
De bips wel of niet gezien. Wel of niet aangeraakt. Wel of niet besproken. Wie de afgelopen jaren de publieke omroep heeft gevolgd, zou bijna denken dat het Nederlandse omroepbestel zich ergens bevindt tussen bestuurskamer, biechtstoel en middelmatige sleutelroman. Niet omdat de incidenten triviaal zijn, maar juist omdat de symboliek ervan zo hardnekkig terugkeert.
De ‘bips’ is in dat opzicht bijna een bestuurlijke metafoor geworden. Niet het lichaamsdeel zelf, maar alles wat eromheen hangt: suggestie, beschuldiging, ontkenning, morele opwinding en vervolgens een zorgvuldig georganiseerd mistgordijn waarin onduidelijk blijft wat feit, framing of machtspolitiek is.
Arnold Karskens beschrijft in zijn sleutelroman Lekker Kontjeeen omroepwereld waarin de hoofdpersoon, voorzitter Willem Koning van Omroep Onbehoorlijk Nederland, op non-actief wordt gezet na klachten over grensoverschrijdend gedrag. De aanleiding: een opmerking richting een medewerkster over de ‘bips’. Zijn verhaal is verpakt als fictie, maar nauwelijks verhuld als afrekening met een bestuurlijke werkelijkheid waarin beschuldigingen, loyaliteiten en politieke posities door elkaar lopen. Dat maakt het boek wellicht wat minder interessant als literatuur maar des te meer als symptoombeschrijving.
Mark Koster schetst in Studio Ego een andere scène. Geen bestuurskamer, maar een dansvloer tijdens een benefiet voor aidsbestrijding. Daar zou voormalig NPO-bestuurder Frederieke Leeflang hem hebben verweten zijn handen op haar achterwerk te hebben gelegd. Ook hier: ontkenning, tegenspraak, geen publiek bewijs. Het patroon is bekend. In de publieke arena worden dit geen feiten, maar verhalen die zich hechten aan reputaties.
Dat is precies waar het ongemak begint. Want twee parallelle werkelijkheden zijn tegelijk mogelijk. Het kan zijn dat aantijgingen onterecht zijn. Het kan ook zijn dat gedrag zich afspeelt in grijze zones waar bewijs zelden eenduidig is en hiërarchie vaak zwaarder weegt dan herinnering. De publieke omroep lijkt zich al jaren te bewegen in die ambiguïteit: veel gerucht, veel positionering, zelden volledige transparantie.
Daarmee verschilt dit scherp van het rapport van Van Rijn. Daar werd niet ingezoomd op een dansvloer of een enkele opmerking, maar op een patroon van breed grensoverschrijdend gedrag binnen de publieke omroep. Intimidatie, angstcultuur, machtsmisbruik, sociale uitsluiting. Juist de kracht van dat rapport zat niet in namen, maar in structuur. Niet één dader, niet één incident, maar een cultuur waarin gedrag jarenlang kon voortbestaan zonder effectieve correctie. Het was wel een gemis dat er geen namen werden genoemd, daardoor bleef veel ‘theoretisch’.
De recente uitgaves van onder andere ‘Lekker kontje’, ‘Studo Ego’ en ‘Je mist meer dan je ziet’ van Dieuwke Wynia kleuren het anonieme rapport van Van Rijn in en geef een grafisch beeld van de cultuur binnen de publieke omroep.
En cultuur is binnen de NPO een ongemakkelijke variabele, omdat het bestel zichzelf graag presenteert als publiek geweten. Journalisten die macht controleren, redacties die transparantie eisen, bestuurders die de democratische informatievoorziening bewaken. Maar instituties die dagelijks anderen bevragen, zijn niet vanzelfsprekend goed in zelfonderzoek. Soms eerder het tegendeel.
Uit eigen ervaring weten velen, zoals ik, binnen en rond Hilversum dat grensoverschrijding daar lang niet altijd over lichamelijke nabijheid gaat. Veel vaker gaat het over posities die niet worden losgelaten, bestuurstermijnen die elastisch lijken te worden geïnterpreteerd, de spanning tussen oude netwerken en nieuwe aanwas, tussen vaste structuren en ingehuurde loyaliteiten. En boven alles: een carrousel waarin bestuur, toezicht en semi-publieke functies elkaar soms opvallend soepel blijven vinden, terwijl de WNT als moreel plafond eerder op een infuus dan op een rem begint te lijken.
Dat maakt de komende evaluatie van de NPO relevanter dan de gebruikelijke bestuurlijke rituelen in Den Haag. De vraag is niet alleen of de governance klopt op papier, of welke structuur efficiënter is ingericht. Het wezenlijkere vraagstuk is of een cultuur van interne machtspolitiek en informele bescherming zich überhaupt laat hervormen door nog een schema, nog een toezichtslijn of nog een herinrichting.
Peter Drucker vatte het ooit kernachtig samen: “culture eats strategy for breakfast.” Hilversum heeft die les vermoedelijk al jaren gezien, gehoord en besproken. Alleen niet altijd op de plekken waar het ertoe deed. Het is aan de minister om te zorgen dat dat verandert. Wellicht kan Rianne Letschertnaast de ambtelijke rapporten van dure commissies ook eens de boeken van de insiders lezen. Of met hen praten. Zonder twijfel zal zij dan de woorden van Drucker serieus nemen.
