Blog Guido van Nispen: De journalistieke praktijk is al veranderd door AI. De journalistieke governance nog niet

Het vertrouwen in de journalistiek staat al jaren onder druk. We spreken veel over desinformatie, politieke beïnvloeding, sociale media en de macht van Big Tech. Terecht, want het zijn stuk voor stuk ontwikkelingen die de journalistiek uitdagen. Opvallend genoeg krijgt één van de belangrijkste instrumenten om journalistieke onafhankelijkheid en kwaliteit te beschermen veel minder aandacht: het redactiestatuut.

Dat is eigenlijk vreemd. Een redactiestatuut is veel meer dan een verplicht document uit de Mediawet. Het legt vast hoe journalistieke keuzes tot stand komen, welke rechten en plichten redacteuren hebben en hoe een redactie wordt beschermd tegen ongewenste invloed van bestuurders, financiers, adverteerders en andere partijen. Wie wil weten hoe onafhankelijk een nieuwsorganisatie werkelijk is en hoe zij haar kwaliteit borgt, zou eigenlijk eerst het redactiestatuut moeten lezen.

Het Commissariaat voor de Media onderstreept dat belang steeds nadrukkelijker. In een eerdere analyse uit 2021 van redactiestatuten concludeerde het dat vrijwel alle omroepen wel een redactiestatuut hebben, maar dat de inhoud sterk uiteenloopt en de waarborgen vaak algemeen zijn geformuleerd. In het onlangs gepubliceerde toezichtkader gaat het Commissariaat nog een stap verder. Journalistieke kwaliteit hangt volgens het niet alleen af van een redactiestatuut, maar van een samenhangend systeem van governance, risicomanagement, evaluatie, transparantie, organisatiecultuur en toetsing. Het redactiestatuut blijft belangrijk, maar vormt nog slechts één onderdeel van een veel bredere kwaliteitsborging.

Juist daardoor is het interessant om redactiestatuten naast elkaar te leggen. Ik heb twee relatief nieuwe spelers daarvoor eens bekeken. Het statuut van Ongehoord Nederland beschrijft een omroep die een stem wil geven aan Nederlanders die zich onvoldoende gehoord voelen in het publieke debat. Tegelijkertijd bepaalt hetzelfde statuut dat de redactie geen directe binding heeft met politieke of levensbeschouwelijke groeperingen en dat journalistieke zorgvuldigheid en evenwichtigheid leidend zijn.

Het redactiestatuut van Left Laser kiest een andere route. Ook daar vinden we de klassieke bouwstenen terug: een hoofdredacteur, een redactieraad, regels over gewetensbezwaren en bescherming tegen commerciële beïnvloeding. Maar het document begint met een expliciete ideologische keuze. Het platform omschrijft zichzelf als marxistisch en stelt dat het bewust de kant kiest van de werkende klasse.

Dat maakt deze vergelijking interessant, niet omdat de één rechts zou zijn en de ander links, maar omdat zij laten zien hoe verschillend redactiestatuten kunnen omgaan met identiteit en journalistieke onafhankelijkheid. De Mediawet biedt die ruimte ook. Pluriformiteit betekent immers dat verschillende maatschappelijke overtuigingen naast elkaar kunnen bestaan, zolang de journalistieke normen en de redactionele autonomie worden beschermd.

Maar misschien is de grootste verrassing wel iets heel anders. Ongehoord Nederland en Left Laser behoren tot de jongste spelers in het Nederlandse medialandschap. Juist van nieuwe organisaties zou je verwachten dat zij redactiestatuten schrijven die zijn toegesneden op de journalistieke praktijk van vandaag. Toch zwijgen beide documenten volledig over kunstmatige intelligentie. Ze besteden uitvoerig aandacht aan politieke, commerciële en bestuurlijke beïnvloeding, maar zeggen niets over AI. Dat is opvallend, omdat AI inmiddels wordt gebruikt voor research, transcripties, vertalingen, samenvattingen, beeldbewerking en steeds vaker ook als ondersteuning bij het schrijven en redigeren van journalistieke producties.

