Blog Guido van Nispen: ‘Flink betalen om BOOS te zijn’

BOOS heeft in tien jaar tijd indrukwekkende journalistiek gemaakt. De onthullingen rond The Voice behoren tot de belangrijke journalistieke producties van de afgelopen jaren en hebben laten zien hoe groot de maatschappelijke betekenis van onderzoeksjournalistiek kan zijn. Juist daarom keek ik met belangstelling naar de aankondiging van de jubileumavond in AFAS Live. Een programma dat zijn eigen succes viert is immers ook een mooie gelegenheid om terug te kijken op de rol van journalistiek in de samenleving.

Maar hoe verder ik de aankondiging las, hoe ongemakkelijker ik werd. Niet omdat een jubileum wordt gevierd. Dat is volkomen terecht. Een beetje omdat bezoekers een kaartje moeten kopen in een organisatie die 130 miljoen mocht uitgeven in 2025. Het ongemak zit vooral ergens anders. Het lijkt erop dat BOOS langzaam verandert van een journalistiek programma dat anderen kritisch bevraagt in een podium waarop het vooral zichzelf viert.

Het aangekondigde hoogtepunt lijkt een discussie te worden tussen Bob Scholte en Sylvana Simons over de vraag wat ‘links’ eigenlijk is en wie zich de echte vertegenwoordiger van de arbeider mag noemen. Wie de twee de afgelopen maanden heeft gevolgd, weet dat daar al een kleine persoonlijke kift onder ligt. Dat levert ongetwijfeld vermakelijke televisie op. Maar het roept ook een andere associatie op. Minder ’60 minutes’ en meer ‘Jerry Springer’. Minder journalistiek onderzoek en meer publiek spektakel.

Dat is op zichzelf niet verboden. Alleen is het een opmerkelijke keuze voor een programma dat zijn gezag juist heeft opgebouwd doordat het weigerde mee te doen aan spektakel. Tim Hofman werd ‘groot’ doordat hij ooit moeilijke vragen stelde aan anderen. Politici, bestuurders, influencers en bedrijven konden rekenen op een stevig gesprek waarin ontwijken nauwelijks mogelijk was. Dat was precies de kracht van BOOS.

Alleen bekruipt mij steeds vaker de vraag wie diezelfde vragen eigenlijk nog aan Tim Hofman stelt.

Wie vraagt waarom bepaalde onderwerpen wel worden gekozen en andere niet? Wie onderzoekt welke aannames aan de redactie ten grondslag liggen? Wie bevraagt de politieke en maatschappelijke voorkeuren van de makers zelf? En wie durft tijdens zo’n jubileumavond de ongemakkelijke vraag te stellen of BOOS inmiddels niet net zo goed een merk is geworden als de organisaties die het jarenlang onderzocht?

Dat lijkt niet de bedoeling te zijn. Integendeel. De avond oogt vooral als een zorgvuldig geregisseerde viering van tien jaar BOOS, waarbij gasten vooral bijdragen aan het verhaal van het programma zelf. De journalist is niet langer degene die het podium bevraagt, maar degene die zelf applaus ontvangt.

Daar wringt iets. Juist publieke journalistiek ontleent haar geloofwaardigheid aan het vermogen om ook naar zichzelf te kijken. Dat is geen luxe, maar een voorwaarde. BNNVARA beschikte in 2025 over een jaarlijkse kostenbegroting van ongeveer 130 miljoen euro. De beide directieleden ontvingen de maximale bezoldiging die de Wet normering topinkomens toestaat. En ook Tim Hofman zelf zal niet onderbetaald worden (al kunnen we daar niets van zien, ook niet van zijn ‘snabbels’). Daar is op zichzelf niets mis mee. Wie een grote publieke organisatie leidt, draagt een verantwoordelijkheid. Maar die verantwoordelijkheid brengt ook met zich mee dat je voortdurend kritisch blijft op de manier waarop publieke middelen worden ingezet en welke journalistieke keuzes daaruit voortkomen.

Daar komt nog iets bij. Wie de jubileumavond wil bezoeken, moet daarvoor een kaartje kopen en lid zijn of worden van BNNVARA. De publieke omroep organiseert dus met belastinggeld een merk dat vervolgens tegen betaling zijn eigen succes viert. Dat mag allemaal binnen de regels passen, maar het voelt toch vreemd. De publieke omroep bestaat uiteindelijk niet om journalisten tot sterren te maken, maar om burgers zo goed mogelijk te informeren. En als je als burger meer wilt weten over de journalistiek bij BNNVARA, waarom moet je dan ook lid worden? Dat voelt als ongepaste koppelverkoop.

Misschien was het daarom journalistiek interessanter geweest om de rollen eens volledig om te draaien. Zet Tim Hofman op de stoel waar normaal zijn gasten zitten. Laat een onafhankelijke interviewer hem twee uur lang dezelfde scherpe vragen stellen die hij al tien jaar aan anderen stelt. Over onderwerpkeuze. Over activisme. Over politieke voorkeuren. Over gemaakte fouten. Over de momenten waarop BOOS misschien zelf ook te weinig nieuwsgierig was naar andere perspectieven.

Ik vermoed dat dat een veel spannendere avond zou zijn geworden. Niet omdat Tim Hofman daar iets te vrezen heeft, maar omdat goede journalistiek uiteindelijk begint met de bereidheid om jezelf net zo kritisch te laten bevragen als de mensen die je zelf al jaren tegenover je hebt zitten.