
Als de plannen voor hervorming van de landelijke publieke omroep doorgaan, kunnen in de toekomst geen nieuwe omroepen meer toetreden tot het bestel. Daarmee komt een einde aan een systeem dat decennialang ruimte bood aan nieuwe maatschappelijke, politieke, religieuze en culturele stromingen. De verantwoordelijkheid om nieuwe geluiden te signaleren en een plek te geven, komt voortaan grotendeels op de schouders van vier omroephuizen te liggen. Juist over de wijze waarop de pluriformiteit dan wordt gewaarborgd bestaan nog vragen.
Het wetsvoorstel dat minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 11 september in internetconsultatie heeft gebracht, verandert de structuur van de landelijke publieke omroep fundamenteel. De huidige elf omroepverenigingen moeten opgaan in vier omroephuizen. NOS en NTR worden samengebracht in één organisatie onder de naam NOS. Het huidige systeem waarbij omroepen op basis van leden kunnen toetreden of verdwijnen, wordt afgeschaft.
Omroepen door de jaren heen
De Rijksoverheid vat een van de gevolgen van die keuze opvallend helder samen: “Er komen geen nieuwe omroepen meer bij.” Daarmee verdwijnt een belangrijk kenmerk van het Nederlandse publieke omroepbestel: de mogelijkheid voor nieuwe groepen uit de samenleving om een eigen organisatie op te richten, voldoende maatschappelijke steun te verzamelen en uiteindelijk zelfstandig tot het bestel toe te treden. Naast de oorspronkelijke omroepen AVRO, KRO, NCRV, VARA en VPRO kwamen op verschillende momenten nieuwe ledenomroepen binnen, waardoor het bestel er anders uit is gaan zien (naast dat sommige omroepen ook hun visie hebben aangepast). TROS, EO en Veronica waren vroege nieuwkomers. Later volgden onder andere BNN, Omroep MAX en LLiNK. In 2010 begonnen WNL en PowNed met uitzenden. HUMAN kreeg later een positie als ledenomroep en sinds 2022 maken ook Omroep ZWART en Ongehoord Nederland deel uit van het bestel. Niet al deze organisaties bestaan nog zelfstandig. Veronica verliet het publieke bestel, LLiNK verdween, terwijl BNN en TROS via fusies voortleven in respectievelijk BNNVARA en AVROTROS. Daarnaast heeft het landelijke publieke bestel in zijn geschiedenis ruimte geboden aan een groot aantal organisaties met een bijzondere maatschappelijke, educatieve of levensbeschouwelijke opdracht. Denk aan IKON, RKK, de Joodse Omroep, OHM, de Boeddhistische Omroep Stichting, verschillende islamitische omroepen, Teleac, NOT en RVU. Ook organisaties als NPS en later NTR kregen een bijzondere positie binnen het bestel. Zo werd de Nederlandse publieke omroep gedurende zijn geschiedenis niet alleen gevormd door de grote klassieke omroepverenigingen, maar ook door tientallen kleinere en gespecialiseerde organisaties. Beeld & Geluid beschikt bijvoorbeeld over collecties van onder meer IKON, RKK, NMO, BOS, OHM, de Joodse Omroep, NIO, LLiNK, Teleac en NOT. De Nederlandse Onderwijs Televisie, NOT, kreeg bijvoorbeeld in 1988 officieel een zendmachtiging en fuseerde later met Teleac. Teleac en RVU gingen in 2010 samen met NPS op in de NTR.
Zelfstandige toetreding
Onder het nieuwe stelsel verdwijnt deze mogelijkheid tot zelfstandige toetreding. Dat betekent niet dat het kabinet vindt dat nieuwe maatschappelijke geluiden geen plaats meer moeten krijgen. Volgens het wetsvoorstel worden de vier omroephuizen gezamenlijk verantwoordelijk voor een aanbod waarin nieuwe perspectieven en geluiden een plek krijgen. In het huidige stelsel kan een groep die vindt dat zij onvoldoende wordt vertegenwoordigd uiteindelijk proberen zelf een omroep op te richten. Het succes daarvan hangt onder meer af van het verkrijgen van voldoende leden en het voldoen aan wettelijke voorwaarden. In het voorgestelde bestel bestaat die zelfstandige route niet meer. Een nieuw maatschappelijk geluid moet dan door een van de bestaande omroephuizen worden herkend, toegelaten en vertaald naar media-aanbod. Daarmee verschuift pluriformiteit van een gedeeltelijk ‘bottom-up systeem’, waarin nieuwe organisaties zich zelf een positie kunnen verwerven, naar een systeem waarin bestaande publieke mediaorganisaties actief moeten bepalen welke nieuwe geluiden in de samenleving onvoldoende worden gehoord.
Grote verantwoordelijkheid voor omroephuizen|
Dat legt een grote inhoudelijke verantwoordelijkheid bij de vier toekomstige omroephuizen. Zij moeten niet alleen programma’s maken, personeel organiseren en samenwerken met de NPO, maar ook voortdurend vaststellen welke maatschappelijke stromingen, groepen, opvattingen en perspectieven onvoldoende in het publieke aanbod voorkomen. Dat wordt extra relevant omdat de pluriformiteit en representativiteit van de publieke omroep ook binnen het huidige bestel al regelmatig onderwerp van discussie zijn. Sommige groepen voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd, terwijl de publieke omroep tegelijkertijd doelgroepen probeert te bereiken die via de traditionele kanalen steeds moeilijker bereikbaar zijn. De Raad voor Cultuur wees eerder al nadrukkelijk op dit vraagstuk. De raad is positief over het idee dat omroepen actief op zoek gaan naar ontbrekende perspectieven, maar waarschuwt dat daarbij het gevaar van willekeur bestaat wanneer geen robuuste criteria en methoden worden ontwikkeld. Volgens de raad zijn zorgvuldige en controleerbare criteria noodzakelijk om pluriformiteit en representativiteit te kunnen garanderen. De Raad voor Cultuur constateert bovendien dat in het huidige systeem pluriformiteit vooral van onderop ontstaat: maatschappelijke groepen organiseren zichzelf en proberen toegang tot het bestel te krijgen. In het nieuwe systeem moeten omroephuizen die geluiden juist zelf actief opsporen en incorporeren.
Het ongehoorde geluid
Daarmee ontstaat ook een nieuwe vraag: wie bepaalt straks welke geluiden ontbreken of ongehoord blijven? Wanneer een nieuwe maatschappelijke beweging meent dat haar perspectief structureel niet aan bod komt, kan zij niet meer dezelfde route volgen als bijvoorbeeld MAX, BNN, PowNed, WNL, ZWART of Ongehoord Nederland ooit deden. Ze moet proberen binnen een van de vier omroephuizen voet aan de grond te krijgen. Het kabinet wil daarom dat onafhankelijk wordt beoordeeld of de omroephuizen voldoende meebewegen met veranderingen in de samenleving en nieuwe perspectieven daadwerkelijk in hun aanbod verwerken. Al in de eerste hervormingsplannen werd vastgelegd dat de omroepen gezamenlijk verantwoordelijk worden voor het signaleren en verwerken van nieuwe geluiden Maar juist de praktische uitwerking daarvan wordt cruciaal. Hoe meet je pluriformiteit? Wanneer is een geluid groot of relevant genoeg om vertegenwoordigd te worden? Hoe voorkom je dat vier grote organisaties vooral perspectieven selecteren die aansluiten bij hun bestaande cultuur en netwerk? En wat kan een groep doen wanneer zij vindt dat de omroephuizen haar structureel negeren? Deze vragen raken direct aan een van de fundamenten van het Nederlandse publieke bestel.
Internetconsulatie
Het kabinet heeft goede redenen om het huidige systeem te willen veranderen. Het bestel is bestuurlijk versnipperd, samenwerking verloopt niet altijd eenvoudig en het ledensysteem zegt steeds minder over het daadwerkelijke maatschappelijke bereik van een omroep. Ook de Raad voor Cultuur heeft eerder geconcludeerd dat een systeem waarin telkens nieuwe ledenomroepen kunnen toetreden niet zonder meer toekomstbestendig is. Tegelijkertijd betekent het wetsvoorstel een historische breuk. Waar het Nederlandse publieke bestel gedurende tientallen jaren nieuwe organisaties kon opnemen (van TROS en EO tot BNN, MAX, LLiNK, WNL, PowNed, ZWART en ON!), en daarnaast tal van educatieve en levensbeschouwelijke zendgemachtigden, wordt de toegangspoort straks gesloten. Pluriformiteit moet dan niet langer mede ontstaan doordat nieuwe partijen zelf het bestel binnenkomen, maar doordat vier bestaande omroephuizen ervoor zorgen dat het bestel van binnenuit pluriform blijft. De belangrijkste vraag gaat daarom worden of de vier omroephuizen voldoende in staat en bereid zijn ruimte te blijven maken voor geluiden die ze zelf nog niet vertegenwoordigen.
De internetconsultatie over het wetsvoorstel loopt tot en met 23 oktober 2026. Het kabinet mikt op invoering van het nieuwe bestel per 1 januari 2029.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
