
Hoewel er met de samenwerking tussen Omroep MAX, WNL en KRO-NCRV een doorbraak op komst lijkt met betrekking tot de vorming van vier omroephuizen, zoals De Telegraaf vanochtend meldt, gelden er voor MAX-baas Jan Slagter wel harde voorwaarden. Omroepen moeten weer zelf over het grootste deel van hun programmabudget kunnen beschikken, individueel met de NPO kunnen onderhandelen over hun programmering en de invloed van de NPO als centraal orgaan moet worden beperkt. Minder inhoudelijke bemoeienis, hooguit een coördinerende rol. ‘Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, doen we het niet’, zegt Jan Slagter.
Bestuurlijk gezien leiden de vier omroephuizen tot een versimpeling. De NPO heeft in het vervolg nog maar met één vertegenwoordiger per omroephuis te maken, maar als het om de programmering gaat, is het een harde eis van Slagter dat de omroepverenigingen invloed blijven houden en dat omroepen hun eigen belangen in de programmering kunnen behartigen. Hij is ervan overtuigd dat zonder druk van zijn omroep een succesvolle serie als Rust en Vreugd, met 1,7 miljoen kijkers, nooit tot stand zou zijn gekomen. ‘De NPO heeft daar geen gevoel voor’, zegt hij.
Omroepen moeten zichtbaar blijven
Onderhandelingen over programma’s die nauw samenhangen met het profiel van een omroep wil hij niet overlaten aan iemand die niet met die omroep is verbonden. ‘Je kunt niet verwachten dat ik een programma ga pitchen voor WNL en dat WNL dat voor MAX gaat doen.’
De omroephuizen zijn geen fusies, maar samenwerkingen, zoals die nu ook al bestaan. ‘We maken onze eigen programma’s en doen veel samen: studio’s, facilitaire zaken, personele zaken, maar laten onze eigen kleur zien.’
Een belangrijke eis is een lichtere coördinatie door de NPO, ‘zodat we niet iedere dag zes keer op en neer moeten lopen om te pitchen’. Het programmeringsproces is veel te ingewikkeld geworden. Besliste ooit een zendercoördinator over de programmering, ‘nu moeten we door 26 hoepels springen en houden 160 mensen zich daarmee bezig’.
Verhoging garantiebudget
Slagter wil een verhoging van het garantiebudget — het geld waarover de omroepen zelfstandig kunnen beschikken — van 50% naar 80%. Hij ziet voor de NPO vooral een taak in het bewaken van een evenwichtige programmering en het voorzien in witte plekken als het gaat om het vertegenwoordigen van maatschappelijke stromingen. ‘Ik vind het een slechte beslissing van de politiek om het bestel te sluiten. Er kan straks niemand meer bij, terwijl de samenleving verandert. Je kunt wel aan bestaande omroephuizen vragen die witte plekken te vullen, maar sommige witte plekken wil ik niet vertegenwoordigen.’
Voor Jan Slagter is het niet alleen de hamvraag of omroephuizen meer zeggenschap krijgen over het geld, maar ook of ze de programma’s kunnen maken die ze willen maken. ‘Dat is een concessie die we aan de politiek vragen.’
Overigens is het onduidelijk hoever de publieke omroep al is gevorderd met de bezuinigingsdoelstelling. Op veel praktische terreinen (studio’s, etc.) wordt al samengewerkt, en de totstandkoming van de omroephuizen in de huidige vorm zal daaraan niet veel bijdragen. ‘Ik weet dat ik 7 miljoen moet inleveren. Bij de NPO zie ik te weinig beweging. Ik zou onderhand het totale bonnetje wel eens willen zien.’
TON VERLIND
Lees ook:
