Omroephervorming raakt hele mediasector: brede kritiek op cultuur, journalistiek, distributie en reclame

De voorgenomen hervorming van de landelijke publieke omroep leidt tot een groeiend aantal kritische reacties vanuit de mediasector. Niet alleen publieke omroepen, maar ook journalisten, producenten, culturele instellingen, televisieaanbieders, mediabureaus en onafhankelijke journalistieke initiatieven vragen om aanpassingen van de nieuwe Mediawet.

De reacties laten zien dat de discussie veel verder gaat dan de vorming van vier omroephuizen. Ook de toekomst van NPO Start en NPO Luister, reclame-inkomsten, de positie van onafhankelijke makers en de invloed van internationale technologiebedrijven staan ter discussie. Het kabinet wil het landelijke publieke omroepbestel vanaf 2029 ingrijpend veranderen. De bestaande omroepverenigingen moeten worden ondergebracht in vier omroephuizen, terwijl de NTR als zelfstandige organisatie verdwijnt en haar taken worden verdeeld over de omroephuizen en de NOS. De hervorming moet leiden tot minder versnippering, betere samenwerking en een toekomstbestendige publieke omroep. Uit de reacties op de internetconsultatie blijkt echter dat veel partijen vrezen dat de nieuwe structuur onvoldoende garanties biedt voor journalistieke onafhankelijkheid, culturele programmering, eerlijke concurrentie en digitale toegankelijkheid.

NLconnect wil af van verplichte doorgifte NPO-zenders

Een opvallende reactie komt van NLconnect, de branchevereniging van de Nederlandse telecom-, breedband- en glasvezelindustrie. De organisatie vertegenwoordigt ruim negentig bedrijven, waaronder aanbieders van televisiepakketten. NLconnect vindt dat de Mediawet onvoldoende rekening houdt met de verschuiving van lineaire televisie naar streaming. Volgens de organisatie is het niet meer vanzelfsprekend dat televisieaanbieders wettelijk verplicht blijven om publieke zenders in hun standaardpakket op te nemen. De huidige zogenoemde must-carryverplichting verplicht grotere televisieaanbieders om de landelijke publieke kanalen door te geven. NLconnect wil deze vervangen door een must-offerverplichting. Dat betekent dat de NPO verplicht wordt zijn lineaire zenders, terugkijkaanbod en programma’s die uitsluitend online beschikbaar zijn, onder eerlijke en redelijke voorwaarden aan distributeurs beschikbaar te stellen. Televisieaanbieders zouden daarentegen niet langer verplicht zijn de lineaire NPO-zenders in hun standaardpakket op te nemen. NLconnect wijst erop dat de publieke omroep met NPO Start inmiddels zelf rechtstreeks televisieprogramma’s en livekanalen aan consumenten aanbiedt. Bovendien maakt het nieuwe wetsvoorstel expliciet ruimte voor programma’s die uitsluitend on demand worden gepubliceerd. Volgens de branchevereniging vermindert dat de waarde van traditionele lineaire NPO-kanalen binnen televisiepakketten. De organisatie onderbouwt die ontwikkeling met cijfers over het aantal televisieabonnementen. Dat daalde volgens de aangehaalde ACM-cijfers van 7,69 miljoen in het eerste kwartaal van 2016 naar 6,63 miljoen in het eerste kwartaal van 2026, een afname van ongeveer 14 procent. NLconnect wil daarnaast dat de verouderde wettelijke doorgifteverplichtingen voor analoge televisie worden geschrapt. Sinds de beëindiging van analoge televisie door Ziggo in 2021 hebben deze bepalingen volgens de branchevereniging geen praktische betekenis meer. De organisatie steunt wel het voorstel om de definitie van een ‘open kanaal’ voor belangrijke evenementen aan te passen. Daarbij wordt de bestaande grens van 75 procent van alle huishoudens vervangen door 75 procent van de televisieabonnees. De reactie maakt duidelijk dat ook de relatie tussen de NPO en televisieaanbieders opnieuw ter discussie staat nu de publieke omroep zijn eigen digitale distributie steeds verder uitbreidt.

TalkRadio wil NPO Luister openstellen voor onafhankelijke journalistiek

Vanuit de online audiomarkt vraagt nieuwszender TalkRadio juist om betere toegang tot publieke distributieplatforms. De op 1 oktober 2026 gelanceerde online nieuwszender vindt dat NPO Luister ook beschikbaar moet worden voor onafhankelijke journalistieke aanbieders buiten het publieke omroepbestel. TalkRadio wijst daarbij op de motie-Westerveld uit oktober 2022, waarin de Tweede Kamer de regering verzocht NPO Luister open te stellen voor aanbieders van journalistieke kwaliteitspodcasts. De motie werd met 145 van de 150 stemmen aangenomen. Vier jaar later is die openstelling volgens TalkRadio nog altijd niet gerealiseerd. De zender vindt dat de herziening van de Mediawet het aangewezen moment is om de bestaande wettelijke belemmeringen weg te nemen. TalkRadio brengt 24 uur per dag korte, actuele nieuwsbulletins via een doorlopende online radiostream en een voortdurend vernieuwde nieuwspodcast. De zender biedt uitsluitend nieuws en geen uitgebreide discussies, interviews of opiniërende programma’s. Luisteraars worden binnen twintig minuten bijgepraat over het belangrijkste nieuws. Volgens TalkRadio is het, voor zover de organisatie bekend, de enige Nederlandse zender die dit specifieke nieuwsformat 24 uur per dag via zowel lineaire online radio als podcasts aanbiedt. De zender wil dat de nieuwe Mediawet niet alleen ruimte biedt voor journalistieke kwaliteitspodcasts van derden op NPO Luister, maar ook voor zelfstandige journalistieke audiostreams. Toelating zou moeten plaatsvinden op basis van transparante criteria voor journalistieke kwaliteit, betrouwbaarheid, redactionele onafhankelijkheid en technische geschiktheid. Daarbij benadrukt TalkRadio dat het niet om een automatisch recht op toelating, subsidie of publieke financiering gaat. Externe aanbieders zouden hun eigen redactionele verantwoordelijkheid behouden en niet verplicht aan een bestaande publieke omroep verbonden hoeven te zijn. De zender vindt het moeilijk uit te leggen dat NPO-programma’s wel via internationale commerciële platforms als Spotify en Apple Podcasts worden verspreid, terwijl onafhankelijke Nederlandse journalistieke aanbieders geen vergelijkbare toegang tot NPO Luister krijgen.

NVJ: journalistieke onafhankelijkheid onvoldoende beschermd

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) steunt de hervorming, maar vindt dat het wetsvoorstel onvoldoende bescherming biedt tegen bestuurlijke en politieke invloed op de journalistiek. Volgens de vereniging worden de bevoegdheden van bestuurders en toezichthouders uitgebreid, terwijl de positie van hoofdredacties en redactieraden onvoldoende wordt vastgelegd. De NVJ wil dat de wet expliciet bepaalt dat hoofdredacteuren eindverantwoordelijk zijn voor de journalistieke inhoud, mediadirecteuren voor het programmabeleid en besturen voor de organisatorische en financiële randvoorwaarden. Ook moeten redactieraden meer bevoegdheden krijgen bij benoemingen en ontslagen van hoofdredacteuren. Een ander kritiekpunt betreft de nieuwe positie van de ombudsman. Volgens het wetsvoorstel wordt deze op voordracht van de minister benoemd. De NVJ wil dat een college van hoofdredacteuren de ombudsman voordraagt, zodat de journalistieke zelfregulering onafhankelijker van de overheid wordt. Verder vreest de organisatie dat de identiteit van bestaande omroepen verloren gaat wanneer zij opgaan in grotere omroephuizen. Redacties moeten daarom hun eigen redactiestatuut en hoofdredacteur kunnen behouden, vergelijkbaar met verschillende krantentitels binnen één uitgeverij. De NVJ vraagt daarnaast aandacht voor freelancers, medewerkers van onafhankelijke producenten en de digitale vindbaarheid van publieke journalistiek.

