Blog Guido van Nispen: Hilversum, van wie wordt de gewonnen tijd?

Stel: een redacteur heeft dankzij AI om elf uur af wat vroeger tot drie uur duurde. Wat gebeurt er met die vier uur? Gaat de telefoon naar een extra bron? Kan de verslaggever eindelijk de wijk in? Of krijgt de redacteur er drie producties bij, waarna bij de volgende begrotingsronde blijkt dat de afdeling ook met minder mensen toe kan?

Die vraag bleef bij mij hangen na lezing van AI in Nederland 2026, het onderzoek van Peil.nl en Viewture.ai, gepresenteerd door Maurice de Hond en Vincent Everts. Het rapport gaat over Nederland, maar verdient een stevige discussie op iedere mediavloer. Vooral over de bestemming van de gewonnen tijd.

De opmars is indrukwekkend. Volgens het onderzoek onder ongeveer zesduizend volwassenen steeg het aandeel Nederlanders dat AI meerdere keren per week of vaker gebruikt van 8 procent begin 2024 naar 45 procent in september 2026. Het aandeel dat nooit AI gebruikt, daalde van 55 naar 28 procent. Wie zijn innovatiesessie nog opent met de vraag of AI zal doorbreken, kan die eerste twintig slides overslaan.

Onder de intensiefste gebruikers op het werk verwacht 84 procent minstens een verdubbeling van de eigen efficiëntie. Dat woord ‘verwacht’ verdient nadruk. Hier ligt geen meting die bewijst dat Nederland tweemaal zo productief is geworden. Het gaat om inschattingen van gebruikers. Juist een redactie zou dat onderscheid moeten bewaken, voordat een enthousiaste directie er alvast een personeelsbegroting van maakt.

Tegelijk verwacht 62 procent dat AI per saldo banen kost. Dat hoeft helemaal geen tegenstrijdigheid te zijn. Je kunt blij zijn dat een vervelende klus sneller klaar is en je afvragen hoelang je werkgever jou daarvoor nog nodig heeft. De medewerker ervaart gemak. De organisatie ziet mogelijk een besparing. Het gesprek over die verdeling moet plaatsvinden voordat de besparing is ingeboekt.

Voor omroepen en producenten ligt hier een keuze. Gebruik AI om interviews uit te werken, archieven te ontsluiten en dossiers toegankelijk te maken. Maar spreek vervolgens af wat die tijdwinst oplevert voor het programma. Meer voorbereiding? Een extra draaidag? Betere controle? Zonder zulke afspraken dreigt efficiëntie gewoon een ander woord te worden voor een hogere productienorm.

En dan raakt dit rapport aan iets wat voor media zwaarder weegt dan snelheid: vertrouwen. Slechts 8 procent zegt veel vertrouwen te hebben in de juistheid van AI-informatie; 44 procent heeft redelijk vertrouwen. In de open antwoorden zijn overtuigend gebrachte fouten en verzinsels het meest genoemde nadeel. Ook enthousiaste gebruikers weten dus dat een soepel antwoord nog geen betrouwbaar antwoord is.

Daar zit een kans voor journalistiek. Wanneer antwoorden goedkoop en overvloedig worden, krijgt aantoonbare controle meer waarde. Laat zien waar informatie vandaan komt. Bel degene over wie het gaat. Controleer of het document werkelijk zegt wat de samenvatting beweert. Maak zichtbaar wie verantwoordelijk is wanneer het misgaat. Daar mag best tijd in gaan zitten. Daarvoor hebben we zojuist vier uur gewonnen.

Ook veelzeggend: 71 procent vindt dat altijd duidelijk vermeld moet worden wanneer teksten, beelden of video’s grotendeels met AI zijn gemaakt. Dat is een publieksverwachting die mediamakers serieus moeten nemen. Een synthetische stem, een gegenereerde scène of een grotendeels automatisch geschreven verhaal vraagt om uitleg die de kijker begrijpt. Een vaag zinnetje ergens onder een website schept weinig helderheid.

Het rapport zelf levert een aardig voorbeeld. In het voorwoord staat dat AI is gebruikt bij de vragenlijst, de analyse en het schrijven. Binnen 48 uur na afsluiting van het veldwerk was het rapport gereed. De onderzoeker bleef verantwoordelijk voor de uiteindelijke inhoud. Die openheid is nuttig. Vervolgens begint het journalistieke werk pas: cijfers wegen, definities lezen, conclusies toetsen.

Hilversum moet bovendien voorkomen dat de vaardigste gebruikers de norm voor iedereen bepalen. Wie dagelijks met AI werkt, kijkt volgens het onderzoek veel positiever naar de technologie dan wie er weinig mee doet. Dat bewijst nog niet dat iedere terughoudende collega ongelijk heeft. Scholing vraagt om oefentijd en ruimte voor kritiek. Anders wordt de ene medewerker beloond voor experimenteren en moet de andere vooral vrezen voor zijn stoel.

Mijn voorstel voor de volgende redactievergadering: bespreek één concrete taak die met AI sneller kan en leg vast waaraan je de vrijgekomen uren besteedt. Meet daarna zowel de tijdwinst als de kwaliteit. Vraag ook de makers wat er beter ging en wat extra controle vergde. Zo wordt een grote belofte een toetsbare redactionele beslissing.