
Er is een vraag die vrijwel elke groeiende ondernemer vroeg of laat stelt: “moet ik niet eens een bv beginnen?” Meestal komt die vraag na een goed jaar, of nadat iemand op een verjaardag stellig beweerde dat je “boven de ton echt gek bent als je geen bv hebt”. Klinkt logisch. Maar zo simpel is het niet.
De overstap naar een bv is namelijk geen belastingtruc die vanaf een magisch bedrag opeens geld oplevert. Het is een afweging tussen drie dingen die met elkaar samenhangen: hoeveel winst je structureel maakt, hoeveel daarvan je privé nodig hebt, en hoe zwaar aansprakelijkheid en toekomstplannen voor je wegen. Er bestaat een grove vuistregel voor het omslagpunt, en die geven we je hieronder eerlijk mee. Maar de enige manier om te wéten of het voor jóu loont, is je eigen cijfers invullen. Daarover later meer.
Hoe belasting en aansprakelijkheid werken bij allebei
Om de keuze te snappen, moet je eerst zien dat een eenmanszaak en een bv fiscaal op een totaal andere manier in elkaar zitten.
Bij een eenmanszaak ben jij juridisch de onderneming. Dat betekent twee dingen. Fiscaal valt je hele winst in box 1, waar je in 2026 inkomstenbelasting betaalt in drie schijven, oplopend tot 49,50% over de hoogste inkomens. Daar staat een mooi voordeel tegenover: je mag ondernemersaftrekken gebruiken, zoals de zelfstandigenaftrek (in 2026 nog €1.200) en de MKB-winstvrijstelling van 12,7%. Juridisch is er een keerzijde: je bent privé aansprakelijk. Gaat er iets goed mis, dan kunnen schuldeisers in principe bij je privévermogen.
Bij een bv is de onderneming een aparte rechtspersoon. Die betaalt eerst zelf vennootschapsbelasting over de winst: 19% tot €200.000 en 25,8% over het meerdere. Vervolgens moet jij als directeur-grootaandeelhouder (DGA) jezelf een salaris uitkeren, het zogeheten gebruikelijk loon, dat in 2026 minimaal €58.000 bruto bedraagt. Over dat salaris betaal je gewoon box 1-belasting. En haal je daarna nog winst naar privé via dividend, dan komt daar box 2-belasting overheen: 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. In ruil daarvoor krijg je beperkte aansprakelijkheid: je privévermogen is in beginsel afgeschermd.
Het venijn zit in die gestapelde lagen. In een eenmanszaak betaal je één keer belasting, direct. In een bv betaal je in stappen: eerst vpb, dan loon- en dividendbelasting. Dat klinkt duurder, maar het aardige is dat het gecombineerde bv-tarief op uitgekeerde winst (grofweg 38,85% in de laagste schijven) lager ligt dan het toptarief van 49,50% in box 1. En zolang je winst in de bv laat zitten, stel je die tweede belastinglaag uit.
Vanaf welk winstniveau wordt een bv interessant?
Nu de vraag waar iedereen op wacht. Het eerlijke antwoord: er is geen harde grens. Maar er is wel een herkenbare bandbreedte.
In de praktijk noemen fiscalisten voor 2026 een omslagpunt dat ergens tussen de €90.000 en €120.000 structurele jaarwinst ligt. Sommige adviseurs leggen de ondergrens al rond €80.000 tot €90.000, anderen pas boven de €110.000. Dat verschil is geen slordigheid, het komt doordat het omslagpunt sterk afhangt van jouw situatie. Twee knoppen bepalen bijna alles: hoe hoog je verplichte DGA-salaris uitvalt, en hoeveel van je winst je daadwerkelijk privé nodig hebt.
Wat wel vaststaat, is dat dat omslagpunt de afgelopen jaren is gedaald. De zelfstandigenaftrek is sinds 2022 stevig afgebouwd (van ruim €6.000 naar €1.200 in 2026), en dat holt juist bij hogere winsten het voordeel van de eenmanszaak uit. Een euro extra winst in de eenmanszaak wordt op een gegeven moment tegen 49,50% belast, terwijl je in een bv meer regie houdt over wanneer en hoe je die winst belast. Daarom schuift de balans bij stijgende winst richting de bv.
Belastingdruk in de praktijk: twee scenario’s
Of een bv echt goedkoper uitpakt, hangt minder af van je winst dan de meeste mensen denken, en veel meer van wat je met die winst doet. Twee scenario’s maken dat concreet.
