk bij het publiek terechtkomt. En dan is er Newsguard.ai dat een ‘betrouwbaarheidsscore’ geeft aan nieuwswebsites. 

Of deze methodieken uiteindelijk standhouden, weet niemand. Dat is ook niet de meest interessante vraag. Veel relevanter is dat dergelijke initiatieven überhaupt ontstaan. Blijkbaar bestaat er behoefte aan nieuwe vormen van kwaliteitsbeoordeling die verder gaan dan de traditionele mechanismen waarmee de journalistiek zichzelf al decennialang controleert.

In Nederland kennen we daarvoor de hoofdredacteur, de ombudsman, de Raad voor de Journalistiek en uiteindelijk de rechter. Dat zijn belangrijke instituties die bijdragen aan zorgvuldigheid en correctie wanneer het misgaat. Zij zijn echter vrijwel allemaal ingericht op incidenten. Er wordt ingegrepen wanneer een klacht wordt ingediend, een norm mogelijk is overschreden of een publicatie tot schade heeft geleid. Daarmee wordt achteraf beoordeeld of een journalist of redactie zorgvuldig heeft gehandeld.

De nieuwe generatie platforms kijkt juist vooruit. Zij probeert continu zichtbaar te maken waar kwalitatief goede journalistiek ontstaat en welke journalistieke processen leiden tot betrouwbare informatie. Daarmee verschuift de aandacht van het corrigeren van fouten naar het waarderen van kwaliteit.

Dat is geen toevallige ontwikkeling. Generatieve AI verandert namelijk niet alleen de manier waarop burgers informatie consumeren, maar ook de economische logica van de journalistiek.

Originele verslaggeving, eigen bronnen, verificatie en verschillende perspectieven vormen al eeuwenlang het fundament onder journalistiek. Juist deze onderdelen kan AI niet zelfstandig produceren. Een taalmodel kan geen gemeenteraadsvergadering bezoeken, geen vertrouwelijke bron spreken en geen documenten boven water halen die nog niemand heeft gezien. Alles begint nog steeds bij iemand die daadwerkelijk op pad gaat om nieuwe informatie te verzamelen.

Tegelijkertijd is precies datgene waarin AI uitblinkt, namelijk het samenbrengen, ordenen en samenvatten van bestaande informatie, de activiteit geworden waar steeds meer economische waarde ontstaat. De gebruiker krijgt een direct antwoord van een AI-assistent, zonder de oorspronkelijke artikelen nog te bezoeken. De synthese wordt beloond, terwijl het oorspronkelijke journalistieke werk waarop die synthese rust steeds minder inkomsten genereert.

Dat is geen tijdelijke verstoring die vanzelf weer verdwijnt zodra de technologie volwassen wordt. Het lijkt steeds meer de logische uitkomst van de huidige digitale informatie-economie. De markt betaalt minder voor het produceren van informatie dan voor het organiseren ervan.

Juist daarom wordt de vraag naar journalistieke kwaliteit steeds belangrijker. Als originele verslaggeving economisch onder druk komt te staan, ontstaat vanzelf de behoefte om zichtbaar te maken welke journalistiek daadwerkelijk publieke waarde toevoegt. Niet iedere publicatie is immers gelijk. Origineel onderzoek dat zorgvuldig is geverifieerd en in de juiste context wordt geplaatst vormt uiteindelijk de grondstof waarop vrijwel alle andere informatievoorziening, inclusief AI, verder bouwt.

Misschien is dat wel de belangrijkste betekenis van deze nieuwe initiatieven. Zij proberen niet alleen fouten op te sporen, maar vooral inzichtelijk te maken waar de journalistieke waarde werkelijk ontstaat. Dat is een fundamenteel andere benadering dan we gewend zijn.

Het verbaast mij dan ook dat in Nederland nog geen vergelijkbare platforms zijn ontstaan. Juist nu de journalistiek steeds vaker wordt beoordeeld door AI-systemen voordat burgers haar überhaupt lezen, zou het logisch zijn om zelf het initiatief te nemen en transparante methoden te ontwikkelen waarmee originaliteit, verificatie, context en diversiteit van perspectieven zichtbaar worden gemaakt.

Want als de journalistiek dat niet zelf doet, is de kans groot dat anderen het voor haar gaan doen. En wie de criteria bepaalt waarmee kwaliteit wordt gemeten, bepaalt uiteindelijk ook welke journalistiek in het AI-tijdperk zichtbaar, vindbaar en economisch waardevol blijft. En welke wordt vertrouwd en dat laatste staat op een steeds lager peil zoals bleek uit de benchmark die ik in juli deelde. 

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -