
In mijn tijd als algemeen directeur van het ANP en Veronica, en als strategisch adviseur en investeerder, had ik regelmatig professioneel contact met Pieter Broertjes. Ik had, en heb nog steeds, grote bewondering voor zijn eruditie. Als hoofdredacteur van de Volkskrant beschikte hij bovendien over iets wat voor een gewone burger nauwelijks bereikbaar was: een omvangrijke journalistieke operatie met een netwerk dat diep in de samenleving reikte. Journalisten konden informatie ophalen uit directe bronnen, verbanden leggen en ontwikkelingen duiden op een manier die voor vrijwel niemand buiten zo’n redactie mogelijk was.
Dat verschil bestaat nog steeds. Journalisten beschikken over bronnen, ervaring en toegang die een individuele burger niet zomaar kan vervangen. Maar er is sinds de komst van generatieve AI wel iets wezenlijks veranderd. Zodra informatie publiek beschikbaar is, heeft ook de burger ineens een onderzoeksinstrumentarium tot zijn beschikking waarmee grote hoeveelheden bronnen kunnen worden opgezocht, vergeleken en bevraagd. Dat maakt de journalistiek niet overbodig, maar het verandert wel de verhouding tussen journalist en lezer.
Ik merkte dat zelf na het lezen van een recent hoofdredactioneel commentaar van Hoofdredacteur Pieter Klok in de Volkskrant over de verkiezingsuitslag in het Duitse Saksen-Anhalt. De AfD behaalde daar op 6 september 43,8 procent van de stemmen. Klok zoekt een belangrijk deel van de verklaring bij sociale media, Amerikaanse technologiebedrijven en Russische propagandanetwerken. Sociale media zouden de woede voortdurend aanwakkeren en Russische trollenlegers zouden tot de ophitsers achter die woede behoren.
Het is een stevige analyse. Precies daarom besloot ik mijn eigen AI onderzoeks- en eindredactie in te zetten. Niet om te bewijzen dat Klok gelijk of ongelijk heeft, maar om te kijken hoe stevig de verschillende schakels in zijn redenering eigenlijk zijn.
Het eerste wat dan opvalt, is dat er wel degelijk substantieel bewijs bestaat voor Russische inmenging. Duitse veiligheidsdiensten, Europese onderzoekers en organisaties die desinformatie volgen hebben campagnes gedocumenteerd waarin Russische netwerken probeerden bestaande maatschappelijke tegenstellingen verder op scherp te zetten. Rond de verkiezingen in Saksen-Anhalt verschenen gemanipuleerde berichten en video’s over migratie, kandidaten, Oost-Westtegenstellingen en vermeende verkiezingsfraude. Dat Russische propagandanetwerken een rol speelden, zoals Klok schrijft, is dus goed verdedigbaar.
Maar een rol spelen is iets anders dan een verkiezingsuitslag veroorzaken. Juist het Bundesamt für Verfassungsschutz (de Duitse veiligheidsdienst) waarschuwt ervoor aanwezigheid en effect niet met elkaar te verwarren. Een desinformatiecampagne kan omvangrijk zijn zonder veel mensen te bereiken. Mensen kunnen berichten zien zonder ze te geloven. En denkbeelden die door propaganda worden versterkt, kunnen al jaren bestaan voordat die propaganda verschijnt.
Dat onderscheid wordt nog relevanter wanneer je naar de kiezers zelf kijkt. Reuters rapporteerde dat maar liefst 87 procent van de kiezers in Saksen-Anhalt ontevreden was over de landelijke regering. Economische onzekerheid, stijgende kosten, energieprijzen en de nog altijd voelbare tegenstelling tussen Oost- en West-Duitsland speelden een grote rol. Je hoeft geen Russische trol te hebben gezien om ontevreden te zijn over je regering.
Sociale media vormen een interessantere casus, want daar is de asymmetrie spectaculair. AfD-kandidaat Ulrich Siegmund had vlak voor de verkiezingen meer dan 700.000 volgers op TikTok en rond de 1,8 miljoen volgers over de belangrijkste platforms samen. Zijn tegenstanders kwamen vaak niet verder dan enkele tienduizenden.
Nog opvallender zijn de cijfers van de Potsdam Social Media Monitor. Van alle onderzochte politieke TikTok-views in Saksen-Anhalt sinds begin juni kwam bijna 65 procent voor rekening van één account: dat van Siegmund. De CDU, die zelfs meer video’s plaatste, kwam uit op ongeveer 9 procent.
Dat is niet zomaar een verschil in campagnekwaliteit. Het betekent dat burgers die hun politieke informatie via TikTok ontvingen een informatieomgeving konden aantreffen waarin één kandidaat bijna alles overschaduwde. Voor journalistiek en democratie is dat een belangrijk gegeven.
Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn. Vijfenzestig procent van de views is niet hetzelfde als 43,8 procent van de stemmen. Misschien stemden mensen op de AfD omdat ze Siegmund voortdurend zagen, maar het omgekeerde kan net zo goed waar zijn: misschien zagen ze hem juist zo vaak omdat ze al belangstelling hadden voor de AfD. Waarschijnlijk versterken die twee processen elkaar.
Daar komt nog bij dat Siegmund niet passief zat te wachten tot een algoritme hem omhoog zou duwen. Zijn campagne was volledig ontworpen voor sociale media. Geen lange politieke redevoeringen, maar een toegankelijke “Uli” met een boormachine, tussen brommers, gezinnen en lokale evenementen. Duitse desinformatie denktank CeMAS beschreef het als een influencerachtige normalisering van een veel radicalere politieke boodschap. De politicus, zijn mediastrategie en het algoritme zijn daardoor nauwelijks van elkaar los te trekken.
Het interessantste verhaal is daarom niet of Rusland, Amerikaanse BigTech of TikTok de AfD de overwinning bezorgde. Het is ingewikkelder. Er was al een grote groep ontevreden burgers. De AfD bouwde een uitzonderlijk effectieve eigen informatie-infrastructuur. Sociale platforms boden een distributiemechanisme waarin die strategie buitengewoon goed functioneerde. En Rusland probeerde tegelijkertijd precies die bestaande breuklijnen verder open te trekken.
Dat lijkt misschien een nuance, maar voor journalistiek is het een wezenlijk verschil. Want zodra we aanwezigheid verwarren met effect en correlatie met causaliteit, maken we van een complexe werkelijkheid een aantrekkelijk maar te eenvoudig verhaal.
AI maakt het voor burgers steeds gemakkelijker om dat verhaal zelf uiteen te leggen en de bronnen ernaast te zetten. Daarmee wordt de journalistieke redactie niet minder belangrijk. Integendeel. De journalist bezit nog steeds het netwerk, de ervaring en de toegang die een individuele lezer niet heeft. Maar waar de bronnen openbaar zijn, kan diezelfde lezer tegenwoordig wel meekijken.
En misschien is dát een van de belangrijkste veranderingen die AI voor de journalistiek meebrengt: niet dat iedereen journalist wordt, maar dat steeds meer lezers in staat zijn om journalistieke conclusies te controleren en hun eigen informatieomgeving vorm te geven. We noemen dat Information Governance. Dat stelt hogere eisen aan precies datgene waarin journalistiek zich wil onderscheiden: niet alleen informeren, maar zorgvuldig laten zien wat we weten, wat we aannemen, waar verschillen zitten en wat we eenvoudigweg nog niet kunnen bewijzen.
En daarmee is Pieter Klok in een andere omgeving aan het werk als Pieter Broertjes.