Producenten vrezen ongelijk speelveld

Ook de Vereniging Nederlandse Content Producenten (NCP), die ruim 65 film- en televisieproducenten vertegenwoordigt, maakt zich zorgen over de hervorming. In het nieuwe bestel verdwijnt de mogelijkheid voor producenten om rechtstreeks programmavoorstellen bij de NPO in te dienen. Zij worden daardoor afhankelijk van de vier omroephuizen en de NOS, die niet alleen programma’s bestellen, maar ook zelf produceren. Volgens de NCP ontstaat hierdoor het risico dat interne productieafdelingen worden bevoordeeld ten opzichte van onafhankelijke producenten. De organisatie wijst erop dat externe producties in 2024 volgens de aangehaalde NPO-cijfers goed waren voor 67 procent van het bereik en 87 procent van de streamstarts op NPO Start, exclusief de NOS. De NCP stelt bovendien dat externe producenten onevenredig zwaar worden geraakt door bezuinigingen. Uit een eigen inventarisatie blijkt dat van 20 miljoen euro aan aangekondigde omroepbezuinigingen voor 2026 ongeveer 17 miljoen euro betrekking had op het schrappen of verlagen van externe productieopdrachten. De producentenvereniging pleit daarom voor transparante procedures bij programmaopdrachten en een tijdelijke ondergrens van ongeveer 30 procent van het relevante budget voor rechtstreekse bestedingen aan onafhankelijke producenten. Ook moeten de bestaande externe productieopdrachten van de NTR, die in 2025 ongeveer 23,2 miljoen euro vertegenwoordigden, tijdens de overgang worden beschermd. De NCP wil bovendien dat het nieuwe bestel al na twee jaar onafhankelijk wordt geëvalueerd, in plaats van na vijf jaar.

Cultuursector vreest verdere kaalslag

Vanuit de culturele sector klinkt een eensgezind geluid. Kunsten ’92, Stichting Nipkow, het Holland Festival en het Grachtenfestival vrezen dat kunst en cultuur in het nieuwe bestel onvoldoende worden beschermd. Stichting Nipkow, die de Zilveren Nipkowschijf en Zilveren Reissmicrofoon uitreikt, wijst op het verdwijnen van culturele programma’s. Namens de stichting verwijzen Renate van der Bas en Vincent Bijlo naar radiotitels als De Sandwich, Kunststof, Andermans Veren en Adres Onbekend. Ook op televisie is het culturele aanbod volgens de stichting verschraald, met het verdwijnen van programma’s als Close Up, Nu te zien!, Man en kunst en Opium op Oerol. Stichting Nipkow vreest dat de hervorming deze ontwikkeling versnelt en wil dat de nieuwe NOS een expliciete wettelijke taak krijgt voor culturele programmering.

Ook Kunsten ’92 vindt dat de verantwoordelijkheid voor cultuur onvoldoende concreet wordt vastgelegd. De organisatie vraagt om een herkenbaar, geoormerkt cultuurbudget, jaarlijkse indexatie en transparantie over de culturele uitgaven per omroephuis. Daarnaast wil Kunsten ’92 dat culturele programma’s goed zichtbaar blijven op televisie, radio en digitale platforms zoals NPO Start. De organisatie pleit ook voor verhoging van de minimale bestedingsverplichting voor onafhankelijke producties van 25 naar 30 procent, exclusief interne omroepkosten.

Het Holland Festival deelt deze zorgen. Algemeen directeur Emily Ansenk benadrukt dat de NTR een belangrijke functie vervult binnen de Nederlandse culturele infrastructuur. Ook het Grachtenfestival vraagt om wettelijke garanties voor cultuurbudgetten, expertise en uitzendruimte. Het festival wijst erop dat radio en televisie voor jonge musici belangrijke podia zijn om ervaring op te doen en een nationaal publiek te bereiken. De culturele organisaties vinden dat kwetsbare programmering niet uitsluitend afhankelijk mag worden van vrijwillige afspraken of de prioriteiten van afzonderlijke omroephuizen.

