
Maria Ressa weet wat er gebeurt wanneer politieke macht, sociale media en desinformatie elkaar versterken. De Filipijns-Amerikaanse journaliste, medeoprichter van het onafhankelijke nieuwsplatform Rappler en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, werd onder president Rodrigo Duterte geconfronteerd met rechtszaken, intimidatie en georganiseerde digitale campagnes. Haar ervaringen vormden de basis voor How to Stand Up to a Dictator uit 2022 en keren terug in haar vorige week verschenen The Fight Back, waarin zij honderd concrete stappen beschrijft waarmee burgers zich kunnen wapenen tegen manipulatie en autoritaire macht. Ik heb het boek met veel interesse gelezen.
Een belangrijk onderdeel van haar boodschap is dat burgers hun informatievoorziening moeten verbreden en hun afhankelijkheid van sociale media (en nu AI) moeten verminderen. Dat eerste is essentieel, maar het tweede verdient nuancering. Een divers informatiedieet vereist niet dat we afstand nemen van grote technologiebedrijven. Juist samenwerking met de AI-platforms kan de toegang tot uiteenlopende journalistieke perspectieven vergroten, mits de voorwaarden daarvoor goed worden ingericht. Ik zie het als volgt.
Wat we verwachten, bepaalt wat we zien
De neurowetenschap biedt een interessante verklaring voor het belang van die diversiteit. Onderzoekers als Karl Friston, Andy Clark en Anil Seth beschrijven het menselijk brein als een systeem dat voortdurend voorspellingen maakt over de werkelijkheid. Nieuwe informatie wordt geïnterpreteerd vanuit bestaande verwachtingen, die vooral worden bijgesteld wanneer waarnemingen voldoende afwijken van wat we dachten te zullen zien.
Dat maakt de inrichting van onze informatieomgeving belangrijker dan alleen voor de vorming van onze meningen. Wanneer algoritmen voortdurend berichten selecteren die aansluiten bij onze overtuigingen, krijgen we minder aanleiding om die overtuigingen te herzien. Herhaling versterkt verwachtingen, waardoor afwijkende feiten geleidelijk minder geloofwaardig kunnen worden.
Ressa heeft in de Filipijnen gezien hoe politieke propaganda en digitale distributie dat proces kunnen versterken. Haar waarschuwing gaat daarmee verder dan de gebruikelijke discussie over nepnieuws. Het gaat om de vraag of burgers nog voldoende verschillende signalen ontvangen om hun beeld van de werkelijkheid te kunnen corrigeren.
Een divers informatiedieet is vanuit dat perspectief een democratische noodzaak.
Ook de waarnemer heeft een perspectief
Interessant genoeg geldt datzelfde mechanisme ook voor Ressa zelf. Haar ervaringen met de Filipijnse overheid en digitale platforms hebben begrijpelijkerwijs haar verwachtingen over deze partijen gevormd. Dat geeft haar analyse bijzonder gewicht, maar betekent niet dat haar interpretatie buiten de mechanismen staat die zij beschrijft.
De platforms die de intimidatie van haar redactie mogelijk maakten, hielpen immers ook haar journalistiek een internationaal publiek te bereiken. Bovendien waren de politieke omstandigheden waarin Duterte kon opkomen complexer dan de werking van algoritmen alleen.
Dat doet niets af aan Ressa’s moed of de betekenis van haar werk, maar onderstreept waarom een gezonde informatievoorziening niet uitsluitend vraagt om betrouwbare bronnen. Zij moet ook ruimte bieden aan verschillende interpretaties van dezelfde feiten, inclusief perspectieven die onze eigen overtuigingen ter discussie stellen.
De mogelijkheden van AI-distributie
Daarmee komen we bij de belangrijkste beperking van Ressa’s handelingsperspectief. Het verminderen van onze afhankelijkheid van sociale media en AI kan verstandig zijn, maar daarmee is nog niet gezegd dat grote technologiebedrijven geen constructieve rol kunnen spelen in de democratische informatievoorziening.
Generatieve AI verandert immers fundamenteel hoe burgers informatie ontvangen. In plaats van afzonderlijke nieuwswebsites te bezoeken, zullen steeds meer mensen gebruikmaken van persoonlijke assistenten die informatie uit verschillende bronnen selecteren, vertalen, samenvatten en in samenhang presenteren.
Daarin schuilt een mogelijkheid die in het debat over de macht van technologiebedrijven gemakkelijk wordt onderschat. Een Nederlandse burger kan via een AI-assistent toegang krijgen tot berichtgeving uit verschillende (Europese) landen en taalgebieden, waarbij uiteenlopende interpretaties van dezelfde gebeurtenis naast elkaar worden geplaatst. De distributiecapaciteit van ondernemingen als Google, Meta, Microsoft, Anthropic en OpenAI kan zo bijdragen aan een aanzienlijk rijker informatiedieet dan veel burgers vandaag hebben.
Het risico is uiteraard dat deze systemen vooral leren welke antwoorden gebruikers graag ontvangen, waardoor verschillen tussen bronnen verdwijnen achter een overtuigend geformuleerde samenvatting. De technologie die informatie toegankelijker maakt, kan daarmee ook de diversiteit ervan onzichtbaar maken.
De kernvraag is daarom niet wie de informatie distribueert, maar wie bepaalt wat daarbij zichtbaar blijft.
Samenwerking zonder afhankelijkheid
Voor nieuwsorganisaties betekent dit dat journalistieke onafhankelijkheid niet uitsluitend verbonden kan blijven aan het bezit van eigen distributiekanalen. Belangrijker is dat zij zeggenschap behouden over hun journalistieke werk en dat bronnen, onderlinge verschillen, rechten en correcties herkenbaar blijven wanneer hun informatie via AI-systemen wordt verspreid.
Dat vraagt om meer dan commerciële licentieovereenkomsten. Het vereist gezamenlijke standaarden, transparantie over de verwerking van journalistieke informatie en een onafhankelijk bestuurde infrastructuur waarin de belangen van burgers niet ondergeschikt worden gemaakt aan die van distributiepartners.
De journalistiek hoeft daarvoor niet zelf een alternatief voor Google of OpenAI te bouwen. Zij moet wel mede kunnen bepalen onder welke voorwaarden deze ondernemingen journalistieke informatie gebruiken en presenteren. Juist door samenwerking kan de schaal van grote platforms worden benut zonder dat de journalistieke onafhankelijkheid wordt opgegeven.
Ressa heeft gelijk dat democratische weerbaarheid begint bij burgers die zich niet laten opsluiten in hun eigen verwachtingen. Maar de consequentie daarvan hoeft niet te zijn dat we ons terugtrekken uit de digitale systemen waarin steeds meer mensen hun informatie zoeken. De grotere opgave is om die systemen zo in te richten dat zij ons niet uitsluitend vertellen wat we al denken te weten, maar ook zichtbaar maken wat anderen weten, anders interpreteren of nog niet zeker kunnen vaststellen.
Daarvoor hebben we de grote AI-platforms waarschijnlijk harder nodig dan hun critici lief is, terwijl die platforms op hun beurt journalistieke onafhankelijkheid zullen moeten respecteren om het vertrouwen te verdienen waarop hun toekomstige rol in de informatievoorziening berust.