In scenario A maak je een nette maar niet extreme winst, en je hebt dat geld grotendeels privé nodig om van te leven. Dan haal je in een bv vrijwel alles er meteen weer uit via salaris en dividend, en betaal je die tweede belastinglaag dus vol. In dat geval wegen de ondernemersaftrekken van de eenmanszaak vaak zwaarder dan het bv-voordeel, en ben je met een eenmanszaak simpelweg beter (en goedkoper) uit.
In scenario B maak je structureel een hoge winst, maar je hebt privé minder nodig dan je verdient. Nu wordt de bv interessant: je keert jezelf je gebruikelijk loon uit, en de rest laat je in de bv zitten tegen het lagere vpb-tarief. Dat geld kun je gebruiken om te investeren, een buffer op te bouwen of pensioen te regelen, en je stelt de box 2-heffing uit tot een moment dat jou uitkomt. Precies daar zit de kracht van de bv.
| Situatie | Eenmanszaak meestal logischer | Bv wordt interessant |
| Winstniveau | Tot grofweg €80.000 tot €90.000 | Vanaf ongeveer €90.000 tot €120.000+ |
| Heb je bijna alle winst privé nodig? | Ja, dan vaak beter uit met een eenmanszaak | Nee, dan kun je in de bv reserveren |
| Zijn de ondernemersaftrekken belangrijk voor je? | Ja, dat voordeel zit in de eenmanszaak | Minder relevant in de bv |
| Weegt aansprakelijkheid of groei zwaar? | Minder groot | Groot: de bv beschermt en biedt ruimte |
Niet alleen belasting: risico, kosten en toekomst
Wie de keuze puur op een paar duizend euro belastingverschil baseert, mist de helft van het verhaal. Er spelen minstens drie andere dingen mee.
Ten eerste aansprakelijkheid. Werk je met personeel, grote contracten of flinke investeringen, dan kan een claim je bij een eenmanszaak recht in je privévermogen raken. Een bv schermt dat in beginsel af. Voor veel ondernemers met risico is dat op zichzelf al reden genoeg, los van de fiscale som.
Ten tweede kosten en administratie. Een bv is niet gratis. Reken op een notariële oprichting en daarna jaarlijks al gauw zo’n €1.500 tot €3.000 extra aan jaarrekening, loonadministratie en advies. Bij een bescheiden winst eet dat je fiscale voordeel zo op. Een eenmanszaak is een stuk eenvoudiger en goedkoper te runnen.
Ten derde je toekomstplannen. Wil je ooit investeerders aantrekken, aandelen uitgeven of je bedrijf verkopen? Dan is een bv veel geschikter, mede door structuren als een holding. Run je vooral een persoonlijke praktijk zonder ambitie om te groeien of te verkopen, dan is een eenmanszaak vaak prima. En houd er rekening mee dat de overstap zelf ook fiscale haken heeft, zoals afrekenen over stakingswinst of een oude oudedagsreserve. Vaak is een geruisloze omzetting mogelijk, maar dat vraagt om goed advies vooraf.
Zo vind je jouw persoonlijke omslagpunt
Je merkt het inmiddels: elke keer dat er een vuistregel voorbijkomt, staat er meteen achter “maar het hangt van je situatie af”. Dat is niet om eromheen te draaien, het is de kern van de zaak. Of jouw omslagpunt nu bij €85.000 of bij €130.000 ligt, wordt bepaald door je precieze winst, je gewenste privé-opname, je aftrekposten en je plannen met de winst die overblijft.
Daarom kun je dit het beste gewoon uitrekenen met je eigen cijfers. In onze rekensheet eenmanszaak of bv vul je je verwachte jaarwinst, je gewenste privé-inkomen en je reserveringen in, en zie je direct wat je totale belastingdruk en je netto inkomen zijn in beide structuren. Zo verandert een algemene vuistregel in een antwoord dat écht over jouw onderneming gaat.
Tot slot
Eenmanszaak of bv is dus geen kwestie van een grens overschrijden en klaar. Bij lagere winst, of als je alles privé nodig hebt, is de eenmanszaak meestal eenvoudiger en voordeliger. Bij structureel hoge winst die je deels kunt laten staan, of als aansprakelijkheid en groei zwaar wegen, komt de bv in beeld. De vuistregel geeft je een richting. Je eigen berekening geeft je het antwoord.
Twijfel je waar jij staat? Neem contact met ons op, via onze website financiallifeplan.nl
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