NCDR wil bescherming minderheidsgroepen

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) richt zich vooral op de gevolgen van de hervorming voor de vertegenwoordiging van minderheidsgroepen. De NCDR verwelkomt dat het wetsvoorstel expliciet aandacht besteedt aan gemeenschappen die momenteel onvoldoende zichtbaar zijn in het publieke media-aanbod. Tegelijkertijd vreest de organisatie dat de verantwoordelijkheid hiervoor onvoldoende concreet wordt vastgelegd. Wanneer vier omroephuizen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor diversiteit en representatie, bestaat volgens de NCDR het risico dat uiteindelijk niemand afzonderlijk kan worden aangesproken. De organisatie pleit daarom voor meetbare doelstellingen, periodieke rapportages en een structurele representatiemonitor. Bijzondere aandacht vraagt de NCDR voor religieuze en levensbeschouwelijke programmering en de positie van Caribisch Nederland. Ook moet worden voorkomen dat de kennis, redacties en netwerken die de NTR heeft opgebouwd rond minderheidsgroepen en culturele diversiteit verloren gaan.

Lucille Werner: televisiestudio’s moeten toegankelijk zijn

Lucille Werner, kwartiermaker Inclusieve Media bij AVROTROS, vraagt in een afzonderlijke zienswijze aandacht voor de toegankelijkheid van de publieke omroep. Werner is positief over de grotere aandacht voor ondervertegenwoordigde groepen, maar benadrukt dat representatie niet alleen gaat over wie op televisie verschijnt. Ook de productielocaties moeten toegankelijk zijn. Volgens haar kunnen mensen met een lichamelijke beperking nog regelmatig niet deelnemen aan programma’s doordat studio’s en andere faciliteiten onvoldoende toegankelijk zijn. Daarnaast pleit zij voor strengere eisen aan ondertiteling, audiodescriptie en tolken Nederlandse Gebarentaal. Voor deze toegankelijkheidsdiensten moeten concrete en afdwingbare doelstellingen worden vastgesteld.

Facilitaire bedrijven willen eerlijkere aanbestedingen

De Audiovisuele Federatie Nederland (AFN) richt haar kritiek vooral op de manier waarop publieke omroepen opdrachten verstrekken. De brancheorganisatie vertegenwoordigt facilitaire bedrijven die onder meer apparatuur, technische faciliteiten, personeel en postproductiediensten leveren. De AFN schat de economische omvang van haar deel van de audiovisuele waardeketen op ongeveer 400 miljoen euro. Volgens de AFN verlopen aanbestedingen niet altijd transparant. Selectiecriteria zouden tijdens procedures veranderen en bedrijven krijgen onvoldoende inzicht in het uitbestedingsbeleid. De organisatie wil daarom uniforme aanbestedingsregels, transparante beoordelingscriteria en een onafhankelijke klachtenprocedure. Ook vraagt de AFN aandacht voor de gevolgen van internationale concurrentie. Volgens de brancheorganisatie worden Nederlandse producties steeds vaker in het buitenland gerealiseerd vanwege gunstigere fiscale regelingen. De AFN wil dat bij de investeringsverplichting voor streamingdiensten niet alleen wordt gekeken naar de culturele waarde van producties, maar ook naar de economische opbrengsten voor Nederlandse producenten, technische bedrijven en medewerkers.