Opmerkelijk genoeg heeft de Nederlandse Vereniging van Journalisten inmiddels wél een Modelrichtlijn AI in de Journalistiek gepubliceerd. Die beschrijft onder meer dat de journalist altijd eindverantwoordelijk blijft, dat AI transparant moet worden ingezet, dat bronnen beschermd moeten blijven en dat redacties AI-gebruik periodiek moeten evalueren. Daarmee erkent ook de beroepsgroep dat AI inmiddels een structureel onderdeel is geworden van het journalistieke proces. Juist daardoor wordt zichtbaar dat AI-beleid zich nu naast het redactiestatuut ontwikkelt, terwijl beide uiteindelijk over dezelfde journalistieke verantwoordelijkheid gaan.

Het Commissariaat voor de Media lijkt die ontwikkeling eveneens te onderkennen. In het nieuwe toezichtkader worden AI, Big Tech en desinformatie expliciet genoemd als ontwikkelingen die nieuwe waarborgen voor journalistieke kwaliteit noodzakelijk maken. De richting is daarmee duidelijk. Zowel toezichthouder als beroepsvereniging erkennen dat de journalistieke praktijk fundamenteel verandert. Wat nog ontbreekt, is de institutionele verankering daarvan in de governance van nieuwsorganisaties.

Dat is een belangrijke constatering. Vrijwel alle redactiestatuten zijn geschreven voor een journalistieke werkelijkheid waarin mensen de volledige informatieketen beheersen. Inmiddels ontstaan aparte AI-richtlijnen, gedragscodes en werkafspraken. Dat zijn waardevolle eerste stappen, maar ze veranderen niets aan de vraag waar de eindverantwoordelijkheid organisatorisch wordt belegd. De volgende generatie redactiestatuten zal daarom niet alleen moeten beschrijven hoe een redactie wordt beschermd tegen politieke en commerciële druk, maar ook hoe een organisatie de inzet van AI bestuurlijk organiseert, beheerst en controleert. Niet omdat AI de journalist vervangt, maar juist omdat de journalist eindverantwoordelijk blijft. (Bij mijn Polders project hebben we daar een voorzet aan gegeven in de vorm van de white paper “Het besturen van de informatieomgeving van de AI-gedreven redactie. Een technologieneutraal raamwerk voor raden van bestuur, uitgevers en hoofdredacteuren.”)

De praktijk is het AI-tijdperk al binnengegaan; de institutionele waarborgen groeien daar nog maar mondjesmaat in mee.

Misschien ligt daar wel de belangrijkste opgave voor de komende jaren. Het debat over journalistieke onafhankelijkheid gaat allang niet meer alleen over de vraag wie invloed uitoefent op de redactie. Het gaat steeds vaker over de systemen waarmee journalistiek wordt gemaakt. Juist daarom verdient het redactiestatuut opnieuw de aandacht die het ooit had. Niet als administratieve verplichting, maar als het fundament onder onafhankelijke journalistiek in het AI-tijdperk. De NVJ heeft daarvoor inmiddels een bouwsteen geleverd. De volgende stap is om die uitgangspunten niet alleen vast te leggen in een afzonderlijke AI-richtlijn, maar ook op te nemen in het redactiestatuut zelf.

PS: Overigens geldt dit ‘AI-tekort in redactiestatuten’ niet alleen voor de ‘jonkies’ als Ongehoord Nederland en Left Laser. Ook veel gevestigde redactiestatuten bevatten nog geen bepalingen over AI, waaronder dat van de NOS. Dat betekent niet dat redacties geen AI-beleid hebben, maar wel dat de institutionele verankering daarvan in het redactiestatuut in de meeste gevallen nog ontbreekt.