Pers en omroep (13): Europese tv

Saillante fragmenten over kleine en grote, profetische of de plank misslaande spreekbuizen in de recente omroepgeschiedenis. Opgetekend vanuit het werk van honderden journalistieke geschiedschrijvers in Testament van de pers. Vandaag: Europese televisie.

Het initiatief tot het experimenteren met ‘Europese journalistiek’ is afkomstig van de Europese Omroep Unie (EBU), waar programmaleiders al driftig aan het denken zijn over het komende tv-satellietentijdperk. Vele EBU-landen dromen van een Europees satelliet-kanaal, dat midden jaren negentig 24 uur per dag Europese programma’s naar de kijkers gaat uitstralen.

Daar hoort ook nieuwsvoorziening bij, menen velen op een tweedaags symposium in Venetië. Tegelijkertijd blijkt ook dat lang niet ieder tv-land er zo over denkt. Moeten er presentatoren komen en wie dan? “Nee”, was een meerderheid van mening. Commentatoren dan. “Ook een hachelijke zaak”, zo vonden velen. Moet je naar Israël een Frans of Duits of Nederlandse correspondent sturen? “Daar moet nog over gepraat worden.”

Vertalen en bewerken in de vele talen, die in Europa gesproken worden, zal een uiterst kostbare zaak worden. “Ja, dat is zo, vertalen kost ontzettend veel geld. Maar daar staat tegenover dat je een miljardenpubliek bereikt en dat die kijkgelden gaat opbrengen. Dat betekent weer dat er inkomsten komen waar geen tv-land tegen op zal kunnen concurreren.”

Bron: De Journalist 14 oktober 1982, in: Testament van de pers.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*