
Ooit kon één televisieoptreden een politieke carrière maken of breken. In 2017 zei toenmalig AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis zelfs tegen Mark Rutte dat zijn krant ook Geert Wilders premier kon maken. Zo’n uitspraak klinkt inmiddels bijna uit een ander mediatijdperk. Niet omdat media hun invloed op verkiezingen kwijt zijn, maar omdat die macht zich heeft verspreid over televisie, nieuwsmerken, YouTube, TikTok, podcasts, influencers en de algoritmes daarachter.
Het is een van de opvallendste uitspraken van een Nederlandse hoofdredacteur over politieke invloed. Hans Nijenhuis, destijds hoofdredacteur van het AD, vertelde in 2017 in het NTR-programma What the Hague dat hij zich had geërgerd aan Mark Rutte omdat de VVD-leider opnieuw een interview aan De Telegraaf had gegeven. Nijenhuis liet Rutte daarop weten dat het AD ook Geert Wilders premier kon maken. Rutte noemde die opmerking later bizar en wees erop dat uiteindelijk de kiezer bepaalt wie het land bestuurt.
Nijenhuis zei het volgens eigen zeggen in een opwelling, maar de uitspraak raakt wel aan een idee dat lange tijd breed leefde in politiek Den Haag: grote media konden een politicus maken, beschadigen of in ieder geval sterk beïnvloeden. Kranten bepaalden wie op de voorpagina kwam, talkshows wie aan tafel mocht zitten en televisieredacties welke lijsttrekkers toegang kregen tot de belangrijkste debatten. Die macht bestaat nog steeds, maar is veel minder geconcentreerd dan twintig jaar geleden.
Dit is een Premium-artikel
Word Vriend van Spreekbuis.nl en lees dit artikel gratis.
