
Presentator en journalist Koos Postema is op 93-jarige leeftijd overleden, zo meldt zijn familie aan het ANP. Hij werd vooral bekend als presentator van Klasgenoten en werkte eerder onder meer voor Langs de Lijn, Met het Oog op Morgen en Achter het Nieuws. Postema werd in 1991 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en kreeg in 2007 de Beeld en Geluid Oeuvre Award.
Mediajournalist Peter Schavemaker interviewde in 2016 Postema voor zijn boek 100 jaar Hilversum Mediastad
Koos Postema: ‘Het was ongelofelijk dat ik was aangenomen bij de radio’

Koos Postema kwam op 1 mei 1960 bij de vara werken. ‘De maatschappelijk werkster, dat bestond toen nog, vroeg aan mij: “Waar wilt u wonen in Hilversum?” Mijn vrouw en ik kwamen uit de stad Rotterdam waar één en al woningnood was. We wisten niet wat we hoorden. De dame bood ons een flat aan in de buurt van het Diaconessen Ziekenhuis en in de Bonnikestraat, beiden in Hilversum-Noord. We kozen voor de laatste flat op twee hoog waarbij we uitkeken op spoorrails en de hei. Daar is nu het Media Park.’
Postema zegt dat hij de hei vanaf 1970, toen het Media Park groter werd gebouwd, langzaam zag verdwijnen. ‘Aan de ene kant vond ik dat jammer omdat ik vaak met mijn jonge kinderen op de hei liep. Maar aan de andere kant was ik blij dat de studio’s in Hilversum werden gevestigd.’ In 1972 vertrok Postema uit Hilversum en verhuisde naar Hoogland. Tegenwoordig woont hij in Soest. ‘Veel mensen die bij de radio werkten woonden begin jaren zestig ook in Hilversum. De jonge generatie nu zit in Amsterdam volgens mij, daar wordt ook veel gemaakt. Hilversum was het helemaal, de radiozenders Hilversum 1 en 2 waren dé radio. Hilversum was toen echt dé radiostad, dat gevoel werd versterkt doordat de oude vara-studio was gebouwd midden in een chique villawijk die boven op een berg lag. Dat gaf als voordeel dat de studio’s verder konden uitzenden en meer mensen kon den bereiken. Ik denk dat dit uiteindelijk ook de reden was dat de radio naar Hilversum kwam, omdat het hoger ligt. Het gevoel dat ik in de radiostad was kwam alleen doordat ik de studio’s werkte. Het dorp zelf had en heeft niks dat doet denken aan een omroepstad.’
Een keer dacht een rijinstructeur, nadat ik op televisie een BBC-reportage had aangekondigd over Moskou, dat ik er daadwerkelijk geweest was. Dat was een gek soort van bewondering.
Postema zegt dat hij als bekende televisiemaker in winkels vaak werd aangestaard, maar ook werd uitgescholden. ‘Die riepen vaak: “Hé rode” naar me omdat ik bij de vara werkte (lacht). Een keer dacht een rijinstructeur, nadat ik op televisie een BBC-reportage had aangekondigd over Moskou, dat ik er daadwerkelijk geweest was. Hij zei: “Van de week zag ik u nog in Moskou.” ‘Dat was een gek soort van bewondering.’
Voordat Koos Postema (1932) bij de radio begon stond hij vijf jaar voor de klas op een vormingsinstituut voor werkende jongeren (nu vergelijkbaar met mbo) in Rotter dam. ‘Ik was al vroeg verslaafd aan de radio en groot bewonderaar van de vara-radio. Dat had ook te maken met het feit dat ik ben opgevoed in een rood nest. Toen ik zelf bij de radio mocht gaan werken vond ik het bijzonder dat ik al mijn radiovoorbeeld mocht ontmoeten. Het was ongelofelijk dat ik was aangenomen bij de radio. Ik keek bewonderend naar Hilversum. De testen die ik moest doen zag ik als een echt examen. Ik was op van de zenuwen.’ Postema moest vier keer naar Hilversum voor een stem test. ‘Het gebouw van de vara rook nog naar de verf, herinner ik mij. Alles was zo nieuw. Het vara-gebouw is voor mij altijd historisch en magisch geweest. Dat merkte ik recent weer toen ik een concert van het Metropole Orkest bezocht in het huidige mco-gebouw (Muziek Centrum voor de Omroep bewoont nu het voormalige vara gebouw aan de Heuvellaan – red.).
“Wilt u wat teksten in het Frans, Duits en Engels voorlezen?” Het bleek dat Arie van Nierop en Arie Kleijwegt hadden meegeluisterd. Dat waren mijn radiovoorbeelden en beroemde radiomensen. Daarvan stond ik wel even te trillen.”
