
Wie wil weten waar cultuur en technologie elkaar werkelijk raken, doet er goed aan niet alleen naar beleidsnota’s of sectoradviezen te kijken, maar ook naar wie er geld durft te investeren. Venture capital is zelden neutraal. Het jaagt op groei, op schaal, op het zeldzame moment waarop een ontwikkeling niet één, maar tien keer rendement kan opleveren. Juist daarom is het interessant wanneer een fonds zich expliciet richt op de culturele sector.
De recente voorspellingen 10 Predictions for Culture & Tech in 2026 van New Renaissance Ventures is zo’n signaal. Geen beleidsstuk, geen cultuurkritiek, maar een investeerdersblik op waar creatieve industrieën naartoe bewegen. Dat maakt het ongemakkelijk én relevant.
De voorspellingen lezen als een routekaart van frictie. AI-muziek die de hitlijsten bestormt en juridische conflicten ontketent. Generatieve media die niet langer een hulpmiddel zijn, maar een categorie op zichzelf. Een herwaardering van hardware, fysieke ervaringen en live-momenten, juist omdat digitale productie overvloedig en goedkoop wordt. Wie de culturele sector volgt, herkent veel van deze spanningen. Het verschil zit niet in de observatie, maar in de urgentie.
Venture capital is er altijd vroeg bij. Niet omdat investeerders moreel gelijk willen krijgen, maar omdat zij gedwongen zijn signalen serieus te nemen voordat ze algemeen worden geaccepteerd. De geschiedenis van platforms, streaming en sociale media laat zien wat er gebeurt als cultuur en beleid pas reageren wanneer markten al zijn gevormd. Dan resteert vaak reguleren achteraf.
Opvallend in dit document is dat AI niet wordt gepresenteerd als vervanging van makers, maar als verschuiving van macht. Wie kan creëren, wie bezit rechten, wie beheert distributie? De echte strijd gaat niet over technologie, maar over eigenaarschap en positie. Dat is een ongemakkelijke boodschap voor een sector die gewend is te denken in subsidies, instellingen en bescherming van bestaande structuren.
Tegelijkertijd wijst het stuk op een paradox die in cultuurbeleid vaak wordt onderschat: hoe meer productie wordt geautomatiseerd, hoe groter de behoefte aan authenticiteit, aanwezigheid en fysieke ervaring. Live-kunst, ambacht en tastbaarheid worden geen nostalgie, maar premium. Niet ondanks technologie, maar dankzij technologie. Dat vraagt om andere investeringen, andere verdienmodellen en ander toezicht.
Wat hier zichtbaar wordt, is een fundamentele verschuiving in het speelveld. Creatieve economieën bewegen zich sneller dan hun instituties. Venture capital anticipeert daarop, omdat stilstand kapitaal vernietigt. De culturele sector daarentegen is vaak ingericht op stabiliteit, zorgvuldigheid en consensus. Dat is een kracht, maar ook een risico.
De vraag is dus niet of alle voorspellingen uitkomen. De vraag is wie er luistert. Want als partijen die vroeg investeren deze ontwikkelingen als kans zien voor tienvoudige groei, dan zijn het geen randverschijnselen meer. Dan zijn het structurele bewegingen waar beleid, bestuur en toezicht zich toe moeten verhouden.
Wie cultuur wil beschermen door verandering te negeren, vergist zich. De echte keuze is of de sector zelf richting geeft, of toekijkt hoe anderen dat doen — met kapitaal, technologie en tempo als leidraad.
En mocht je in de sector zelf willen investeren, dan is deze lijst van New Renaissance Ventures een mooie aanzet.

Geef als eerste een reactie