
Nederlanders kijken steeds minder naar traditionele televisiezenders, maar de televisies in onze huiskamers worden juist steeds groter. Waar een televisie van 32 inch vijftien jaar geleden nog een gangbaar formaat was, zijn schermen van 55, 65 of zelfs 75 inch inmiddels heel gewoon. Tegelijkertijd verandert de manier waarop we televisie gebruiken. Streamingdiensten, YouTube en smartphones hebben het kijkgedrag ingrijpend veranderd. Recente onderzoeken van NMO, GfK, Screenforce en Omdia laten zien hoe groot die verschuiving is.
Traditionele kijktijd in zes jaar met bijna een kwart gedaald
Uit cijfers van het Nationaal Media Onderzoek (NMO) blijkt dat Nederlanders in 2019 gemiddeld 156 minuten per dag naar televisiezenders keken. In 2025 was dat nog 118 minuten. Dat betekent een daling van ruim 24 procent in zes jaar tijd. Vooral het live kijken staat onder druk. In 2025 keken Nederlanders gemiddeld 87 minuten per dag rechtstreeks naar televisie-uitzendingen. Nog eens 31 minuten werden besteed aan uitgesteld kijken.
Nederlanders kijken steeds minder naar tv-zenders
Gemiddelde dagelijkse kijktijd in minuten (6+, live en uitgesteld)

Bron: NMO, jaaroverzichten 2019–2025. De stijging in 2020 hangt onder meer samen met de coronaperiode.
Dat betekent overigens niet dat Nederlanders het televisiescherm massaal de rug toekeren. Het gebruik verandert vooral. Het grote scherm wordt steeds vaker ingezet voor het bekijken van films, series en andere online videocontent op het moment dat de kijker dat zelf wil.
De televisie werd in veertien jaar ruim de helft groter
Terwijl de traditionele kijktijd daalt, groeit de gemiddelde televisie. Volgens Europese verkoopcijfers van marktonderzoeker GfK, die televisiefabrikant TCL in 2024 presenteerde, nam de gemiddelde schermdiagonaal van nieuw verkochte televisies toe van circa 32 inch in 2010 tot ongeveer 50 inch in 2024. Dat komt neer op een groei van gemiddeld 1,2 inch per jaar. De schermdiagonaal nam in deze periode met ruim 56 procent toe. Bij een gelijke beeldverhouding betekent dit dat het beeldoppervlak ongeveer 2,4 keer zo groot is geworden.
Van 32 naar 50 inch
Gemiddelde schermdiagonaal van nieuw verkochte tv’s in Europa

Bron: GfK-cijfers, gepresenteerd door TCL in 2024. Het betreft Europese verkoopgemiddelden, niet het gemiddelde formaat van alle televisies die bij huishoudens staan.
De ontwikkeling is nog niet ten einde. Onderzoeksbureau TrendForce verwachtte voor 2024 wereldwijd een gemiddelde schermdiagonaal van 55,5 inch. De fabrikant TCL meldde dat zijn internationaal verkochte televisies in de eerste helft van 2026 gemiddeld 52,9 inch groot waren, 2,6 inch meer dan een jaar eerder. Ook het segment met zeer grote televisies groeit. Omdia verwacht dat de wereldwijde verkoop van televisies van 80 inch en groter stijgt van ongeveer 9 miljoen toestellen in 2025 naar meer dan 13 miljoen in 2029. Dalende prijzen en verbeterde schermtechnologie maken deze formaten voor steeds meer consumenten bereikbaar.
Het grote scherm blijft belangrijk
Het vernieuwde Nederlandse kijkonderzoek Video Totaal, dat in april 2026 werd geïntroduceerd, brengt voor het eerst traditioneel televisiekijken, streaming en online videoplatforms samen op verschillende apparaten.
In de periode van 6 april tot en met 30 juni 2026 besteedden Nederlanders gemiddeld 161 minuten per dag aan gemeten videocontent. Daarvan ging 111 minuten naar lineaire televisiezenders, 19 minuten naar video-on-demanddiensten en 31 minuten naar videoplatforms zoals YouTube, TikTok en Instagram.
Hoe Nederland in 2026 video kijkt
Aandeel in de dagelijkse gemeten videokijktijd, april–juni 2026
■ Lineaire televisie
■ Streaming (VOD)
■ Videoplatforms
Bron: Screenforce/NMO, Halfjaarrapport 2026. De percentages zijn berekend over de in deze periode gemeten kijktijd op alle apparaten. Deze nieuwe categorieën zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met het vroegere ‘overig schermgebruik’.
Vooral de verdeling over apparaten is opvallend. Maar liefst 99 procent van het lineaire televisiekijken gebeurt nog op een televisietoestel. Ook bij streamingdiensten speelt het grote scherm een hoofdrol: 74 procent van de VOD-kijktijd vindt plaats op de televisie. Bij videoplatforms is het beeld vrijwel omgekeerd. Daar neemt de smartphone 67 procent van de kijktijd voor zijn rekening.
Van gezamenlijke televisieavond naar persoonlijk kijken
De televisie is daarmee niet verdwenen als centraal apparaat in de woonkamer, maar heeft een andere functie gekregen. Waar kijkers vroeger afhankelijk waren van de programmering van televisieomroepen, kunnen ze tegenwoordig zelf bepalen wat ze bekijken en wanneer. Vooral bij jongere doelgroepen is die verschuiving zichtbaar. Uit het halfjaarrapport 2026 van Screenforce blijkt dat 20- tot 34-jarigen relatief weinig lineaire televisie kijken en juist bovengemiddeld veel tijd besteden aan videoplatforms. Oudere leeftijdsgroepen kijken aanzienlijk vaker naar traditionele televisiezenders. Ook de inhoud speelt een rol. Nieuws, actualiteiten en live sport blijven belangrijke redenen om op een vast moment naar televisiezenders te kijken. Films, series en korte video’s worden veel vaker op aanvraag bekeken.
De televisie wordt groter, maar het televisiekijken verandert
De onderzoeken laten een interessante tegenstelling zien. De gemiddelde nieuw verkochte televisie is de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk groter geworden, terwijl de dagelijkse kijktijd naar traditionele televisiezenders juist terugloopt.

De groei van het televisiescherm betekent echter niet automatisch dat mensen meer tijd voor dat scherm doorbrengen. Het apparaat krijgt steeds meer verschillende functies en concurreert tegelijkertijd met smartphones, tablets en computers. De belangrijkste verandering is misschien wel dat televisiekijken niet langer hetzelfde is als naar een televisiezender kijken. De televisie is steeds meer een scherm waarop de kijker zelf zijn programmering samenstelt.
Bronnen: NMO Jaaroverzichten 2019–2025, Screenforce Halfjaarrapport 2026, GfK/TCL (2024), TrendForce en Omdia.
