
Elk jaar als het lente wordt kruipt hij even in mijn hoofd: Theo Koomen.
Aan jonge(re) mensen moet ik tegenwoordig steeds vaker uitleggen wie hij was: motor van Radio Tour de France, magneet van Langs de Lijjn, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw tot aan zijn plotse dood op 4 april 1984. Geen naoorlogse verslaggever was populairder en bekender dan hij. Hij wist het en speelde met die status op de radio.
Op zaterdagavond 31 maart 1984 liep ik in Eindhoven naast hem op weg naar het Philips-stadion. Met deze ‘held’ uit mijn jeugd mocht ik verslag doen van PSV-Feyenoord. De jonge verslaggever droeg de zware geluidsapparatuur. Dat was een logische taakverdeling. Als arrivé had Theo genoeg aan zichzelf. Minzaam glimlachend en met opgestoken hand beantwoordde hij de vele kreten van toeschouwers die hem herkenden. “Theóóó, Theóóótje…” Hij genoot ervan.
Na afloop van de wedstrijd haastte hij zich naar een hotel in de buurt. Routinematig namen we afscheid. “Tot ziens. Tot een volgende keer.”
En weg was hij. Zondag werd hij alweer verwacht op de motor in de Ronde van Vlaanderen. Het werd de tweede zegetocht van dat weekeinde.
Zijn maag zat door het gehos over de kasseien in zijn keel, zijn stemgeluid vervormde af en toe, maar zijn emoties en enthousiasme kenden opnieuw geen grenzen. Op drie kilometer voor de finish ontsnapte onze landgenoot Johan Lammerts uit de kopgroep. “Hij demarreert! Hij demarreert! Jongens, jongens. Toe maar Johan! Je kan het! Niet omkijken. Niet doen! De meesterknecht uit de ploeg Post. Ja hoor, hij doet het. 23 Jaar is hij pas. En hij zet Sean Kelly te kijk. De favoriet uit de kopgroep. Mensen, mensen, wat een feest! Johan Lammerts wint de Ronde!¨
Woensdagmiddag 4 april begroette hij in Hotel Spaander aan de dijk in Volendam Leo Beenhakker. Don Leo werd gepresenteerd als nieuwe trainer van de club. Theo interviewde hem voor Langs de Lijn van die avond. Tijd voor een nazit had hij niet. Hij moest spoorslags door naar Enschede voor de wedstrijd Twente-MVV. Aan radio collega Piet Teeling vroeg hij om het bandje met het interview af te leveren op de redactie in Hilversum. Piet ging toch die kant op.
Twente-MVV was op dat moment een doorsnee competitiewedstrijd, nota bene in de eerste divisie, maar zoals altijd maakte Theo er méér van. Tot en met de huiveringwekkende laatste woorden die van hem live op de radio zouden klinken hield hij zijn luisteraars vast.
“En daar is het einde aangekondigd. Nee, geen einde. Een vrije schop op de rand van het strafschopgebied. Jongens, ze zeggen wel eens Hitchcock had het niet beter kunnen bedenken, nou echt het had niet gekund. Ik maak hier een film mee zonder weerga(….).
45 Minuten en veertig seconden, 45 seconden gespeeld. Scheidsrechter Mulder kijkt bedenkelijk op z’n horloge(….) Birkedal, nee hoor. Hij stuit af en dit was het fluitsignaal. Het eindsignaal!”
Het was een lange en vermoeiende dag geweest. Op de parkeerplaats van het stadion in Enschede was het nog even zoeken naar de autosleutels. Verdorie, waar had hij die gelaten? Theo was onhandig met spullen.
Die nacht werd ik wakker gebeld door een redacteur van onze actualiteitenrubriek Hier en Nu. “Theo Koomen is dood. Vannacht. Omgekomen bij een auto-ongeluk. Wil je deze kant opkomen?”
Theo was bijna thuis. Nog één kruising over op de provinciale weg en hij was thuis, in Schermerhorn. In de donkere nacht zag hij de tegenligger die van rechts kwam over het hoofd.
Zijn dood schokte het hele land. Alle kranten schreven pagina’s vol over de betekenis van Theo voor de sport. Zijn dood was groot nieuws voor het televisiejournaal. Op donderdagavond 5 april 1984 maakte ik samen met collega’s het misschien wel indringendste sportprogramma uit mijn loopbaan. Het was geheel gewijd aan Theo. Er vloeiden tranen.
Een tijdje terug heb ik die uitzending nog eens beluisterd samen met een programma waarin ik Theo ruim twee uur live mocht spreken over zijn leven en werk. Gecombineerd met mijn eigen ervaringen met hem op de tribune en tijdens Olympische Spelen ontstaat een beeld van de populairste naoorlogse radioverslaggever. Een beeld waar Theo zelf ruimhartig aan geboetseerd heeft.
Een introverte, licht verlegen man met een ingewikkeld privéleven die pas met een microfoon in de hand tot volle bloei kwam. Toen dat besef tot hem doordrong maakte hij van de kunst die hij beoefende op afroep een kunstje. Zijn luisteraars vonden het allemaal best. Bij meer journalistiek ingestelde collega’s viel het in minder goede aarde. Aangezet of gefingeerd enthousiasme doet geen recht aan de werkelijkheid, vonden zij. Zeker als de feiten daaraan ondergeschikt worden gemaakt.
Het is waar. Theo kon overdrijven in de overtreffendste trap van de overtreffende trap.
Vannacht, zo opende ik de uitzending van NCRV Donderdag Sport, kwam een einde aan het leven van Theo Koomen. Zijn publiek en zijn collega’s in Hilversum heeft hij verbijsterd en bedroefd achtergelaten. Het onwerkelijke is werkelijkheid geworden. De verhalen over moeder Grietje, over zijn mislukte roeping om pater te worden, over het sanatorium, ze zullen niet meer klinken. Voorbij is de zondagse preek voor de collega’s in de Tour de France, uitgesproken vanaf de motor.
“Daar is Peter Winnen. Ai, Johan van der Velde is er weer bij. Twee Nederlanders op kop. Het is te gek!” Of, bij een interland van Oranje: “Ik heb het u voorspeld. De scheidsrechter zou er tijd bij trekken. Maar de Nederlanders blijven rustig. Het is toch fantastisch wat die jongens doen. Het is geweldig. Peter Boeve, toe maar, toe maar, toe maar. Ik heb bijna geen stem meer over. Jaaa, jaaa. Nederland heeft kans om de eindronde van het Europees kampioenschap te bereiken!”
In zijn jonge jaren lag hij geregeld in een sanatorium waar hij behandeld werd voor tbc. Ik vroeg mij af of en in hoeverre die ziekte zijn latere gang door het leven beïnvloed heeft. In NCRV-Globaal legde ik hem in 1983 die vraag voor. Zijn antwoord: “Het is voor mij, en dat klinkt theatraal, maar het is echt waar, het is voor mij elke dag weer een belevenis om de zon te zien opkomen(…) Ik ben gewoon erg blij als ik naar een voetbalwedstrijd kan. Dan ben ik al opgewonden, uren van tevoren(…)
Dus ik ben eigenlijk een kind gebleven, mede door die ervaringen in dat sanatorium.”
Met microfoon in de hand dus een spontane man, een acteur en entertainer die aanbeden werd en bewierookt door zijn talloze fans, maar geen man met vrienden. “Ik denk dat ik mezelf een beetje afzonder. Ik geef me niet zo gauw. Ik ben als mijn vader: vrolijkheid uitademend en blijdschap uitstralend, maar tegelijkertijd toch een wat eenzame vogel.”
Bij mij in de studio zat een huilende Kees Buurman. Kees was de baas van Langs de Lijn. Op 5 april 1984 verloor hij het hart van zijn sportprogramma’s. Hij was kapot van verdriet. In machteloze wanhoop sloeg hij met zijn vuist op tafel. Als een vader had hij voor zijn grote kind gezorgd. Het mocht hem aan niets ontbreken. Theo had waterdragers om zich heen nodig, mensen die de randzaken regelden, van parkeerkaart tot en met de techniek op de tribune.
Alleen dan kon hij functioneren zoals we hem op de radio hebben leren kennen.
Niets mocht afleiden van wat hem te doen stond. Zoals zijn producer George Tor zei: “Je moest achter hem staan, zorgen dat hij altijd zijn pepersteak kreeg in de Tour en tegelijkertijd de salade. Soms begon de uitzending en dan vergat hij de microfoon te pakken, die moest je hem dan in zijn handen duwen. Je moest zelfs de deur van zijn hotelkamer na vertrek achter hem op slot doen om te voorkomen dat de sleutel in zijn bagage zou belanden of op een andere manier zoek zou raken.”
Theo was voor het bedienen van de massa geschapen als niemand anders, constateerde de voormalig voetbalcommentator van Studio Sport, Herman Kuiphof tijdens mijn uitzending in zijn column ‘Afscheid van Theo’. Zijn stem herkende je uit duizenden. “Een tikje rauw. Net iets luider en indringender dan de keelklanken van zijn collega’s. Zijn beeldend vermogen was enorm. Zijn geestdrift werkte als een injectie op de luisteraar. Hoewel uit de kop van Noord-Holland afkomstig, had hij de weelderige woordkeuze en de speelse fantasie van een Bourgondiër.”
Theo kon het op afroep. Of het nou om een voetbalwedstrijd ging of om een reclamespotje voor een fietsenmerk. Zijn regisseur Ferry de Groot vertelde mij eens dat Theo tussen de enthousiaste radioflitsen door op zakelijke toon vroeg of zijn declaraties in goede orde waren ontvangen.
Als eerbetoon aan Theo reed op zondagmiddag 8 april tijdens Parijs-Roubaix een motorrijder zonder duopassagier mee in de koers.
Samen met mijn collega’s nam ik een dag later afscheid van hem in Wervershoof. De St. Werenfriduskerk was al helemaal vol toen wij per bus aankwamen. We hebben de uitvaartdienst voor de deur van de kerk via luidsprekers gevolgd. Het was een verdrietig sluitstuk van een intens treurige week.
Foto: Gemaakt tijdens de Olympische Winterspelen van 1980 in Lake Placid.Theo rechts vooraan, Eddy Poelmann achter hem, daarnaast Heinze Bakker et moi.
