(Blog Guido van Nispen) De Thaler-zaak: waarom AI voorlopig geen kunstenaar is

Wanneer een machine een kunstwerk maakt – van wie is het dan?

Een belangrijke stap in het debat over kunstmatige intelligentie en auteursrecht kwam deze week uit de Verenigde Staten. Het Amerikaanse Hooggerechtshof weigerde opnieuw een zaak te behandelen waarin werd betoogd dat een door AI gemaakt werk auteursrechtelijk beschermd zou moeten zijn. Daarmee blijft een eerdere uitspraak overeind: een machine kan geen auteur zijn.

De zaak draait om een man die inmiddels een kleine cultstatus heeft opgebouwd in het wereldwijde debat over AI en intellectueel eigendom: Stephen L. Thaler.

Wie zijn website bezoekt, imagination-engines,  ziet niet meteen de uitstraling van een Silicon Valley-startup. De site oogt wat gedateerd en wordt ook niet al te vaak bijgewerkt. Maar wie verder kijkt, ontdekt iets anders: een opmerkelijke vasthoudendheid. Al jaren probeert Thaler via rechtszaken een principiële vraag te laten beantwoorden: kan een kunstwerk dat volledig door een AI-systeem is gemaakt auteursrecht krijgen?

Het werk waar het om draait heet A Recent Entrance to Paradise. Volgens Thaler is het beeld volledig gegenereerd door zijn AI-systeem DABUS, dat hij de Creativity Machine noemt. Omdat het systeem autonoom zou hebben gewerkt, stelde hij dat het auteursrecht ook bij die machine zou moeten liggen – of in elk geval bij hem als eigenaar van het systeem.

Het Amerikaanse Copyright Office dacht daar anders over. Volgens de huidige wetgeving kan alleen een mens auteur zijn. Die lijn werd eerder bevestigd door een federale rechtbank en een hof van beroep. En nu het Hooggerechtshof de zaak niet wil behandelen, blijft dat oordeel staan.

Thaler stelt dat dit in strijd is met de tekst en het doel van de copyrightwet – namelijk het stimuleren van creatie en innovatie – en dat het bovendien innovatie in AI kan remmen.

Dat klinkt als een technisch juridisch detail, maar het raakt een fundamentele vraag voor de creatieve sector. Want AI-systemen genereren inmiddels op grote schaal teksten, muziek, illustraties en video’s. In sommige gevallen gebeurt dat volledig automatisch. In andere gevallen speelt de mens vooral de rol van opdrachtgever of curator. De vraag is dan: waar ligt de creativiteit?

In de Amerikaanse zaak van Thaler was het antwoord van de rechtbank helder. Auteursrecht is historisch en juridisch verbonden met menselijke creativiteit. Het beschermt de uitdrukking van menselijke ideeën en verbeelding. Zodra die menselijke bijdrage ontbreekt, ontbreekt ook de basis voor auteursrecht. Die redenering klinkt misschien conservatief, maar heeft grote gevolgen.

Stel dat volledig door AI gemaakte beelden wél auteursrecht zouden krijgen. Dan ontstaat een wereld waarin softwareproducenten of platformen massaal rechten kunnen claimen op automatisch gegenereerde content. Dat zou het auteursrecht eerder versterken voor technologiebedrijven dan voor makers. Voor de creatieve sector – van kunstenaars tot mediaproducenten – is het daarom niet per se slecht nieuws dat de Amerikaanse rechter de menselijke auteur centraal houdt.

Tegelijkertijd lost deze uitspraak lang niet alle vragen op. Want in de praktijk ontstaat de meeste AI-kunst juist in een grijs gebied tussen mens en machine. Denk aan een illustrator die met Midjourney beelden ontwikkelt, een componist die AI-tools gebruikt om variaties te genereren of een scenarist die met taalmodellen werkt aan dialoog. In zulke gevallen is er wél menselijke creativiteit, maar wordt die ondersteund door technologie. Daar zal het echte juridische debat van de komende jaren over gaan.

Stephen Thaler heeft dat debat in ieder geval aangezwengeld. Wie zijn uitgebreide juridische documentatieleest, de stukken van de rechtszaak circuleren inmiddels breed online, ziet hoe ver hij bereid is te gaan om zijn punt te maken. Zijn argument is simpel: als een machine daadwerkelijk creatief kan zijn, dan moet het recht zich daaraan aanpassen. Voorlopig denkt de Amerikaanse rechter daar anders over.

Maar de geschiedenis van technologie leert dat juridische definities vaak pas veranderen wanneer de praktijk er niet meer omheen kan. De vraag of een AI ooit als auteur wordt erkend is daarom waarschijnlijk niet definitief beantwoord. Alleen voorlopig uitgesteld. En misschien is dat ook maar goed.