Bovenaan de trappen stond Coen Serré die zei: “Bent u meneer Postema?” Door hem werd ik naar een omroep-cel gebracht, die met gordijntjes was afgesloten. Niet veel later zei een stem: “Wilt u wat teksten in het Frans, Duits en Engels voorlezen?” Het bleek dat Arie van Nierop en Arie Kleijwegt hadden meegeluisterd. Dat waren mijn radiovoorbeelden en beroemde radiomensen. Daarvan stond ik wel even te trillen. Van Nierop en Kleijwegt hebben mij hierna op proef aangenomen. Ik was toen 26, 27 jaar.’ Koos Postema zegt dat hij hierna thuis met zijn vrouw sprak over de overstap van het onderwijs naar de omroep. ‘Ik had een goed lerarensalaris van 625 gulden per maand en werd naar vara-normen in een van de hoogste loonschalen aangenomen. Van Nierop en Kleijwegt vonden dat ik er niet op achteruit mocht gaan, maar ook niet op vooruit. Mijn radiosalaris werd, of beter gezegd bleef, 625 gulden per maand (lacht).’
Coen Serré was tussen 1946 en zijn pensioen in 1986 een van de bekendste stemmen van de VARA. Vanaf de jaren vijftig, Serré is dan chef-omroeper, was hij de vas te stem van populaire programma’s als VARA’s Show boat (amusementsprogramma op zaterdagavond van Karel Prior in 1953), Dorus, het amusementsprogram ma Plein 8 uur 13, het lunchprogramma In de kantine, NAR (Nederlandse Artiesten Revue) en de succesvolle radiocursus Openbaar Kunstbezit, waarin beeldende kunst toegankelijker werd gemaakt voor het grote publiek. Hij was ook jarenlang tennisverslaggever bij de NOS en in zijn vrije tijd voorzitter van de omroeptennis vereniging OSO. In het archief van Beeld en Geluid is Om en nabij de twintig, dat Serré in 1947 opnam het oudst bewaard gebleven fragment van de radiomaker. Zijn laatste radio optreden heeft Serré op 24 mei 1986 vanuit de Utrechtse Jaarbeurs. Coen Serré overleed op 8 februari 2015 op 91-jarige leeftijd.
Postema zegt dat het wel in zijn voordeel heeft gewerkt dat hij, voor de vara-stemtesten, al bij Minjon (de jeugd omroep van de avro) had gewerkt. ‘Dat was een prachtig instituut. Ik vond het geweldig dat ik, we hebben het over eind jaren vijftig, tussen de 7,50 en tien gulden kreeg voor het voorlezen van kritische teksten die ik had geschreven in het onderwijzersblad van de vakbond. Gerrit den Braber en Herman Broekhuizen stimuleerden mij om bij Minjon te blijven.’ Postema zegt dat hij een paar keer per week ’s avonds, na werktijd, de trein nam naar Hilversum. ‘Na mijn werk bij Minjon nam ik de laatste trein te rug naar Rotterdam.’ Koos Postema zegt dat zijn kweekschoolvriend Bram van Erkel hem heeft gevraagd om bij Minjon te komen.
Van Berkel schreef het scenario van Oebele, dat tussen 1968 en 1972 door de kro werd uitgezonden, regisseerde Q & Q, uitgezonden in 1974 en 1976 en Duel in de Diepte uit 1979. Van Erkel regisseerde ook de legendarische ncrv-dramaseries zoals De zomer van ’45 (1991) en In Naam der Koningin (1996).
Vanaf 1965 ging Postema werken bij de televisie. Hij was van 1962 tot 1969 het gezicht van het actualiteiten programma Achter het nieuws. ‘Het televisieprogramma werd eerst nog uitgezonden vanuit Bussum, net als alle Swiebertjes.’ Postema herinnert zich dat de studio aan het plein aan de Bussumse Huizerweg stond. ‘In de voormalige ambachtsschool, die voor de televisie was verbouwd, werd gemonteerd. Het gebouw stond tegenover de zuigelingenzorg.’ Bussum was toen de plek van de televisie, zegt Koos Postema. ‘Dat vond ook de burgemeester van Bussum. In zijn stad was de televisie op verschillende plekken zichtbaar. In café De Brink kon je, samen met de acteurs die daar ook zaten, met een nts-bon eten wanneer je moest overwerken, er waren plannen voor een nieuwe studio op de plek waar nu het nieuwe stadhuis staat. Mies Bouwman was er begonnen. Alles gebeurde in Bussum.’ Postema zegt wel dat hij het Bussumse centrum vrij lelijk vond. ‘Het succes van de televisie viel ook de befaamde Hilversumse burgemeester Boot op, die hierna wakker werd en dacht: “Hé, wij zijn de radiostad, maar nu dreigen we dat nieuwe medium te verliezen aan Bussum. Dat moet niet gebeuren!”’
‘Het succes van de televisie viel ook de befaamde Hilversumse burgemeester Boot op, die hierna wakker werd en dacht: “Hé, wij zijn de radiostad, maar nu dreigen we dat nieuwe medium te verliezen aan Bussum. Dat moet niet gebeuren!”’
Achter het nieuws werd vanaf half jaren zestig uitgezonden vanuit studio’s (destijds studio’s 1- 6) op het Media Park, na de ingang aan de rechterkant, de plek waar tegenwoordig de hightechstudio’s van nep The Netherlands en Ziggo Sport te vinden zijn. ‘De studio’s waren, geplaatst in een hoekje van een loods waar overdag dramaseries werd gemaakt, primitief ingericht, er was bij voorbeeld geen telex terwijl dat toen hét nieuwsmedium was vergelijkbaar nu met Facebook. Studio Irene waar we begonnen was in verhouding wel een mooie actualiteiten studio.’
Koos Postema is een man van duizenden anekdotes over de omroep en Hilversum Mediastad. Veel van deze verhalen werden verteld in café-restaurant De Jonge Haan, jarenlang hét omroepcafé, zo voegt hij toe. De plek waar dit interview met de omroepicoon ook plaatshad. ‘Voor mij is dit een andere historisch omroepplek in Hilversum. Hier zijn veel omroepcontracten afgesloten en verbroken. Vroeger werd er elke middag tussen vier en ze ven livemuziek gemaakt door musici die naar uitzendingen langskwamen uit de voormalige avro- en vara-ge bouwen hiernaast en hun loonzakje kwamen legen. Ook vpro-collega’s kwamen langs, zij zaten vroeger aan de overkant in de vpro-villa’s.’ Postema zit anno 2017 nog bijna dagelijks in De Jonge Haan. Een van de anekdotes die Koos Postema vertelt gaat over de Hilversumse politiek in relatie tot de omroep. ‘In de tijd dat de omroepzuilen nog bestonden zaten veel vara-chefs ook in de Hilver sumse gemeenteraad, zoals Jan Broeksz. Hij werd later ook Eerste Kamerlid.’
Postema werkte bij de vara ook samen met Broeksz en herinnert zich hem goed. ‘Hij had een rare hoge stem.’ Ook Jaap Burger was, in de periode 1949 tot 1967, Tweede en Eerste Kamerlid namens de PvdA terwijl hij voorzitter van de vara was. ‘Op maandagochtend was hij nog vara-voorzitter, hierna moest hij snel naar Den Haag om de PvdA-fractie te leiden. Die dubbele petten hebben mij nooit gestoord.’
Door de verzuiling sprak ik heel weinig met ncrv- en kro-collega’s.
Koos Postema zegt vele jaren later in het boek Biografie van een omroep (uitgegeven in 2009) over 80 jaar vara van omroephistoricus Huub Wijfjes dat hij het zuilensysteem destijds “ridicuul” vond. ‘Dat vond ik inderdaad achteraf, toen niet. De verzuiling is er niet door de omroep gekomen, die was al tientallen jaren onder andere in het onderwijs bezig lang voordat de omroep begon. De televisie en radio hebben het wel doorgezet. Door de verzuiling sprak ik hier door heel weinig met ncrv- en kro-collega’s. Maar omroepen hielpen elkaar wel door het beschikbaar stellen van studio’s wanneer er werd verbouwd. De avro bood vaak de helpende hand. Dat waren momenten dat je elkaar tegenkwam. Er werd ook regelmatig samengewerkt tussen omroepen. Zo werd ik in een gezamenlijk team gezet toen koningin Juliana op staatsbezoek naar Wenen ging. Als jonge verslaggever vertegenwoordigde ik de vara. Herman Felderhof ging namens de ncrv mee en Ben Brans (voormalig kro-directeur en radioverslaggever van het nieuwsprogramma Echo. Brans volgde voor de gezamenlijke publieke omroepen ook het proces tegen oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in 1961. (Ben Brans overleed in december 1980– red.) namens de kro.’
“Het avro-gebouw is het mooiste Hilversumse omroepgebouw”
Postema zegt in het interview, ondanks zijn mooie herinneringen aan het vara-gebouw aan de Heuvellaan, toch het voormalige avro-gebouw aan de ’s-Gravelandseweg het mooiste Hilversumse omroepgebouw te vinden. ‘Een schitterend gebouw! Ook het kro-gebouw was een mooi rooms-katholiek gebouw, maar dat is jarenlang verwaarloosd. Beiden hadden goede kantines. Ik sprak ook voor lunch of diner ook wel eens af in Hof van Holland. Maar ik wil niet zeggen dat Hilversum is verloederd, het gevoel mis ik wel. Zo’n akn-gebouw staat op een totaal verkeer de plek. Ook daar is inmiddels een verdieping leeg.’ Koos Postema vertelt dat hij als verslaggever binnen Hilversum zelf niet met zijn eigen auto mocht rijden. ‘De omroepen (facilitaire diensten waren destijds ondergebracht binnen de Nederlandse Radio Unie, de NRU –red.) hadden elk een eigen chauffeur die ons naar studio’s, verslaggeeflocaties, naar stadions voor verslagen van voetbalwedstrijden en naar Schiphol brachten. Dat was romantiek.’
Wanneer Koos Postema in 2012 tachtig jaar wordt krijgt hij zijn eigen Koos Postemalaan op het Media Park, die aan de noordkant van het park achter het gebouw van Ericsson te vinden is. De straat sluit aan op de Piet Römerlaan en de Barend en Van Dorpweg.
© 2016 tekst en foto Peter Schavemaker Tekstproducties
