
Natuurlijk was het niet verstandig van premier Jetten om te zeggen dat organisaties die minderheden aanvallen “vol op hun bek” geslagen zouden moeten worden. Hij noemde het een dag later “een slip of the tongue”. Volgens het woordenboek Van Dale is dat een verspreking.
Verstandig dat hij een dag later zijn uitspraak nuanceerde. Jetten beloofde voortaan beter op zijn woorden te letten. En dat lijkt me verstandig, al heb ikzelf ook weleens een slip of the tongue. Wie niet? Maar ik ben geen premier. Jetten begrijpt als geen ander dat ‘oog om oog, tand om tand’ niet werkt. Het zet mensen alleen maar verder tegen elkaar op en leidt uiteindelijk daadwerkelijk tot fysieke aanvallen over en weer. Daarnaast doet dat de zaak van minderheden geen goed.
Anderzijds moet je het ongebreidelde discrimineren van minderheden niet met de mantel der liefde bedekken. Want dan begeven we ons op een hellend vlak en menen de intolerante mensen dat ze steeds gemakkelijker hun gang kunnen gaan met hun uitlatingen over iedereen die ze niet in hun straatje vinden passen. We moeten ons juist ferm blijven verzetten tegen mensen en hun organisaties die anderen kleineren en in het nauw brengen om wie ze zijn. Maar het wapen daartoe moet het woord zijn, niet de vuist.