WPP Media wil Ster-reclame uitbreiden naar streaming

Vanuit de advertentiemarkt klinkt een ander geluid. WPP Media Nederland pleit voor behoud van voldoende reclamemogelijkheden bij de publieke omroep en uitbreiding daarvan naar streaming. Volgens het mediabureau moeten adverteerders consumenten kunnen bereiken op de platforms waar zij daadwerkelijk kijken en luisteren. Nu mediaconsumptie steeds verder verschuift naar digitale diensten, moeten ook de mogelijkheden om reclame in te kopen daarin meegroeien. WPP Media waarschuwt dat een verdere beperking van Ster-reclame de publieke omroep afhankelijker maakt van overheidsfinanciering. Het bureau pleit daarom voor reclamemogelijkheden binnen de streamingomgeving van de publieke omroep, bijvoorbeeld bij NPO Start. Wanneer advertenties voornamelijk rond lineaire televisie- en radio-uitzendingen worden aangeboden, ontstaa

Gemeente Hilversum wil wettelijke verplichtingen voor techreuzen

Ook de gemeente Hilversum heeft zich uitgesproken over het wetsvoorstel. Het gemeentebestuur van de Mediastad steunt de hervorming, maar vindt dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de groeiende invloed van internationale technologiebedrijven. Platforms en fabrikanten als Google, Meta, Samsung en LG bepalen volgens de gemeente in toenemende mate welke mediacontent zichtbaar en vindbaar is. Hilversum vindt dat vrijwillige afspraken onvoldoende bescherming bieden en wil daarom afdwingbare wettelijke verplichtingen die de zichtbaarheid van betrouwbare Nederlandse media waarborgen. De gemeente benadrukt daarnaast het economische belang van de audiovisuele sector. Volgens de economische visie van Hilversum vertegenwoordigt de media- en technologiesector ongeveer 27 procent van de lokale werkgelegenheid, goed voor circa 14.000 banen in 2024. De publieke omroep is volgens het gemeentebestuur niet alleen een aanbieder van programma’s, maar ook een belangrijke opdrachtgever, opleider van talent en aanjager van innovatie.

Hilversum ziet bovendien mogelijkheden om samenwerking tussen NPO, RTL en Talpa beter te faciliteren. Vooral op terreinen waar bedrijven niet rechtstreeks met elkaar concurreren, zoals technologische infrastructuur en innovatie, kunnen gezamenlijke initiatieven helpen om sterker te staan tegenover internationale platforms. Ook vraagt de gemeente aandacht voor een evenwichtig reclamemodel. Volgens de aangehaalde cijfers was digitaal in 2025 goed voor 76 procent van de Nederlandse netto advertentie-uitgaven. Ongeveer 81 procent van de digitale advertentie-inkomsten ging daarbij naar internationale platformbedrijven. Spreekbuis.nl berichtte eerder over de oproep van Hilversum om techbedrijven wettelijk te verplichten publieke media vindbaar te houden.

Distributie wordt een steeds belangrijker discussiepunt

Opvallend is dat de reacties van NLconnect en TalkRadio vanuit verschillende invalshoeken dezelfde fundamentele vraag stellen: welke verantwoordelijkheid heeft de publieke omroep voor de toegankelijkheid en verspreiding van media-aanbod buiten de eigen organisatie? NLconnect wil dat de NPO verplicht wordt haar programma’s onder eerlijke voorwaarden beschikbaar te stellen aan externe distributeurs, terwijl televisieaanbieders minder wettelijke doorgifteverplichtingen krijgen. TalkRadio vraagt juist dat onafhankelijke journalistieke aanbieders onder duidelijke voorwaarden toegang kunnen krijgen tot publieke digitale audioplatforms.

Hervorming gaat over meer dan vier omroephuizen

De uiteenlopende consultatiereacties maken duidelijk dat de belangen rond de hervorming sterk verschillen. De NVJ vraagt om sterkere journalistieke onafhankelijkheid, producenten en facilitaire bedrijven willen een eerlijker speelveld en de cultuursector verlangt garanties voor kwetsbare programma’s, expertise en financiering. Maatschappelijke organisaties leggen de nadruk op representatie en toegankelijkheid. WPP Media wil meer ruimte voor digitale reclame, terwijl de gemeente Hilversum aandacht vraagt voor de economische betekenis van de mediasector en de groeiende invloed van internationale technologiebedrijven. NLconnect en TalkRadio voegen daar een discussie over de publieke distributie-infrastructuur aan toe.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -