
Lale Gül windt er geen doekjes om. “Ik gebruik het non-stop, het is net mijn partner,” zegt ze over AI.
In een debat dat vaak wordt gedomineerd door omzichtigheid, disclaimers en voorzichtig geformuleerde beleidsnotities, is die openhartigheid opvallend verfrissend. Geen technologische gêne, geen retorische schroom – gewoon een schrijver die erkent dat een nieuw instrument deel is geworden van haar werkproces. Het contrast met de bredere journalistieke discussie kan nauwelijks groter zijn.
Terwijl columnisten en redacties publiekelijk worstelen met vragen over authenticiteit, auteurschap en betrouwbaarheid, voltrekt zich in de machinekamer van het nieuws een veel fundamentelere verschuiving. Mediahuis (uitgever o.a. inNederland van NRC, Telegraaf en noordelijke kranten en radiostations Veronica, 100%NL, Slam en Sublime) liet recent weten AI zelfstandig artikelen te laten schrijven. Nog als afgeschermd experiment, maar als serieuze stap in het productieproces. AI-agenten signaleren nieuws, schrijven stukken, doen redactionele bewerkingen, controleren juridisch, checken feiten en voegen beeld toe. De menselijke rol wordt teruggebracht tot eindcontrole – en, zoals het zo droog werd omschreven, “de druk op de knop”.
Het is een formulering die blijft haken. Niet omdat AI nog verbazing wekt – die fase zijn we voorbij – maar vanwege wat hier impliciet wordt herverdeeld. Wat is de journalistieke kern wanneer schrijven, redigeren en zelfs factchecking grotendeels worden geautomatiseerd? Wanneer het ambacht verschuift van produceren naar beoordelen?
In het onderwijs klinkt een andere toon. Fontys opleiding journalistiek benadrukt juist de noodzaak van menselijke autonomie. AI mag ondersteunen, maar studenten moeten zelfstandig kunnen werken, zelf blijven nadenken, analyses en conclusies niet uitbesteden aan algoritmen. Waar uitgevers efficiëntie optimaliseren, bewaken opleidingen beroepsidentiteit.
Dat spanningsveld is logisch, maar niet zonder ironie. De praktijk beweegt richting automatisering, terwijl de opleiding de klassieke vaardigheden beschermt. De journalist van morgen leert kritisch denken in een omgeving waarin steeds meer denkwerk wordt overgenomen door systemen.
Nog genuanceerder wordt het wanneer we kijken naar de publieke omroep. In de gedeelde uitgangspunten rond AI van de innovatieafdeling van Ezra Eeman valt vooral de taal van balans op. AI biedt kansen – toegankelijkheid, personalisatie, effectiviteit – maar betrouwbaarheid, veiligheid en menselijke eindverantwoordelijkheid blijven leidend. Transparantie is geen bijzaak, maar een kernvoorwaarde. Niet het systeem, maar de mens blijft verantwoordelijk. (Overigens als je wilt weten hoe de individuele omroepen erover denken, dat kom je niet te weten tenzij je intern kunt inloggen.)
Intussen verschuift de discussie subtiel van technologie naar perceptie. Journalistiek is immers geen puur productieproces. Het is een geloofwaardigheidsconstructie. Lezers, kijkers en luisteraars vertrouwen niet alleen op feitelijke juistheid, maar op menselijke intentie. Op redactionele afwegingen. Op het idee dat ergens iemand verantwoordelijkheid draagt. Wanneer een artikel door AI is geschreven maar door een mens is goedgekeurd, wie is dan de auteur? Wanneer factchecking door een algoritme gebeurt, wat betekent controleerbaarheid nog? Wanneer personalisatie via AI verloopt, waar eindigt relevantie en begint sturing?
Interessant genoeg draait de meest fundamentele reflectie momenteel niet eens om AI zelf, maar om afhankelijkheid. Onderzoeksredacties als Follow the Money en De Correspondent spreken openlijk over hun technologische infrastructuur en de wens minder afhankelijk te worden van Amerikaanse techbedrijven. Transparantie over systemen, keuzes, kosten en fouten wordt onderdeel van journalistieke legitimiteit.
Maar ook daar ontstaat een nieuwe paradox. AI is geen afzonderlijke technologie meer. Het is een laag bovenop vrijwel alles. Wie spreekt over digitale infrastructuur zonder AI expliciet te benoemen, spreekt over een wereld die feitelijk niet meer bestaat.
Misschien is dat de werkelijke overgangsfase waarin de journalistiek zich bevindt. De robot schuift niet langer voorzichtig aan. Hij zit inmiddels aan tafel. Niet als bedreiging, niet als gimmick, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het proces.
De vraag is alleen nog: wie leidt de vergadering?
PS
Voor wie zich dat afvraagt: ja, ook ik gebruik AI bij het schrijven van stukken. Niet als vervanging van denken, maar als hulpmiddel. Een beetje van mij, een beetje van Maggi.
