
De samenwerking tussen NPO en Disney+ rond Wolven leverde, naast (internationale) media-aandacht, ook direct discussie op. Een publieke omroep die gaat samenwerken met een van de grootste internationale streamingbedrijven ter wereld in een tijd waarin de Nederlandse media juist zou moeten samenwerken om een antwoord te bieden op de macht van buitenlandse platforms.
Ik werd dit weekend door Joop Daalmeijer gewezen op het rapport Zicht op zo veel meer van de Raad voor Cultuur uit 2018. Opvallend genoeg leest het rapport vandaag bijna alsof het gisteren is geschreven. Daalmeijer stond tot 2016 als voorzitter aan het roer van de Raad voor Cultuur en kende Hilversum als weinig anderen. In die tijd zat de Raad nog veel dichter op het mediabeleid. Tegenwoordig opereert de Raad meer op afstand en kijkt vooral naar het bredere medialandschap. Opvallendste is dat vrijwel alles waarvoor in 2018 in het rapport werd gewaarschuwd, is gebeurd.
Netflix, YouTube, TikTok; alle internationale big tech streamers en social mediaplatforms werden afgelopen jaren groter en de macht van algoritmes nam toe. De strijd om de kijktijd verplaatste zich steeds meer naar internationale platforms. En ondertussen is bij de NPO ‘samenwerken’ een centrale term geworden, maar of al deze samenwerkingen een strategie met echte visie is, lijkt twijfelachtig. Het lijkt meer op losse samenwerkingsflodders in diverse samenwerkingsvormen en verbanden. De internationale bedrijven die momenteel de mediawereld domineren, zijn overigens niet groot geworden door samenwerking. Ze zijn groot geworden omdat ze betere producten maakten. De gemiddelde kijker kiest niet voor een app omdat de governance goed geregeld is. Hij kiest de app die prettig werkt en dat is wellicht wel het grote pijnpunt. De NPO heeft geweldige programma’s, maar hoeveel mensen noemen NPO Start spontaan als hun favoriete streamingdienst? Het is dus niet direct een inhoudelijk probleem, maar vooral een productprobleem. Netflix, Youtube, TikTok en Spotify zijn groot geworden omdat ze betere producten bouwden, snellere apps, betere aanbevelingen, hoogstaand gebruiksgemak en meer gevoel voor gedrag van gebruikers ipv lange vergaderingen bij de publieke omroep over rechten, structuren, logogroottes van omroepen en filterbubbels.
Ooit liep de publieke omroep technisch voorop. Uitzending Gemist was zijn tijd ver vooruit. Jaren voordat veel Europese omroepen überhaupt serieus met online video bezig waren, kon Nederland al programma’s terugkijken. In de tijd dat Hagoort en Rijxman de NPO leidden werd er juist daarop bezuinigd, waardoor de voorsprong als sneeuw voor de zon verdween. Lange tijd moest alles in de NPO app eerst op tv zijn geweest. Al daar geen plaats was, werd soms maar op Youtube gezet en kwam het niet eens in de NPO Start app. De populaire prijswinnende online serie #BOOS van Tim Hofman was de eerste tien seizoenen alleen op Youtube te zien.
Een deal met Disney+ hoeft niet direct slecht te zijn, aangezien dit platform dus wel jongeren weet te bereiken. De NPO-deal met Disney+ legt echter vooral bloot, dat er niet wordt samengewerkt vanuit kracht, maar vanuit noodzaak. De publieke omroep, met alle content, middelen, makers en maatschappelijke betekenis die zij heeft zou er digitaal veel beter voor moeten staan dan vandaag het geval is, want uiteindelijk wint niet de organisatie met de meeste losse samenwerkingsverbanden, maar waar het publiek vanzelf naartoe gaat. Dit is nu niet het geval bij zowel NPO Start als NPO Luister. Het probleem ligt daarom niet bij Netflix of Disney+, maar bij de strategie van NPO zelf. Samenwerken is noodzakelijk, maar alleen zinvol als het meer is dan een reeks losse projecten: het vraagt om een duidelijke langetermijnvisie.
