Blog Guido van Nispen: Van Charles Bronson naar Citizen Vigilante: de evolutie van de burgerwreker

Nog voordat Citizen Vigilante in première ging, was de discussie al losgebarsten. De nieuwste film van regisseur Uwe Boll wordt door critici omschreven als provocerend, politiek geladen en een spiegel van de verhitte maatschappelijke discussies over migratie, veiligheid en falende overheden. Voorstanders zien een film die vragen durft te stellen over de grenzen van de rechtsstaat. Tegenstanders vrezen juist dat de film eigenrichting romantiseert. Daarmee is Citizen Vigilante veel meer geworden dan een actiefilm. 

De discussie gaat nauwelijks nog over de cinematografie, maar over de samenleving waarin de film verschijnt. Toch is de interessantste vraag misschien niet of deze film wel of niet te ver gaat. Interessanter is dat de burgerwreker al ruim vijftig jaar een vaste plaats inneemt in de westerse filmgeschiedenis. Iedere generatie krijgt zijn eigen vigilante. Steeds opnieuw verschijnt een hoofdpersoon die besluit zelf in te grijpen wanneer hij of zij vindt dat instituties tekortschieten. Alleen veranderen de aanleiding, de middelen en de maatschappelijke betekenis voortdurend. In de jaren zeventig tot negentig werd de moderne vigilante vrijwel synoniem met wraak. Charles Bronson gaf het genre zijn gezicht in Death Wish: een gewone burger die na de moord op zijn vrouw en de mishandeling van zijn dochter besluit criminelen zelf te bestrijden. In dezelfde periode liet Taxi Driver zien hoe de grens tussen gerechtigheid en obsessie kan vervagen, terwijl Dirty Harry de frustratie verbeeldde van een politieagent die zich belemmerd voelt door het rechtssysteem.

De centrale vraag was telkens dezelfde: wat gebeurt er wanneer de overheid de burger niet langer kan beschermen? In de jaren negentig en daarna werd de vigilante steeds professioneler. Films als Taken, The Equalizer en John Wick verruilden de gewone burger voor de voormalige geheim agent of militair die beschikt over uitzonderlijke vaardigheden. De morele discussie maakte deels plaats voor bewondering voor vakmanschap. Niet de legitimiteit van het handelen stond centraal, maar de effectiviteit ervan. Tegelijkertijd ontstond een heel andere variant van de burgerwreker. In The Brave One speelt Jodie Foster een radiopresentator die na een brute aanval zelf de straat op gaat om geweld met geweld te beantwoorden. De film is minder geïnteresseerd in spectaculaire actie dan in de psychologische prijs van eigenrichting. De vraag is niet alleen of zij gelijk heeft, maar vooral wat haar beslissing met haarzelf doet. Daarmee vormt de film een brug tussen de klassieke wraakfilm en de meer introspectieve vigilante van deze eeuw. Die ontwikkeling zette zich verder door. In films als Erin Brockovich, Spotlight en Dark Waters verschuift de strijd zelfs volledig van de straat naar de informatie. De burger bestrijdt onrecht niet langer met een pistool, maar met dossiers, onderzoek en vasthoudendheid. De vijand is niet één crimineel, maar een systeem dat niet meer corrigerend lijkt te functioneren. Citizen Vigilante voegt daar een nieuwe laag aan toe. De hoofdpersoon is opnieuw een gewone burger, maar zijn legitimiteit ontstaat niet alleen door zijn daden. Ook sociale media, publieke steun en digitale zichtbaarheid bepalen zijn positie. Daarmee verschuift de vigilante opnieuw. Niet alleen geweld, maar ook informatie en publieke opinie worden onderdeel van zijn macht. Dat beeld wordt nog versterkt door de manier waarop de film zijn publiek bereikte. Elon Musk stelde Citizen Vigilante gedurende 48 uur gratis beschikbaar op X en behaalde binnen 24 uur miljoenen videoviews op X. Hierdoor werd de distributie zelf onderdeel ook van het publieke debat.

De traditionele keten van filmstudio’s, distributeurs en bioscopen werd voor een belangrijk deel omzeild. Daarmee weerspiegelde niet alleen de inhoud van de film een groeiend wantrouwen tegenover gevestigde instituties, maar ook de wijze waarop zij werd verspreid. Het laat zien hoe digitale platforms burgers steeds vaker rechtstreeks toegang geven tot informatie, cultuur en publieke discussie, zonder de klassieke institutionele poortwachters. Misschien zegt juist die ontwikkeling iets over onze tijd. Iedere generatie creëert immers de ‘burgerwreker’ die past bij haar grootste onzekerheden. Waar de jaren zeventig draaiden om straatcriminaliteit en de jaren negentig om professionele daadkracht, lijken de jaren twintig van deze eeuw voor de wreker vooral te worden gekenmerkt door afnemend vertrouwen in instituties en een groeiend geloof dat burgers zelf verantwoordelijkheid moeten nemen. De burgerwreker Citizen Vigilante is daarmee veel meer dan een filmfiguur. Hij is samen met zijn distributie op X een culturele graadmeter.