Blog Guido van Nispen: Voor wie versterken we de journalistiek?

Het Finse persbureau STT dreigt zijn nieuws- en fotoactiviteiten in hun huidige vorm te beëindigen. Meerderheidsaandeelhouder Sanoma laat zijn eigen nieuwsmerken inmiddels geen gebruik meer maken van de diensten. Het concern is ook bereid zijn belang voor een symbolisch bedrag af te staan. (Een voldoende brede groep) eigenaren die de verdere ontwikkeling wil dragen, is niet nog gevonden. Volgens de mededeling van STT van 30 september kan de bedrijfsvoering in maart eindigen.

Er zit een ongemakkelijk detail in dat bericht. De winstgevende dienst die persberichten van organisaties verspreidt, blijft buiten de reorganisatie. Die activiteit heeft de verliezen van het nieuws- en fotobureau helpen opvangen. De verspreiding van wat organisaties zelf willen vertellen, heeft hier een steviger economische basis dan de onafhankelijke verslaggeving over de wereld waarin zij opereren.

Dat is een bedrijfsprobleem. Het stelt ook een vraag aan een Europese nieuwssector die haar maatschappelijke betekenis terecht benadrukt. Wie draagt de gemeenschappelijke nieuwsvoorziening wanneer afzonderlijke ondernemingen besluiten dat zij die niet langer nodig hebben?

Een persbureau is voor de meeste burgers nauwelijks zichtbaar. Het werk verschijnt bij andere nieuwsmerken, wordt verwerkt in radio-uitzendingen en vormt het vertrekpunt voor verdere verslaggeving. De betekenis ervan laat zich daardoor moeilijk aflezen aan de bereidheid van individuele consumenten om ervoor te betalen. Je kunt dagelijks gebruikmaken van journalistiek waarvan je de producent niet kent.

De sector zoekt ondertussen naar manieren om eigen productie overeind te houden. De News Media Coalition verdedigt de toegang van onafhankelijke journalisten tot evenementen. Zij verzet zich onder meer tegen voorwaarden die negatieve berichtgeving verbieden of voorafgaande goedkeuring van publicaties verlangen. Vooral rond sport en grote georganiseerde evenementen is die toegang geen vanzelfsprekendheid. De uitgangspunten van NMC raken aan een eenvoudige voorwaarde voor journalistiek: kunnen waarnemen en publiceren zonder dat de beschreven partij de uitkomst bepaalt.

SPUR werkt aan een andere kwetsbaarheid. Deze coalitie ontwikkelt afspraken en technische standaarden waarmee uitgevers het gebruik van hun werk door AI-bedrijven kunnen volgen. Dat moet helpen bij het maken van licentieafspraken. De begin oktober gepubliceerde standaard voor gebruiksrapportage moet zichtbaar maken wanneer journalistieke inhoud wordt opgehaald en gebruikt in AI-antwoorden.

Beide initiatieven verdienen aandacht. Toegang tot gebeurtenissen en inkomsten uit het gebruik van journalistiek zijn voorwaarden waaronder redacties kunnen blijven functioneren. Ze bieden echter geen antwoord op de vraag wie daardoor beter wordt geïnformeerd. Tussen een sterkere onderhandelingspositie van een uitgever en een beter geïnformeerde burger liggen redactionele keuzes, distributie, toegankelijkheid en aandacht.

In Nederland betaalt volgens het Digital News Report 2026 15 procent voor online nieuws. Dat is een meting van betaling, niet van betalingsbereidheid. Het cijfer zegt evenmin dat de overige 85 procent geen journalistiek gebruikt. NOS, NU.nl, RTL Nieuws en regionale en lokale media en andere partijen maken professionele berichtgeving toegankelijk zonder afzonderlijk digitaal nieuwsabonnement. (Een uitgebreid overzicht van de Europese situatie is hier te vinden.)

Juist daarom verdient die 85 procent een centrale plaats in het gesprek over de toekomst van de sector in Nederland. Welke informatie bereikt deze burgers? Waar vinden zij uitleg bij besluiten die hun leven raken? Hoeveel lokale controle blijft beschikbaar voor iemand die geen abonnement neemt? En wat gebeurt er wanneer steeds meer verdieping alleen toegankelijk wordt voor mensen die al voldoende belangstelling en middelen hebben?

Er is geen overtuigend bewijs dat betalen voor nieuws iemand democratischer maakt. Abonnees verschillen ook in inkomen, opleiding en bestaande belangstelling. Onderzoek naar het volgen van professionele nieuwsaccounts in Frankrijk en Duitsland vond wel verbeteringen in kennis en het onderscheiden van ware en onware berichten. Daar was geen betaald abonnement voor nodig. Een afname van politieke polarisatie werd overigens niet vastgesteld. Dat onderscheid doet ertoe.

Een houdbaar verdienmodel kan bijdragen aan de democratie wanneer het onafhankelijke verslaggeving mogelijk maakt die mensen daadwerkelijk bereikt. Dat verband moet zichtbaar worden gemaakt. De roep van uitgevers om licentie-inkomsten vanuit AI-bedrijven kunnen naar onderzoeksjournalistiek gaan, maar ook elders in een onderneming terechtkomen. Of op de bankrekeningen van de eigenaren van de grote mediabedrijve. Betere toegang voor verslaggevers kan belangrijke onthullingen opleveren, mits er redacties zijn die tijd vrijmaken om verder te kijken.

Daarom ligt er een fundamentele opdracht voor de gehele nieuwssector, inclusief publieke omroepen, commerciële uitgevers, persbureaus en nieuwe aanbieders. Naast omzet, abonnementen en gebruiksrechten zou de sector kunnen bijhouden hoeveel burgers buiten het betalende publiek worden bereikt met oorspronkelijke verslaggeving. Welke onderwerpen blijven voor hen beschikbaar in welke kwaliteit? Welke groepen worden nauwelijks bereikt? Welke kennis ontbreekt?

Dat vraagt ook om samenwerking waarvan de opbrengst niet volledig bij één onderneming of organisatie terechtkomt. Gezamenlijke verslaggeving, toegankelijke uitleg en afspraken over verspreiding kunnen maatschappelijk waardevol zijn zonder onmiddellijk nieuwe abonnees op te leveren. Precies dat maakt zulke voorzieningen kwetsbaar in afzonderlijke bedrijfsbegrotingen.

De nieuwssector is zeer vocaal als het gaat om hun eigen belangen. Maar het roept wel de vraag op: “Wie zit er namens de 85% aan tafel in Nederland om te zorgen dat zij een goede nieuwsvoorziening hebben?”